Zeg nee tegen medeplichtig OV

Hieronder een ingekorte/aangepaste versie van de brief aan Gedeputeerde Staten van Friesland. Een initiatief van het ‘Samenwerkingsverband voor Palestina in Friesland’, 16 november 2015.

Zeg nee tegen medeplichtig OV

Recent stond in de krant dat het bedrijf EBS meedingt naar een OV concessie in Friesland. EBS is het Europese dochterbedrijf van het Israëlische Egged. Egged verzorgt onder andere busvervoer tussen Israëlische nederzettingen in bezet Palestijns gebied en tussen die nederzettingen en steden in Israël. Volgens de regels van het Internationaal Recht zijn die nederzettingen illegaal. Daarbij gebruikt het bedrijf wegen en exploiteert het busdiensten in bezet Palestijns gebied die voor Palestijnen verboden zijn. Met zo’n bedrijf moet de provincie geen zaken doen.

De volgende internationale en nationale regels spelen een rol.

1  Het Internationaal Gerechtshof bevestigde in 2004 dat het stichten van nederzettingen door Israël in bezet gebied een flagrante schending is van de Vierde Conventie van Geneve. Veel van de grond waarop nederzettingen en de verbindingswegen zijn aangelegd, werd geconfisqueerd. Palestijnse eigenaren ontvingen daarvoor geen compensatie. De Palestijnse bevolking werd er van hun land verdreven, met ernstige en blijvende schending van hun mensenrechten als gevolg.

2  De Nederlandse overheid ontmoedigt bedrijven actief om economische activiteiten in, of ten behoeve van Israëlische nederzettingen te ondernemen. Die nederzettingen zijn volgens Nederland illegaal, aldus de minister van buitenlandse zaken in antwoord op vragen uit de Tweede Kamer.

3  Het Nationaal Actieplan Bedrijfsleven en Mensenrechten stelt dat Nederland een actief beleid voert om eerbiediging van mensenrechten door het bedrijfsleven te bevorderen en om schendingen door bedrijven rechtstreeks of in hun keten te voorkomen. Verderop staat dat aan de overheid leverende bedrijven de mensenrechten moeten respecteren. Dit geldt ook voor gemeenten, provincies en waterschappen.

Op grond van bovenstaande aandachtspunten stellen we vast:

  Egged/EBS handelt in strijd met het Internationaal Humanitaire Recht en helpt de schending van mensenrechten van Palestijnse bevolking in stand te houden.

  Egged/EBS geeft geen gehoor aan het ontmoedigingsbeleid van de Nederlandse overheid.

  Zaken doen met Egged/EBS voldoet niet aan de regels, zoals die zijn verwoord in het ‘Nationaal Actieplan Bedrijfsleven en Mensenrechten’. Doorslaggevend is dat een keten beoordeling over naleving van mensenrechten door Egged/EBS negatief uitvalt.

 

We verzoeken het College van Gedeputeerde Staten dan ook EBS geen O.V. concessie te verlenen, zodat we niet medeplichtig

worden aan het nederzettingen en bezettingsbeleid van Israël.


Persbericht, Terherne, 8 december 2015,  naar aanleiding van het besluit van GS:

Geen OV concessie voor EBS

Na acties van bezorgde burgers hebben Gedeputeerde Staten (GS) van Friesland besloten het openbaar vervoer niet aan EBS te gunnen maar aan Arriva. EBS ligt onder vuur wegens betrokkenheid bij schending van mensenrechten in Palestijns bezet gebied. De Israëlische moedermaatschappij Egged wordt beschuldigd van het bijdragen aan het illegale nederzetting beleid en het toepassen van rassenscheiding in bussen.

Of de mensenrechtenschendingen een rol hebben gespeeld bij het besluit wordt niet vermeld. Tevoren hadden GS al aangegeven beducht te zijn voor schadeclaims als zij EBS om die reden zouden uitsluiten. Maar als EBS wel de vervoerder was geworden zouden GS ook in de problemen gekomen zijn omdat zij dan in strijd handelen met het ‘Nationaal Actieplan Bedrijfsleven en Mensenrechten’. Dat Actieplan verbiedt overheden zaken te doen met bedrijven die betrokken zijn bij schending van mensenrechten. De activisten zouden daar zeker werk van gemaakt hebben.

Met de keus voor Arriva, met als reden dat zij het beste vervoerplan hadden, heeft GS al deze problemen vermeden.

-------------------------------------

Voor de redactie: contactpersoon:

Wim Minnaard; email: Dit e-mailadres is beschermd tegen spambots. U heeft JavaScript nodig om het te kunnen zien. ; telefoon: 0566 689085


 


 

 

Brief van Sader al Issawi

Samer al-Issawi (33 jaar) is al 200 dagen in hongerstaking. Onderstaande brief van hem verscheen op 16 februari op zijn Facebook pagina, in het Arabisch. De brief werd door 'Free Haifa' vertaald in het Engels en Hebreews. Onderstaande  foto (vader en zuster van Samer al-Issawi) en de Engelse tekst haalden we van de website van het AIC in Bethlehem. Die Engelse tekst vertaalden wij hieronder in het Nederlands:

Vader en zus van Sader al IssawiIk wend me vol bewondering naar de mensen van ons dappere Palestijnse volk, naar onze Palestijnse leiders, naar alle organisaties, partijen en nationale instituties. Ik huldig hen omdat ze achter ons staan in onze strijd voor vrijheid en waardigheid.

Ik krijg mijn kracht van mijn volk, van alle vrije mensen in de wereld, van vrienden en van de families van de gevangenen die niet stoppen op te roepen voor vrijheid en voor beëindiging van de bezetting.

Mijn gezondheid is dramatisch achteruit gegaan en ik verkeer tussen dood en leven. Mijn zwakke lijf stort in. Maar ik kan nog steeds geduld opbrengen om de confrontatie vol te houden. Mijn boodschap is dat ik zal volhouden tot het eind, tot de laatste druppel vocht in mijn lijf, tot de martelaars dood. In deze strijd is martelaarschap een eer voor me. Mijn martelaarschap is mijn laatst overgebleven wapen in de confrontatie met de tirannen en de gevangenbewaarders, tegenover het racistische beleid van de bezetter, dat ons volk vernedert en ons met allerlei middelen onderdrukt.

Ik zeg tot mijn mensen: ik ben sterker dan het bezettingsleger en haar racistische wetten. Ik, Samer al-Issawi, zoon van Jeruzalem, stuur jullie mijn laatste wens. Als ik als martelaar omkom dan moeten jullie mijn nagedachtenis vasthouden als een kreet voor alle gevangenen, mannen en vrouwen. Een schreeuw om vrijheid, emancipatie en verlossing van de nachtmerrie van gevangenissen en haar wrede donkerte.

Mijn strijd is niet slechts voor persoonlijke vrijheid. De strijd die ik voer samen met mijn dappere collega's: Tariq, Ayman, en Ja'affar, is de strijd van iedereen, de strijd van het Palestijnse volk tegen de bezetting en haar gevangenissen. Ons doel is vrij en onafhankelijk te zijn in onze bevrijde staat en in ons gezegend Jeruzalem.

De zwakke en uitgeputte slagen van mijn hart krijgen hun kracht van jullie, het geweldige volk. Mijn ogen, die hun zicht beginnen te verliezen, ontvangen licht door jullie solidariteit en jullie steun voor mij. Mijn zwakke stem ontvangt haar kracht van jullie stem die over de muren uitstijgt en die luider is dan de stem van de bewakers.

Ik ben één van jullie zonen onder de duizenden die gevangenen zijn en langzaam wegkwijnen in gevangenissen, wachtend tot er een einde komt aan hun benarde toestand, aan hun pijn en aan het lijden van hun gezinnen en families.

Artsen vertelden me dat ik kans loop een hartaanval te krijgen vanwege de onregelmatige hartslag, het tekort aan suiker en de sterk verlaagde bloeddruk. Mijn lijf is vol van de kou en ik kan niet slapen vanwege de voortdurende pijn. Maar ondanks de extreme vermoeidheid en chronische hoofdpijn wanneer ik me in mijn stoel beweeg, probeer ik alle krachten op te roepen om de weg tot het einde te gaan. Ik kan niet terug, er is slechts mijn overwinning, want ik heb het Recht aan mijn zijde, mijn gevangenschap is ongeldig en illegaal.

Wees niet bang als mijn handen verlamd zullen zijn, wees niet bang als mijn hart stopt. Ik leef nog, vandaag en morgen en na de dood, want Jeruzalem stroomt in mijn bloed, in mijn toewijding en mijn geloof.

 

Palestina 16/02/2013

 


 

Shuhada street in Hebron - Al Khalil

FEITEN OVER SHUHADA STRAAT 

Shuhada Straat is de belangrijkste straat in Hebron. Het is de verbinding tussen woonwijken in noord en zuid Hebron. Vroeger waren er in de straat belangrijke gebouwen, zoals het Centrale Busstation, een groentemarkt, een Turks badhuis, twee graanmolens, een benzine station, tientallen winkels, enkele van de oudste scholen van de stad en taxi standplaatsen. 

Toen Israël in 1967 Hebron bezette, begonnen de Israëliërs direct plannen te maken om de stad te koloniseren. Ze wilden ‘terug’ naar het land van hun voorvaders, waarbij ze verwezen naar Abraham en de unieke relatie die hij ooit met de stad had. 

In die tijd, eind jaren zestig, was de Israëlische Arbeiders Partij aan de macht. Aanvankelijk hield deze partij de vestiging van Joden in de stad tegen. Begin jaren zeventig, bezweken ze voor de druk en stonden de nederzetting Kiryat Arba toe. Deze ligt in de heuvels van Oost Hebron en het was de eerste Israëlische nederzetting op Palestijns land dat in 1967 werd bezet. 

In 1977 kwam de rechtse Likud Partij aan de macht. Likud gaf de  kolonisten toestemming om te verhuizen van Kiryat Arba, buiten Hebron, naar het centrum van de stad. De kolonisten kregen bovendien toestemming om beslag te leggen op het Dabayu gebouw in Shuhada straat. 

In 1982 nam het Israëlische leger de Usama Bin Munqiz school in beslag. Deze school staat vlakbij de Shuhada straat, dichtbij de Oude Stad. Het leger gaf deze Palestijnse school toen aan de kolonisten. De kolonisten bouwden er een paar verdiepingen bovenop en veranderden de school in een yeshiva, een Joodse religieuze school. 

In 1980 vernietigende het Israëlische leger 12 gebouwen achter de groentemarkt in Shuhada straat om er de Abraham Avinu nederzetting te bouwen. De Israëlische kolonisten kregen zo langzamerhand de macht over de markt en ze verjoegen alle Palestijnse winkeleigenaars. Het Israëlische leger vernietigde bovendien verschillende Palestijnse winkels, verdreef het hoofd van het gemeentebestuur. Het leger nam het centrale busstation, in Shuhada straat in beslag en bouwde er een militaire basis, die gebruikt kon worden om de kolonisten te beschermen. 

Op 25 februari 1994 kwam een Israëlische kolonist uit Kiryat Arba, Baruch Goldstein, met een geweer de Ibrahim Moskee binnen vlak bij de Shuhada Straat. Hij opende het vuur en doodde 29 Palestijnen, er vielen ook 125 gewonden 

In de tussentijdse/ voorlopige Oslo akkoorden van beginjaren negentig werden speciale afspraken gemaakt over Hebron: Een gedeelte van de stad zal door de Palestijnse Autoriteit bestuurd worden en een groot deel door Israël. (Vergelijkbaar met de gebieden A en C in de rest van de Westbank) 

Tegenwoordig wonen er meer dan 350 kolonisten en 250 yeshiva studenten in de zes gebouwen die langs de Shuhada Straat staan. Kolonisten in Hebron gooien vaak stenen naar Palestijnse huizen en voorbijgangers, ze beperken de Palestijnen die vlak bij de nederzettingen wonen in hun bewegingsvrijheid, ze gebruiken verbaal geweld tegen Palestijnse bewoners, beledigen de Islam en de Profeet Mohammed, spuiten graffiti haat-teksten op Palestijnse huizen (bijvoorbeeld: Dood aan de Arabieren). Ze hakken bomen om en beschadigen Palestijns eigendom. Het Israëlische leger doet niets om deze daden van vandalisme, pesterijen en/of geweld, gepleegd door Israëlisch kolonisten tegen Palestijnse bewoners, te stoppen. In feite staat het leger het toe dat de kolonisten het hele gebied van Suhada Straat  in handen krijgen. De kolonisten hebben zelfs straatnamen in het Oude gedeelte van Hebron veranderd,  Shuhada Straat wordt nu door Israëliërs “King David Street” genoemd.

 

Shuhada street 

 

VERHAAL VAN DE BEWONERS: WAAROM DE TOEGANG NAAR DE SHUHADA STRAAT WEER VRIJ MOET ZIJN 

Wij, de bewoners van de Shuhada Straat verloren ons sociaaleconomisch leven toen Shuhada Straat werd afgesloten. Hoewel wij geen keus hebben, willen onze familie en vrienden die ergens anders wonen natuurlijk liever niet vernederd worden door soldaten bij de checkpoints, of lastig gevallen worden in de straten door kolonisten. Daarom komen ze nog maar zelden op bezoek. En áls ze dan een keer komen moeten ze een hele omweg maken rond de stad, ze moeten over muren en daken klimmen alleen maar om bij het huis te komen dat ze willen bezoeken. Mensen bedenken zich wel tien keer voordat ze bij iemand in de Shuhada Straat op bezoek gaan.

Ik woon in de Shuhada Straat, maar ik kan mijn voordeur niet gebruiken omdat ik een Palestijnse ben. De deur van mijn huis is dicht gelast door het Israëlische leger, net zoals de deuren van veel andere Palestijnse huizen en winkels in de Shuhada Straat. Mijn buren zijn zo vriendelijk geweest een opening in hun muur te maken waar ik doorheen kan, zodat ik geen gijzelaar word in mijn eigen huis. Toch woon ik als een gevangene. Ik moest een raster van draadstaal op mijn balkon laten maken zodat de stenen “cadeautjes”  die de kolonisten altijd naar mijn huis gooien mij niet kunnen raken. Ik krijg deze “cadeautjes” nog steeds maar ze raken me niet zoals eerst. En ik kan nu mijn ramen openen om het zonlicht binnen te laten. Ik verzamel deze stenen nu, ik schrijf er “Salam” op (Arabisch voor Vrede) en gebruik ze om mijn tuin te versieren. 

Het is ook heel moeilijk om hier te wonen omdat alles gesloten is; ik kon altijd vlakbij boodschappen doen, maar nu moet ik heel ver lopen en alles wat ik koop moet ik naar huis dragen. Ik kan geen taxi naar huis nemen want Palestijnse auto’s mogen de Shuhada Straat niet in. Ik had een keer hevige pijn en moest naar het ziekenhuis, maar de ambulance kon niet tot aan mijn voordeur komen; ik moest daarom eerst naar het huis van mijn broer – hij woont hier twee minuten vandaan, maar het kost op z’n minst 20 minuten om er te komen vanwege alle afzettingen en checkpoints 

Israëlische  soldaten en de politie zeggen altijd dat ze hier zijn om ons (Palestijnen en Israëli’s) te beschermen, maar ze zijn mijn huis in één week drie keer binnen gestormd. Ze wilden een klacht van een soldaat onderzoeken, die zei dat er vanuit mijn huis kinderen met stenen naar hem hadden gegooid. Maar ik woon hier alleen met mijn moeder en ik heb geen kinderen. Maar, als ik een klacht indien bij de soldaten en de politie over kolonisten die stenen gooien naar mijn huis, dan doen zij niets om dat tegen te gaan 

Een vrije toegang naar de Shuhada Straat is een dringende noodzaak om vrede en menselijkheid weer terug te brengen.

Zleika Muhtaseb, bewoonster Shuhada Straat 

Nederzettingen & International Humanitair Recht:

Volgens artikel 49 van de Vierde Conventie van Geneve (12 augustus 1949):

“De Bezettende Macht mag niemand van de eigen burgerlijke bevolking uitzetten en overplaatsen naar de bezette gebieden”. Dit betekent dat nederzettingen verboden zijn. De bezettende macht kan geen land in beslag nemen in het bezette gebied met als enig doel nederzettingen te creëren voor haar landgenoten.


 

 

Israels muur scheidt duizenden huwelijken

Onderstaand artikel verscheen in TROUW, van 25 januari 2012

Israëls muur scheidt duizenden huwelijken

LAURENS SAMSOM | JERUZALEM − 25/01/12, 00:00

Bezwaar tegen omstreden wet afgewezen

Zijn vrouw bevalt een dezer dagen in een Israëlisch ziekenhuis van een zoon, maar Wassim weet nu al dat hij er niet bij zal zijn. Als inwoner van de Westoever mag hij de afscheidingsbarrière die Palestijns gebied van Israël scheidt niet passeren. Dat Wassims vrouw een Israëlisch paspoort heeft, biedt geen soelaas. Sinds 2003 bestaat er namelijk een wet die voorschrijft dat Israëliërs hun echtgenoot of echtgenote niet mogen laten overkomen als die uit Palestijns gebied afkomstig is.

Mensenrechtenorganisaties bestempelden de wet - die tijdens de Tweede Intifada ingesteld werd als veiligheidsmaatregel - als racistisch en stelden petities op. Andere buitenlanders worden in principe na vijf jaar genaturaliseerd tot Israëliër, alleen voor Palestijnen geldt dat niet. Het Hooggerechtshof boog zich over deze petities en bleek, net als de rest van de Israëliërs, sterk verdeeld. Vorige week kwam de uitspraak: de wet is rechtsgeldig, oordeelden zes van de elf rechters.

De president van het Hooggerechtshof, Dorit Benisch, die tot de minderheid behoort, schreef dat de wet zou moeten worden afgeschaft 'omdat die het recht van gelijkheid schendt'. Volgens de kleinst mogelijke meerderheid is er echter 'geen enkel voorbeeld van een Hooggerechtshof dat de toegang van duizenden vijanden binnen de landsgrenzen toestaat'.

Wassim moet nu genoegen nemen met de zeven dagen bezoekrecht die hij elke drie maanden krijgt. "Het Hof heeft onze enige kans verloren laten gegaan", verzucht hij.

De nationale veiligheid is niet de enige reden voor het besluit van het hof, denkt Ejal Gross, rechtsgeleerde aan de Universiteit van Tel Aviv. "Er speelt ook een demografisch motief. Israël is een Joodse staat, dat wil zeggen: een staat met een Joodse meerderheid. Als je dat wilt behouden, is de komst van duizenden niet-Joden simpelweg niet gewenst. Blijkbaar hebben wetgevers daar zelfs deze wet voor over die het gelijkheidsbeginsel negeert en de Palestijnse bevolking discrimineert."

In de praktijk zullen duizenden gezinnen gescheiden blijven leven. "De uitspraak van het Hooggerechtshof was de laatste hoop, dit is juridisch het eindstation", zegt advocaat Ajat Hatem, wiens vrouw uit Nabloes op de Westelijke Jordaanoever komt.

Hatem en hun vier kinderen behoren zelf tot de zogeheten Arabische Israëliërs: Palestijnen die na het uitroepen van Israël in 1948 binnen de nieuwe landsgrenzen zijn blijven wonen en Israëlische staatsburgers zijn. Ze vormen zo'n 20 procent van de bevolking. Hatem: "Niemand wil op de Westelijke Jordaanoever wonen. Daar is nauwelijks werk, minder veiligheid en bovendien woont mijn familie hier in Israël. De regering heeft het liefst dat ik met de vier kinderen naar mijn vrouw in Nabloes verhuis, maar ik denk er niet aan."

Omdat Hatems vrouw boven de 25 is, geldt voor haar een uitzonderingsregel. "Elk half jaar moeten we een militaire vergunning aanvragen, waarmee ze dan in Israël mag verblijven. Dat doen we nu al bijna tien jaar en elke keer is het maar de vraag of ze het verlengen", zegt Hatem. Een dergelijke vergunning is uitsluitend een reisvergunning: werken, studeren of gebruik maken van sociale voorzieningen is niet toegestaan. "Leven met deze onzekerheid is voor onze hele familie echt verschrikkelijk."

Ook de aanstaande vader Wassim (33) zal binnenkort misschien van de militaire vergunning gebruik kunnen maken. Palestijnse mannen maken daar kans op als ze 35 of ouder zijn. Daarvoor is wel een schoon strafblad vereist; niet alleen van de aanvrager, maar ook van zijn nabije familie. Dat kan nog weleens een probleem opleveren voor Wassim.

"Als illegale werker in Jeruzalem ben ik al een aantal keer de grens over gezet. Voor loodgieters zoals ik is er geen droog brood te verdienen op de Westoever; daarom werken we veelal in Jeruzalem." Van de keren dat Wassim betrapt is in Jeruzalem heeft de politie aantekeningen gemaakt, maar daar denkt hij liever niet aan. "Voor mij kan de tijd niet snel genoeg gaan. Over twee jaar ben ik 35 - en dan maar hopen dat ze me toestemming geven om mijn gezin te bezoeken."

Palestijnse kinderen
Naast de petities over het laten overkomen van Palestijnse echtgenoten, wees het Hooggerechtshof afgelopen week ook de petitie over identiteitsbewijzen van kinderen van Palestijnse echtparen af. Dat betreft voornamelijk de Palestijnen in Oost-Jeruzalem, het gedeelte van de hoofdstad dat Israël in 1967 annexeerde. De meeste inwoners van Oost-Jeruzalem hebben een permanente Israëlische verblijfsvergunning, maar veel van hun kinderen hebben die niet. Als een van de ouders oorspronkelijk van de Westoever komt, wordt het kind ook vaak aangemerkt als inwoner van de Westoever. Zoals de 24-jarige Samach Aboe Ramoez. Met haar ouders en vier broertjes woont ze haar hele leven al in Oost-Jeruzalem, maar omdat haar vader uit Hebron (op de Westelijke Jordaanoever) komt en haar ouders haar niet tijdig hadden opgegeven als inwoonster van Jeruzalem, verleent Israël haar geen permanente verblijfsvergunning. Met een tas vol tijdelijke pasjes reist ze dagelijks op en neer van Oost-Jeruzalem naar de frisdrankfabriek, net achter de muur, waar ze werkt. "Ik kan op Israëlisch grondgebied niet werken, niet naar de dokter, geen rijbewijs halen en daarnaast ben ik er nooit zeker van of ze mijn pasjes verlengen. Bovendien ben ik vanwege mijn status veel minder interessant als mogelijke echtgenote voor iemand uit mijn buurt."



 

 

Breaking the Silence doorbreekt de stilte over de bezetting

Onderstaand artikel verscheen in het Reformatorisch Dagblad, 15/10/2011, door Alfred Muller

Yehuda (28) diende tussen 2001 en 2004 als soldaat en commandant in het leger. Het waren de jaren van de tweede intifada. Palestijnse terroristen bliezen in Israël stadsbussen en restaurants op. Het leger nam harde maatregelen om de rust te herstellen.

Veertien maanden diende hij in Hebron, een stad op de Westelijke Jordaanoever waar 500 Joden en 150.000 Palestijnen wonen. „Veel soldaten in Hebron begonnen zich vragen te stellen. Maar in het leger is er altijd reden om door te gaan: de bevelen, de missie en vooral de kameraadschap. Jij bent er voor hen, zij voor jou. Dan zijn de vragen niet echt belangrijk meer.”

Maar aan het einde van de diensttijd begon hij met de andere soldaten over zijn gevoelens te praten. Het bleek dat zij hetzelfde dachten. Wat hen het meeste schokte, is dat de Israëlische burgers geen idee hebben van wat er gebeurt. Ze besloten „Hebron naar Tel Aviv” te brengen. Nadat de soldaten afzwaaiden, openden ze een tentoonstelling met foto’s van het leger in de Palestijnse gebieden. Velen kwamen kijken. De televisie besteedde aandacht aan hen. Shaul en enkele anderen richtten Breaking the Silence (De Stilte Doorbroken) op.

Shaul vertelt dat de groep getuigenissen van collega-militairen heeft opgetekend, van meer dan 750 ex-soldaten. In een kast in zijn kantoor ligt een dik zwart boek dat de organisatie onlangs heeft gepubliceerd onder de titel ”Bezetting van de gebieden. Getuigenissen van Israëlische soldaten 2000-2010”.

Hij is zich ervan bewust dat twee ontwikkelingen het einde van zijn werk kunnen betekenen. De eerste is dat als het leger bewijst dat ze foute informatie verspreiden. Daarom worden de interviews afgenomen door andere ex-soldaten die de militaire situatie kennen. Bovendien past de organisatie uitgebreide controle toe.

De tweede is als er soldaten naar de gevangenis worden gezonden voor misdaden die werden gepleegd onder de Israëlische wet of het internationaal recht. Anderen zouden dan geen getuigenissen meer willen geven. Daarom blijven de meeste getuigen anoniem.

„Wij zijn niet tegen het leger. Het leger is het probleem niet. Het probleem is de politieke missie die het leger krijgt. Van links en rechts geeft men de soldaten de schuld. Ze doen niet genoeg of ze gaan buiten hun bevoegdheden. Maar de boodschap is dat als je een leger een langdurige bezetting over een ander volk laat uitoefenen, je niets anders kunt verwachten.

Wij publiceren niet de namen van generaals of officieren die slechte bevelen gaven. Sommige links georiënteerde mensen kunnen zeggen dat wij oorlogsmisdadigers beschermen. Het vervolgen van deze vermeende misdadigers is de weg van de minste weerstand. Maar het gaat erom de waarheid onder ogen te zien.

De waarheid is: je geeft een leger de opdracht een gebied te bezetten en dat ziet eruit zoals je in onze tentoonstellingen ziet. De samenleving kan de verantwoordelijkheid van zich af schuiven door te zeggen dat het soldaten zijn. We willen de bezetting, zonder te aanvaarden wat bezetting betekent. We willen dat het leger daar is en tegelijkertijd dat het leger daar niet is. Zo werkt dat niet. Laten we ophouden onszelf voor de gek te houden.

Natuurlijk zijn wij als BTS tegen de bezetting. Maar we gaan een stap verder. Het leger is van de regering en de mensen. Het is daar in onze naam. Het is onze verantwoordelijkheid om grenzen te stellen en aan te geven wat acceptabel is en wat niet.”

Het leger en de staat zeggen: Als de Palestijnen klachten hebben, kunnen ze naar het hooggerechtshof gaan.

„Een van de grote kwesties tijdens de tweede intifada was de kwestie van de menselijke schilden. In het leger noemden we dat ”de buurmanprocedure”. Je komt ergens om een persoon te arresteren. Je omsingelt het huis, grijpt een van de buren, je nadert het huis en zet de buurman voor je. Als iemand het vuur opent vanuit het huis, wordt de buurman geraakt en niet de soldaten.

In 2002 werd een Palestijn op deze wijze door Palestijn vuur gedood. Israëlische mensenrechtenorganisaties stapten daarop naar het hooggerechtshof. Het hof stelde dat de buurmanprocedure onwettig is. Geloof je dat we er daarna mee stopten? We gaven het een andere naam: „We brengen een vriend.” En we deden hetzelfde.”

Zegt u dat het hooggerechtshof geen gezag heeft?

„Ik zeg niet: geen. Wat ik zeg is dat het uiteindelijk één ding is wat er in de rechtszalen in Jeruzalem wordt gezegd en een ander ding als je in (het Palestijnse vluchtelingenkamp, AM) Kalandia of in Gaza staat om je taak te doen. In de praktijk gedraag je je zoals je je gedraagt en het doet er in zekere mate niet toe wat de rechters zeggen.

Een ander ding is het handhaven van de wet. Volgens het internationaal recht en volgens het Israëlisch recht moet het leger alle mensen beschermen die in de bezette gebieden wonen. Maar de soldaten krijgen een ander bevel, namelijk het beschermen van de kolonisten (de Joden in de nederzettingen, AM). Als we zien dat een kolonist een Palestijn aanvalt, mogen we niet tussenbeide komen. Daar hebben we de politie voor. De kolonisten vallen onder de Israëlische burgerlijke wet, de Palestijnen onder de militaire wet.”

 Momenteel is er het een en ander te doen rond de olijvenoogst. Daarbij zijn de soldaten wel betrokken bij de bescherming van Palestijnen.

„Ze mogen geen kolonisten arresteren. Ze moeten zorgen dat de Palestijnen in betwist gebied toegang hebben tot de olijfgaarden. Maar als er een probleem is, moet de politie komen. Dat is de structuur van de wetshandhaving. Het is niet de wet van het volk voor het volk. Het is de wet van Israël voor Israël.

Een bezetting dient iets tijdelijks te zijn. Maar als zij 45 jaar duurt, en er komen ook nog kolonisten bij, dan gaat die bezetting verder dan verwacht. In ons boek (”Bezetting van de gebieden. Getuigenissen van Israëlische soldaten 2000-2010”) proberen we te analyseren hoe het er vandaag voorstaat met de bezetting.

Ik heb weinig verstand van de grote politiek. We zijn soldaten die getuigenissen geven over het werk van de bezetting. Er zijn 700 soldaten die hetzelfde zeggen. Onze conclusie is: het leger opereert alsof er geen einde in zicht is. Het probeert geen alternatief te creëren. Het probeert niet harten te winnen van de Palestijnse bevolking. Integendeel. Het wil er zeker van zijn dat er verder helemaal niets is.

Het eerste hoofdstuk in het boek gaat over preventie. Vandaag de dag is preventie zo uitgebreid, dat elke offensieve actie defensief wordt in het denken van het leger. Het komt erop neer dat het leger probeert de Palestijnen op te jagen. Ze weten niet wanneer we komen, hoe we komen en wat we gaan doen. Het leger noemt dat: „Onze aanwezigheid laten voelen.”

Op de Westoever wordt het maken van schijnarrestaties steeds gewoner. Wat dat is? Er is een nieuwe eenheid in het gebied. De commandant wil niet dat de eerste arrestatie echt is. Hij neemt een klein dorpje, vouwt een kaart open, kiest een willekeurig huis, belt de geheime dienst en vergewist zich ervan dat de persoon echt onschuldig is en dat hij niet de verzameling van inlichtingen verstoort.

De soldaten komen ’s nachts, omsingelen het huis, grijpen de man en arresteren hem. Na enkele uren is de oefening ten einde en wordt de man vrijgelaten.

De soldaten vragen de hele tijd: „Wat is er in vredesnaam aan de hand?” Het antwoord van de officier is tweeledig. Ten eerste: training. Ten tweede: dit is een geavanceerde vorm om onze aanwezigheid te laten voelen. De mensen in het dorp weten dat deze man onschuldig is. Ze vragen zich af wat de logica is. Ze krijgen geen antwoord en zijn dan nog banger.”

Gedraagt het leger zich anders tegenover christenen dan tegenover moslims?

„Zoiets heb ik nooit gehoord. Het zou niet juist voor me zijn verklaringen te geven zonder harde feiten te hebben. Wij maken alleen verschil tussen rustige en onrustige gebieden.”

Hoe reageert u als een Amerikaanse christenzionist u zegt: „Elk bezettingsleger heeft een moeilijke taak en doet dingen die moeilijk te slikken zijn. Maar Juda en Samaria zijn deel van het Bijbelse thuisland, en dat behoort de Joden toe.”

„Joden baden niet voor de terugkeer naar Tel Aviv toen ze in de afgelopen 2000 jaar voor de terugkeer naar Sion baden. Ze baden voor Nablus, Hebron en Jeruzalem. Dat is een feit.

De vraag is: Wat betekent dit allemaal in 2011? Is dit iets wat onze staat mag doen? Mijn antwoord is: Natuurlijk niet. Dit is niet de prijs die ik bereid ben te betalen: 4 miljoen mensen hun vrijheid afnemen. Dat is niet democratisch en niet Joods.

Wij zijn aan de andere kant geweest en weten waartoe een langdurige bezetting kan leiden. Wij zouden eigenlijk de mensen moeten zijn die de rest van de wereld aanmoedigen om dergelijke dingen niet te accepteren.

Het is de vraag wat we willen. Het land Israël of de staat Israël? Ik ben zionist. Voor mij betekent zionisme dat we niet langer door anderen willen worden geregeerd. Er was nooit bij inbegrepen dat wij zelf over een ander volk zouden heersen.

Ik ga zelfs nog een stapje verder: mensen die zoiets zeggen zijn eigenlijk de meest antizionistische mensen die je je maar kunt indenken. Ze zeggen eigenlijk dat we geen eigen controle hebben over ons eigen lot. We zijn ertoe veroordeeld om bezetters te blijven.”

Yehuda Shaul zegt dat er achter zijn werk veel optimisme steekt. De veteranen zijn ervan overtuigd dat de Israëliërs anders zouden kiezen als ze de juiste informatie zouden krijgen. „Ze zouden aan onze kant staan. En ze zouden doorlopend nee zeggen.”

 

Meeste activiteiten in Israël

Yehuda Shaul zegt dat verreweg de meeste activiteiten van Breaking the Silence in Israël zelf worden gehouden. De organisatie heeft 6 voltijdse krachten, 5 deeltijders, 25 veteranen die als vrijwilligers helpen, 20 anderen die bij speciale gelegenheden helpen en ruim 40 anderen die helpen met het vertalen van artikelen en bewerken van video’s.

De organisatie interviewt veteranen, organiseert rondritten en organiseert lezingen. De website vermeldt de sponsors van de organisatie. Daaronder zijn Broederlijk Delen, ICCO en de Delegatie van de Europese Unie in Israël.

In Israël leidde het werk tot kritiek. De NGO-monitor, een organisatie die mensenrechtenorganisaties in Israël kritisch volgt, stelt dat BTS actief was in het promoten van beschuldigingen van ”oorlogsmisdaden” na de Gazaoorlog van 2008 en 2009. „De beschuldigingen zijn gebaseerd op anonieme en onverifieerbare getuigenissen van horen zeggen.”

Amos Harel schreef in juli 2009 in Ha’aretz dat de organisatie een duidelijke politieke agenda heeft en niet langer kan worden beschouwd als een mensenrechtenorganisatie.


 

De realiteit in de Palestijnse gebieden

كلمة ايمان و رجاء و محبّة من قلب المعاناة الفلسطينيّة

 

1,1 'Zij zeggen: Vrede, vrede, maar er is geen vrede'. (Jer. 6:14) In deze tijd spreekt iedereen over vrede in het Midden-Oosten en over het vredesproces. Tot op heden zijn het slechts woorden gebleken. De realiteit is die van de Israëlische bezetting van de Palestijnse gebieden. Wij zijn beroofd van onze vrijheid en alles wat daaruit voortkomt.

 

1.1.1 De scheidingsmuur, gebouwd op Palestijns grondgebied dat om die reden grotendeels onteigend is, heeft onze steden en dorpen tot gevangenissengemaakt. Ze worden apart van elkaar gehouden en zijn zo gemaakt tot verstrooide en verdeelde stukjes grond.

Gaza blijft leven onder inhumane condities door een permanente blokkade en afgesneden van de andere Palestijnse gebieden. Vooral na de wrede oorlog, waarmee Israël het overviel in december 2008 en januari 2009.

1.1.2 Israëlische nederzettingen vernielen ons land in de naam van God en met bruut geweld. Zij beheersen onze natuurlijke bronnen, waaronder water en landbouwgrond. Honderdduizenden Palestijnen worden daardoor beroofd van het gebruik van hun eigen water en landbouwgrond. Deze nederzettingen blokkeren iedere weg naar een politieke oplossing.

1.1.3 De harde werkelijkheid is de dagelijkse vernedering waaraan we onderworpen zijn bij de militaire controle posten, op weg naar onze banen, scholen en ziekenhuizen.

1.1.4 De harde waarheid is het gescheiden houden van leden van hetzelfde gezin. Daardoor is het voor duizenden Palestijnen onmogelijk een geregeld familieleven te leiden, vooral wanneer een van beide huwelijkspartners geen Israëlisch identiteitsbewijs heeft.

1.1.5 Vrijheid van godsdienst wordt ernstig belemmerd. De vrijheid om heilige plaatsen te bezoeken wordt mensen ontzegd onder het mom van veiligheidsmaatregelen. Voor veel christenen en moslims uit de Westbank en Gaza zijn Jeruzalem en haar godsdienstige plaatsen verboden terrein. Zelfs inwoners van Jeruzalem hebben te maken met restrictieve maatregelen tijdens godsdienstige hoogtijdagen. Sommige van onze Arabische geestelijken wordt regelmatig de toegang tot Jeruzalem ontzegd.

1.1.6 Vluchtelingen zijn ook onderdeel van onze realiteit. Velen van hen leven nog altijd in kampen onder moeilijke omstandigheden. Zij hebben recht op terugkeer en wachten al generatie na generatie op terugkeer naar hun land. Wat zal hun lot zijn?

1.1.7 Duizenden gevangenen kwijnen weg in Israëlische gevangenissen. Ook zij zijn onderdeel van onze werkelijkheid. De Israëli’s bewegen hemel en aarde om een enkele gevangene vrij te krijgen, maar wanneer krijgen de duizenden Palestijnse gevangenen hun vrijheid terug?

1.1.8 Jeruzalem is het hart van onze werkelijkheid. De stad is tegelijkertijd symbool van vrede en teken van conflict. Terwijl de scheidingsmuur Palestijnse wijken splijt, gaat men steeds maar door de stad te ontdoen van haar Palestijnse burgers, christenen en moslims. Hun identiteitskaarten worden ingenomen. Met de inname van die kaarten vervalt hun recht om in de stad te verblijven. Hun huizen worden vernietigd of onteigend. Jeruzalem, stad van verzoening, is een stad van discriminatie en uitsluiting geworden, een bron van strijd in plaats van vrede.

 

1.2 Een ander onderdeel van onze werkelijkheid is dat Israël weigert zich te houden aan internationale wetten en resoluties. Hierop volgt de verlammende reactie van de Arabische wereld en de internationale gemeenschap. Mensenrechten worden geschonden en ondanks de vele rapporten van lokale en internationale mensenrechtenorganisaties gaat het onrecht door.

1.2.1 Palestijnen die binnen de staat Israël wonen, hebben te maken met historisch onrecht. Zij lijden onder een discriminerende politiek, terwijl zij als burgers zouden moeten beschikken over de rechten en plichten van burgerschap. Zij wachten op de realisatie van hun volledige burgerrechten en willen een gelijke behandeling als burgers van eenzelfde staat.

 

1.3 Emigratie is een volgend element van onze werkelijkheid. Vele jonge Palestijnen, christenen en moslims, besluiten te emigreren, omdat het ontbreekt aan visie en ook maar een sprankje hoop op vrede en vrijheid. Daardoor wordt het land beroofd van zijn belangrijkste en rijkste bron: een goed opgeleide, jonge generatie. Het sterk krimpende aantal christenen, vooral in Palestina, is een van de gevaarlijke consequenties van dit conflict, van de lokale en internationale verlamming en van de onmacht om een omvattende oplossing voor dit probleem te vinden.

 

1.4 Geconfronteerd met deze werkelijkheid, rechtvaardigen de Israëli’s hun acties als zelfverdediging, inclusief de bezetting, collectieve straffen en allerlei andere maatregelen van vergelding tegen Palestijnen. Naar onze mening zet deze visie de werkelijkheid op zijn kop. Inderdaad is het zo dat Palestijnen zich verzetten tegen de bezetting. Zonder bezetting zou dit echter niet nodig zijn en zouden de gevoelens van angst en onveiligheid niet bestaan. Zo zien wij de situatie. Wij doen daarom een dringend beroep op de Israëli’s hun angstgevoelens af te schudden en een einde te maken aan de bezetting. Dan zullen zij een nieuwe wereld zien waarin geen angst is en geen dreiging, maar veiligheid, gerechtigheid en vrede.

 

1.5 Het Palestijnse antwoord op de werkelijkheid was tot nog toe divers. Sommigen reageerden door te onderhandelen. Dit was de officiële houding van de Palestijnse Autoriteit, maar bevorderde het vredesproces niet. Enkele politieke partijen volgden de weg van gewapend verzet. Israël gebruikte dit als argument om de Palestijnen van terrorisme te beschuldigen en zo de ware aard van het conflict te verhullen. Zij deden de situatie voorkomen als een Israëlische oorlog tegen Palestijns terrorisme en niet als legitiem Palestijns verzet tegen een Israëlische bezetting met als doel die bezetting te beëindigen.

1.5.1 De tragedie verdiepte zich met het interne conflict tussen Palestijnen onderling en met de afscheiding van Gaza van de rest van de Palestijnse gebieden. Hier moet echter opgemerkt worden dat, hoewel er verdeeldheid is tussen Palestijnen onderling, de internationale gemeenschap hiervoor in belangrijke mate verantwoordelijk is. Die weigert op een constructieve manier om te gaan met de wil van het Palestijnse volk, zoals die tot uitdrukking kwam in de uitkomst van de democratische en wettige verkiezingen in 2006. We willen hier nogmaals herhalen dat onze christelijke boodschap te midden van dit alles, te midden van de catastrofe waarin wij leven, een woord wil zijn van geloof, hoop en liefde.

 


 

 

Achtergronden Israel en Palestijnse gebieden

Vrede, democratisering en burgerrechten                                                      

informatie overgenomen van studiemap KerkinActie

 

1. Feiten, cijfers 

2. Achtergronden

3. Korte geschiedenis (Israel tot 1947)

4. Democratie en burgerrechten in Israël

5. Democratie en mensenrechten in bezet Palestina

6. Werken aan vrede

7. Ondersteunende materialen

  

1. Feiten, cijfers

Israël

Oppervlakte : Exclusief de bezette gebieden 20.325 km², dit is ongeveer de helft  van Nederland en 78% van het originele Brits mandaatgebied Palestina

Hoofdstad : Jeruzalem

Aantal inwoners : 6,8 miljoen

Religieuze groepen : Joden (81%) waarvan 23% Russisch, Palestijnen (19%),

Taal : Modern Hebreeuws (Ivriet), Russisch, Arabisch

Staatsbestel : Republiek

Belangrijkste partijen : Likud, Arbeiderspartij, religieuze partijen

Middelen van bestaan : Dienstverlening (57%), industrie 36%, landbouw (5%)

Exportproducten : Zuidvruchten, groente, technologische kennis, high tech producten

 

Palestijnse gebieden

Oppervlakte : 6.000 km², ongeveer 1/7 deel van Nederland en 22% van het Brits mandaatgebied Palestina

Hoofdstad : Jeruzalem

Aantal inwoners : 2.896.000 Palestijnen en ca. 236.000 Joodse kolonisten

Religie : Van de Palestijnen is 93% moslim en 7% christen

Taal : Arabisch

Staatsbestel : Een beperkt Palestijns zelfbestuur, met Mahmud Abbas als president (gekozen in januari 2005, na de dood van Yasser Arafat in november 2004)

Middelen van bestaan : Landbouw (13%), industrie en mijnbouw (15%), handel (17%)

Exportproducten : citrusvruchten, mineraalproducten: kostbare stenen en metalen

 

2. Achtergronden

Vrede, democratie en burgerrechten zijn grote woorden als we denken aan Israël en de Palestijnse gebieden vandaag. Toch zijn er mensen en organisaties aan beide zijden, die de hoop hierop niet hebben opgegeven. Kerk in Actie wil hen daarin steunen, moreel en materieel, en hun idealen en streven graag met u delen.

 

Vrede

Van vrede tussen Joden en Palestijnen kan volgens Kerk in Actie pas sprake zijn als beide volken die zo ervaren. Vrede, shalom, is van hetzelfde woord afgeleid als shalem, dat eenheid betekent. Vrede is er dus voor beide of het is er niet. Deze vrede kan in de ogen van Kerk in Actie alleen bereikt worden als Israëli’s en Palestijnen zich met elkaar verzoenen. Een groot woord, dat in dit verband betekent dat men samen op zoek wil gaan naar de waarheid, het feit dat beide gemeenschappen met dit land verbonden zijn en alleen samen daar een toekomst op kunnen bouwen. Verzoening betekent ook zoveel mogelijk recht doen aan de ander, rechtzetten waar in de geschiedenis van het conflict aan de ander onrecht is aangedaan.Tenslotte betekent het barmhartig zijn, de ander een kans te geven op herstel van zijn gemeenschap, herstel van zijn getraumatiseerde leven.

 

Burgerrechten

Vrede is dus alleen mogelijk als Joden en Palestijnen besluiten in vrede met elkaar te leven. Daarbij hebben ze de keuze dat in twee onafhankelijke staten te doen, een staat Israël en een staat Palestina, of als daarvoor in de toekomst het vertrouwen zou ontstaan, samen binnen één staat. Maar of er nu sprake zou zijn van twee staten of één enkele staat, in beide gevallen zouden daarbinnen Joden en Palestijnen dezelfde rechten als burger moeten hebben. Elke staat moet in gelijke mate opkomen voor al haar burgers, ongeacht hun etnische achtergrond of godsdienst. Immers als dit niet het geval is, dan zou dit discriminatie zijn en dat zou de onderliggende partij reden geven om de strijd om gelijke rechten voortte zetten. Daarom is ‘gelijk burgerschap’ zo belangrijk.

 

Democratie

Democratie is het systeem dat zorgt dat alle burgers van een land tot hun recht komen: dat ze allen in gelijke mate beschermd worden, dat ze allen in gelijke mate de vruchten van de staat kunnen genieten en dat ze allen in gelijke mate invloed en een plaats hebben in de overheid van het land, op plaatselijk, regionaal en nationaal niveau. Vrijheid van meningsuiting, het mogen organiseren van politieke partijen en vrije verkiezingen zijn belangrijke voorwaarden om tot zo’n democratisch systeem te komen.

 

Nu weten we dat in de praktijk deze situatie geenszins het geval is. De staat Israël is officieel een democratie, maar in de praktijk is ze dat alleen voor de Joodse burgers van het land. De niet- Joodse, Palestijnse burgers worden gediscrimineerd om er voor te zorgen dat ze Israël als Joodse staat niet in gevaar brengen. De Palestijnen hebben nog nooit een eigen staat gehad. Het grootste deel van hun land (78%) werd de nieuwe staat Israël. Het overige deel werd aanvankelijk door de omliggende Arabische landen begeerd. Uiteindelijk werd door Jordanië de Westbank ingenomen en door Egypte de Gazastrook, maar deze beide gebieden werden in 1967 door Israël bezet toen het de oorlog tegen deze Arabische landen gewonnen had.

 

Palestijnen willen nog steeds een eigen staat. Bij verschillende gelegenheden hebben ze laten weten genoegen te nemen met de laatste 22% van het oorspronkelijke Palestina (de nu door Israël bezette gebieden). De strijd tegen het einde van de bezetting staat daarom bij hen voorop, maar waar ook veel Palestijnen mee bezig zijn is de vraag: “als we onafhankelijk worden, wat voor soort staat zal Palestina dan zijn?” En daarom zijn ze, zelfs nu onder de Israëlische bezetting, bezig met democratie en burgerrechten, waar een Palestijnse overheid nu en later aan moet voldoen. De vraag naar hervormingen

in de Palestijnse Autoriteit speelt daarbij een belangrijke rol.

 

De reden dat het nog geen vrede tussen Joden en Palestijnen is, hangt zeker samen met de geschiedenis van het conflict. Joden zijn grotendeels naar Palestina getrokken vanwege het antisemitisme in Europa. Het Zionisme was voor hen de nationale ideologie om als volk onder de volkeren te kunnen overleven. De bedreiging die ze vroeger als minderheid onder verschillende volken ervaren hebben, werkt zo sterk door dat veel Joodse Israeli’s nog steeds geen vertrouwen hebben in het samenleven met een ander volk.

 

Daarom willen ze het liefst een duidelijke en veilige scheiding van de Palestijnen, een eigen staat die voor verreweg het grootste deel uit Joden bestaat, het liefst in geheel Palestina. De Palestijnen zouden dan maar een minderheid moeten vormen of opgenomen moeten worden in de omringende Arabische landen. De Palestijnen vormden 150 jaar geleden een boerensamenleving met een elite die in de steden woonden, in Jaffa, Jerusalem, Nabloes, in Damascus of Amman. Ze maakten deel uit van het grote Ottomaanse rijk, maar toen de Ottomanen de kant van Duitsland kozen in de Eerste Wereldoorlog werd het Midden Oosten door Groot Brittannië en Frankrijk verdeeld met de belofte aan de Arabieren dat ze allemaal hun eigen staat mochten stichten. Met die verwachting leefden ook steeds meer Palestijnen.

 

Maar in plaats daarvan zagen ze hun land steeds meer volstromen met Joden, die uitsluitend voor hun eigen gemeenschap werkten. Daarom kwamen ze in opstand en ervoeren het als onrecht dat hun land zomaar werd weggegeven aan de Joden, ook toen de Verenigde Naties verdeling van het land in 1947 voorstelde.

 

Beide kanten

Als we het over vrede, democratie en burgerrechten willen hebben, is het belangrijk om naar beide partijen te kijken, naar de geschiedenis van beide kanten en de nationale aspiraties aan beide kanten.Of er dan vrede mogelijk is?

 

Kerk in Actie vindt dat beide kanten bereid moeten zijn een deel van hun nationale verlangens op te geven: de Israëli’s zouden moeten opgeven geheel Palestina in bezit te willen hebben en dus de bezetting van de Westbank en de Gazastrook moeten opgeven ten behoeve van een Palestijnse staat. De Palestijnen zouden de gedachte op moeten geven geheel Palestina terug te krijgen, wat de opheffing van de staat Israël zou betekenen. Ook als er twee staten zouden ontstaan, kunnen die zich alleen ontwikkelen als ze goed met elkaar gaan samenwerken. In augustus 2005 trok Israël zich onder grote publieke belangstelling terug uit de Gazastrook. Maar het vredesproces is hiermee niet afgerond. En de bezetting van de Westbank is ook niet opgegeven. De internationalegemeenschap wil wel zo’n vredesproces, aan de hand van de Routekaart. Kerk in Actie hoopt dan ook dat die er komt om beide partijen te verplichten zich aan gedane afspraken te houden.

 

Zolang er geen verdeling van het land mogelijk is, zullen de Joodse en Palestijnse gemeenschap zo met elkaar vervlochten raken, dat nog maar één oplossing overblijft: één staat voor beide gemeenschappen. In feite de beste oplossing, omdat dit Joden de mogelijkheid geeft ook op de plaatsen te wonen waar hun voorouders (nu de Westbank) eens woonden en het biedt de Palestijnen die dat willen de mogelijkheid om terug te keren naar de plekken waar eens de dorpen van hun voorouders stonden. Gezien echter de angst die aan Joodse kant bestaat, gekweekt door eeuwenlang antisemitisme en de trauma’s, woede en pijn door het geweld dat beide elkaar hebben aangedaan sinds 1948 is dit voorlopig een bijna ondenkbare oplossing.

 

Daarom hoopt Kerk in Actie dat het geweld stopt, een proces van heling kan beginnen, en eindelijk de weg van het compromis wordt gekozen. En welke vorm dit ook in politieke zin zal aannemen, het zal in ieder geval moeten betekenen dat men besluit samen in dit nu verdeelde land te leven, ruimte gevend aan elkaar, op basis van gelijkwaardigheid. Twee volken, met één toekomst.

 

3. Een korte geschiedenis

- De Joden tot 1947

De Joodse traditie

Een Jood staat als het ware elke dag voor de berg Sinaï, waar hij de geboden ontvangt, 613 in totaal, beschreven in de Torah. Daar midden in de woestijn (van het leven) is het Woord van God, Zijn verbond met dit volk, een teken van genade en tegelijkertijd een opdracht om Zijn Naam in deze wereld te heiligen. Hij is (nog steeds) met Zijn volk op weg naar het Beloofde Land. Als het ware een processie trekt Jozua het Land Kanaän binnen. Het verblijf in dat land leidt tot hoogtepunten: de bouw van de tempel door Salomo, de zoon van David, maar ook tot een dieptepunt: het volk wordt in ballingschap gevoerd naar Babylonië. Daar vragen Ezra en Nehemia aan de Perzische koning Cyrus om de tempel in Jerusalem weer te mogen herbouwen en roepen zij op om nu ernst te maken met het onderhouden van de Torah.

 

Politieke onafhankelijkheid wordt dan ook niet gevraagd, want het gaat uitsluitend om het onderhouden van de Torah. Als later een deel van het volk in opstand komt tegen de Romeinen en politieke onafhankelijkheid probeert te verkrijgen, wordt de tempel vernietigd en opnieuw gaan veel Joden in ballingschap. De vromen onder hen, met name de Schriftgeleerden en Farizeeën vragen en krijgen van de Romeinen de toestemming om religieuze scholen te bouwen, waar de Joodse traditie kan worden bestudeerd en bewaard. En het is deze studie en deze vroomheid die eeuwenlang de Joodse gemeenschappen in de diaspora beschermd heeft en in leven heeft gehouden. Leven voor religieuze Joden is daarom ‘leven inballingschap’, op weg naar het Beloofde Land. Maar het is alleen de Messias, die hen eens terug zal brengen, eerst naar het onderhouden van de Torah door alle Joden en dan terug naar het Beloofde Land.

 

Het Zionisme

Het Zionisme is een seculiere, niet-godsdienstige, stroming die onder de Joden ontstond in de 19e eeuw in Europa. In die tijd ontstond in Europa het nationalisme, volken die een gemeenschappelijke taal spraken en land bewoonden, gingen zich vormen in nationale staten. Dit leidde wel tot hevige spanningen, die steeds vaker werden afgereageerd op de Joden met racistische jodenvervolgingen: het antisemitisme.

 

De Zionisten riepen in die situatie op tot een eigen Joods nationalisme dat de Joden moest bevrijden, enerzijds uit de ghetto’s en het traditionele Jodendom en anderzijds van de volken om hen heen. De oplossing die zij zagen was een eigen Joodse staat in Palestina. Daarbij maakte het Zionisme gebruik van de traditionele Messiaanse verwachting Der Messias zal bij zijn komst de Joden bevrijden van de ballingschap en de volken en terugvoeren naar Zion. Het grote verschil was echter dat in de religieuze traditie God of de Messias dat zou doen, terwijl de Zionisten zeiden: wij moeten onszelf bevrijden!

 

Aan de andere kant maakten de Zionisten gebruik van beelden die leefden onder de Christenen over het volk Israël: ook die geloofden dat de Joden eens zouden terugkeren naar het land Israël. Ze namen afstand van de Joodse talmud en spraken alleen nog over de bijbel en wilden ook de taal van die bijbel weer gaan spreken (voor religieuze Joden eigenlijk een heilige taal). Om deze redenen kregen de Zionisten ook zeer veel steun van de Christenen in Europa. Door het Zionisme werden Joden niet meer die talmudische Joden die bekeerd moesten worden, maar dat bijzondere volk dat in het land van de bijbel de oorlogen van God voert.

 

Omdat het Zionisme echter een terugkeer naar het Beloofde Land wilde, dit zelfs claimde, zonder de Messias en zonder een terugkeer naar Gods geboden, verwierpen zeer veel religieuze Joden het Zionisme. Er waren altijd wel Joden teruggekeerd naar Palestina, maar dat had verder geen bijzondere godsdienstige betekenis: ook zij moesten nog wachten op de Messias en leefden dus ook nog steeds in de ballingschap, ook al was dat in Palestina. Echter door de toename van het antisemitisme en vooral de opkomst van het Nazisme en de holocaust werd ook voor de meest kritische Joden het vertrek naar Palestina de enige weg om te overleven.

 

Kolonisatie van Palestina

In de loop van de 19e eeuw, maar vooral in de eerste helft van de 20e eeuw, waren Joden naar Palestina vertrokken. Daar vestigden ze zich in landbouwkolonies, in gebieden die nauwelijks werden gebruikt door de ‘inlandse’ bevolking. Ze kwamen als Europeanen met typisch Europese gedachten uit die tijd: Europa

vertegenwoordigde de hoogste beschaving in de wereld. Europeanen, vonden zij, hadden daardoor een missie voor de overige godsdiensten en culturen van de wereld die allemaal minderwaardig waren vergeleken met de Europese. Het feit dat er al mensen, Palestijnen, in het land woonden deed er daarom voor hun gevoel ook weinig toe.

 

De Zionistische leiders probeerden van de grote Europese mogendheden steun te krijgen voor de kolonisatie van Palestina en inderdaad zegde de Engelse Lord Balfour namens Groot Brittannië in 1917 aan de Zionisten toe dat zij het recht hadden om een eigen ‘Joods nationaal tehuis’ in Palestina op te bouwen, weliswaar onder voorwaarde dat niets gedaan zal worden ten nadele van de burger- en religieuze rechten van de niet-joodse gemeenschappen in Palestina. De Lord deed dit enerzijds vanuit anti-joodse gevoelens en zijn christelijke overtuiging. Maar zeker ook omdat hij het goed voor Groot Brittannië vond om een op het Westen gerichte gemeenschap te hebben tussen de oosterse delen van het Midden Oosten en het Suez kanaal, dat in Britse handen was. Om die reden nam Groot Brittannië in 1922 ook graag het mandaat over Palestina aan van de Volkenbond, de voorloper van de Verenigde Naties. De spanning met de lokale Palestijnse bevolking liep echter steeds hoger op. Zij gingen Palestina steeds meer voor zichzelf opeisen.

 

Groot Brittannië wist niet hoe ze dit probleem moest oplossen. Aanvankelijk probeerde zij het op een akkoordje te gooien met de Hashemieten (een koningshuis oorspronkelijk uit Saoedi Arabië), waarbij afgezien van een strook langs de kust voor de Joden, de rest tot wat nu Jordanië heet zou gaan behoren.

Niet alleen de Palestijnse leiding was hier furieus op tegen, maar ook de andere Arabische staten waren beducht voor zoveel Jordaans-Britse macht. Toen de Britten probeerden de Arabieren nog verder tegemoet te komen met stopzetting van alle Joodse immigratie, brak echter de Tweede Wereldoorlog uit met een miljoenenmoord op Joden in Europa. Hun overlevenden konden na de oorlog alleen maar naar Palestina en dit maakte de oplossing van het Joods–Palestijnse vraagstuk voor de Britten zo moeilijk dat ze het mandaat in 1947 aan de Verenigde Naties teruggaven. Die besloot na onderzoek om Palestina in twee delen te verdelen, een Joods en een Palestijns deel, die samen een unie moesten vormen op economisch gebied.

 

- De Palestijnen tot 1947

Altijd ook andere volken in het land

Palestina is altijd bewoond geweest door meerdere volken. De stammen van Israël woonden vooral in het centrale heuvelland, ten westen en ten oosten van de Jordaan en een gedeelte van Galilea. De bewoners van Jeruzalem waren echter ook in de tijd van David voor het merendeel Kanaänieten, terwijl deze volken ook een groot deel van Israël uitmaakten. In het zuiden woonden de Filistijnen en de Edomieten. Lange tijd leefde men met elkaar in vrede. De bijbel beziet deze geschiedenis echter in een godsdienstig perspectief en ziet dit samenleven met de andere volken in Kanaän in een negatief licht, omdat dit ook waardering in Israël van de andere goden in Kanaän betekende. Toen in 587 voor Christus de Tempel in Jeruzalem door de Babyloniërs vernietigd werd en de bovenlaag van het volk van Juda in ballingschap werd geleid, zeiden de profeten dat deze gebeurtenis te wijten was geweest aan deze assimilatie met andere volken.

 

Toen de Babyloniërs verslagen waren door de Perzen, gaf de nieuwe koning Cyrus de Judeërs (nu Joden genoemd) die daarheen gevoerd waren, toestemming om hun tempel in Jeruzalem te herbouwen en ontstond er zo weer een nieuwe Joodse gemeenschap rondom deze stad. Dit leidde echter ook tot spanningen met de Israëlieten die achter gebleven waren en zich vaak hadden vermengd met deplaatselijke bevolking en toen Samaritanen genoemd werden. Ook in die tijd leefden de Joden vooral in het centrale heuvelland, het Overjordaanse en in Galilea, terwijl in het overige land de andere volken in de meerderheid waren: de Filistijnen en Edomieten in het zuiden en de Phoeniciërs langs de kust in het noorden. Zo kon het gebeuren dat bijvoorbeeld Galilea ‘het Galilea der heidenen’ werd genoemd. Joden die temidden van veel niet-joodse buren leefden werden ook toen beïnvloed door de gebruiken en de religie van hun buren. Met de gebeurtenissen van voor de Babylonische ballingschap in het hoofd, werden deze Joden daarom door de vrome Joden rondom Jeruzalem met de nodige achterdocht bekeken: “Kan uit Nazareth iets goeds komen?

 

Zoals gezegd ging het de vrome Joden na de terugkeer uit de Babylonische ballingschap om de herbouw van de tempel en vooral om nu in het Land Israël ernst te maken met de heiliging van God door het onderhouden van Zijn geboden. Deze Joden behoorden vooral tot de partij der Farizeeën. Alleen de extremen onder hen streefden naar politieke zelfstandigheid. De opstand van de Zeloten in 66 na Christus leidde in het jaar 70 tot de vernietiging van de tempel, maar pas na een nieuwe opstand in de tweede eeuw werd het de Joden verboden nog in Jeruzalem te wonen en moesten velen door de armoede, die door de oorlogen ontstaan was, het land ontvluchten. De Farizeeën vreesden dat ook de Joodse godsdienst verloren zou gaan en bouwden vanaf toen religieuze scholen om de Torah te bestuderen. De leraren daar werden rabbijnen genoemd. Deze rabbijnen wezen allerlei stromingen af die de een gevaar betekenden voor de overleving van het Jodendom. Daartoe behoorde ook de ‘secte’ die ontstaan was onder Joden die Jezus als de Messias zagen (daarom hebben Farizeeën zo’n negatieve klank in het Nieuwe Testament). Uit die Messiaanse ‘secte’ ontstond geleidelijk wat wij de christelijke kerken zijn gaan noemen, waartoe in het begin ook veel Joden behoorden. Deze kerken kregen het in de latere eeuwen steeds moeilijker onder de invloed van de keizer van Rome die vond dat deze kerken niet recht in de leer waren, en zij werden in politieke zin verdrukt.

 

Toen in de 7e eeuw de Islam ook Palestina bereikte, gingen vele bewoners over op de nieuwe godsdienst: niet-Joodse bewoners van het land, maar ook veel christenen van de daar bestaande kerken (waaronder velen die van oorsprong Joden waren). Veel oude moskeeën in Israël / Palestina zijn daarom op vroegere

kerken gebouwd. Op deze manier kreeg Palestina geleidelijk een Moslim-meerderheid, maar woonden er ook altijd kleine gemeenschappen van Christenen en Joden. Toen de kruisvaarders in de 11e eeuw het Heilige Land wilden veroveren, en met name de heilige plaatsen, maakten zij vaak nauwelijks onderscheid

tussen Moslims, Joden en Christenen. Zo kon het gebeuren dat Moslims en Joden samen hun stad Haifa tegen de kruisvaarders verdedigden en Moslims en Christenen samen in Jeruzalem door het zwaard van de kruisvaarders stierven. Tweehonderd jaar later werden de kruisvaarders definitief uit het Heilige Land

verdreven en werd het land weer deel van het grote Islamitische rijk dat vanaf de 16e eeuw bekend stond als het Ottomaanse rijk.

 

Toen de Ottomanen in de Eerste Wereldoorlog de kant van Duitsland en Rusland kozen, deden de Britten en Fransen drie dingen:

-  Ze beloofden de Arabieren die in opstand kwamen tegen de Ottomaanse overheersing dat ze politiek zelfstandig zouden worden in een eigen nationale staat.

- Groot Brittannië beloofde de Joden een ‘nationaal tehuis’ (dat is niet een eigen staat) in Palestina, om de Britse belangen bij het Suez kanaal veilig te stellen.

-  Ze verdeelden het Midden Oosten in een Britse en een Franse invloedsfeer: de Fransen namen Syrië, Libanon en het noorden van Irak; de Britten kregen o.a. Egypte, Jordanië en het zuiden van Irak.

 

Dit leidde natuurlijk tot allerlei problemen: de Arabieren verwachtten na de oorlog hun eigen nationale staten te krijgen. De Joden hoopten op hun nieuwe  nationaal tehuis, terwijl ook onder de Palestijnen de hoop op een eigen Palestijnse staat in Palestina ontstaan was.

 

Groot Brittannië probeerde deze problemen op te lossen door de Volkenbond te vragen haar het officiële mandaat over Palestina te geven. Naarmate echter het antisemitisme in Europa toenam en meer Joden naar Palestina vluchtten, liep de spanning met de lokale Palestijnse bevolking op. Toen na de Tweede Wereldoorlog de toestroom van Joden, door de holocaust, steeds groter werd, en in Palestina de situatie onhoudbaar werd voor de Britten, besloten zij hun mandaat aan de Verenigde Naties terug te geven. De Verenigde Naties besloten in 1947 dat de enige oplossing was het land te verdelen in een Joods en een

Palestijns deel, die samen een economische unie moesten vormen, met Jeruzalem als een internationale stad (de bekende resolutie 181, zie hieronder). Op dat moment leefden er 1.400.000 Palestijnen en 600.000 Joden in Palestina.

 

- 1947 – 1948: onafhankelijkheidsstrijd en Naqba

De Zionisten, onder leiding van Ben Gurion, waren blij met de internationale erkenning van een Joodse staat in Palestina, maar ze verwierpen de rest van de resolutie. Ze erkenden niet dat de Palestijnen recht hadden op hun deel, met vaste grenzen en onderlinge economische samenwerking, noch het feit dat

Jeruzalem – vanwege de heilige plaatsen - een internationale stad zou moeten blijven. Ook gingen ze niet akkoord met het feit dat Arabische grond in de toekomstige Joodse staat niet zo maar onteigend mochtworden. In feite wilden de Zionisten – voor het bereiken van een sterke Joodse staat - geheel Palestina

voor zich opeisen en daarvoor moesten de Palestijnse rechten geheel genegeerd worden.

 

De Palestijnen vonden de verdeling van hun land absurd, onpraktisch en vooral onrechtvaardig. De omliggende Arabische staten verwierpen de VN–resolutie in z’n geheel, niet alleen omdat ze tegen een Joodse staat op Arabisch grondgebied waren, maar vooral ook om de onderlinge wedijver over wie van

hen het meeste recht op Palestina kon claimen. Een Joods–Arabische oorlog was het gevolg, met als resultaat dat de Staat Israël werd opgericht op 78%

van het land Palestina. Maar ook had de oorlog de ‘Naqba’, de ramp, tot gevolg: de verdrijving van meer dan 700.000 Palestijnen die daar hadden gewoond. In de jaren daarna zouden hun dorpen worden vernietigd en hun land geconfisqueerd. De Arabische legers waren niet ten oorlog getrokken tegen de

Joodse staat, zij hadden vooral geprobeerd het Palestijnse deel in hun bezit te krijgen. Uiteindelijk kwam de Westbank bij Jordanië terecht, inclusief Oost- Jeruzalem, en werd de Gazastrook bezit van Egypte.

 

Voor de belangen van de lokale Palestijnse bevolking had niemand oog. In feite is er sinds 1947 nauwelijks iets veranderd in het conflict tussen Israël, de Palestijnen en de omliggende Arabische landen:

 

- Het uitgangspunt van de Israëlische politiek is altijd geweest om op termijn het gehele land Palestina in bezit te krijgen. Daarbij is het wel mogelijk om vrede te maken met de omringendeArabische landen en met hen samen te werken. Men probeert steevast te voorkomen om tot een officiële erkenning te komen van de nationale rechten van de Palestijnen. Immers, elke erkenning zou een compromis over de landverdeling tot gevolg hebben. Daarom is het volgens Israël beter

dat de Palestijnen opgenomen worden in de omringende Arabische landen of elders in de wereld.

 

-  Het uitgangspunt van de Palestijnen is het oprichten van een eigen staat in wat nu de bezette gebieden zijn. De Palestijnen zijn er door de jaren heen in geslaagd om als volk te overleven en een morele erkenning te krijgen van hun rechten. Met name een VN-resolutie van 1949, die hun recht op terugkeer stipuleert, speelt hierin een belangrijke rol. Maar in politieke zin is de oprichting van een eigen staat Palestina nog steeds niet mogelijk gebleken, ook niet als deze alleen in de huidige bezette gebieden zou moeten komen.

 

- Het uitgangspunt van de Arabische landen is nog steeds niet het verdedigen van de belangen van de Palestijnen, maar vooral de wedijver om de suprematie in de Arabische wereld en aan de hand daarvan is men officieel in strijd of in vrede met de Joodse staat.

 

- De internationale gemeenschap tenslotte heeft destijds wel het recht erkend van Joden op een eigen nationaal tehuis en dit ook bekrachtigd via VN-resoluties. Ze heeft tegelijkertijd nog geen ernst gemaakt met de realisatie van een staat Palestina naast de staat Israël, vooral door tegenwerking van de Westerse landen. Dit laatste komt vooral voort uit schuld voor het antisemitisme en christelijke steun voor een Joodse staat.

 

Hieronder laten wij de belangrijkste passages* volgen uit de VN-resoluties, die over Israël en Palestina zijn genomen:

 

Resolutie 181 (verdelingsplan van Palestina) in 1947:

‘Om het probleem van de toekomst van Palestina op te lossen besloot de VN het gebied van Palestina als volgt te verdelen:

• Een Joodse staat, 56% van Palestina met een bevolking van 498.000 Joden en 325.000 Arabieren.

• Een Arabische staat, 44% van Palestina met 807.000 Arabische bewoners en 10.000 Joodse bewoners.

• Een internationaal bestuur in Jeruzalem, met een bevolking van 100.000 Joden en 105.000 Arabieren.’

 

Reso lutie 194 (III) in 1948:

‘De Algemene Vergadering besluit dat de (Palestijnse) vluchtelingen, die wensen terug te keren naar hun huizen en in vrede te leven met hun buren, dat toegestaan zou moeten worden op de vroegst praktische datum, en dat compensatie betaald zou moeten worden voor het eigendom van hen die verkiezen niet

terug te keren.’

 

Resolutie 242 in 1967:

‘De veiligheidsraad bevestigt dat een rechtvaardige en duurzame vrede in het Midden Oosten de volgende principes zou moeten bevatten:

Terugtrekking van het Israëlische leger uit bezet gebied in het recente conflict.

• Beëindiging van de oorlog en erkenning van elke staat in het gebied en hun recht om in vrede te leven binnen veilige en erkende grenzen, vrij van dreiging of geweld.’

Voor de letterlijke en volledige tekst zie  http://unispal.un.org/unispal.nsf/udc.htm

 

4. Democratie en burgerrechten in Israël

De staat Israël zal open staan voor Joodse immigratie en voor de inzameling uit de ballinschap; het zal de ontwikkeling van het land bevorderen voor al haar inwoners; het zal gefundeerd worden op vrijheid, rechtvaardigheid en vrede zoals de profeten van Israël dit zagen; het zal volledige gelijkheid van sociale

en politieke rechten verzekeren voor al haar inwoners onafhankelijk van godsdienst, ras of geslacht; het zal vrijheid garanderen van godsdienst, geweten, taal, onderwijs en cultuur; het zal de Heilige Plaatsen van alle godsdiensten beschermen; en het zal trouw zijn aan de beginselen van het Handvest van de Verenigde Naties’, zo staat in de Onafhankelijkheidsverklaring van 1948.

 

Israël democratie?

Zoals de eerste zin uit de verklaring laat zien is Israël geen gewone staat. Israël wil allereerst een Joodse staat zijn, een staat waar alle Joden ter wereld niet alleen welkom zijn, maar zelfs behoren te gaan leven. Wie als Jood besluit in Israël te gaan wonen, wordt dan ook op allerlei manieren door de staat

ondersteund met woonruimte en tal van subsidies. De staat is er om Joden waar dan ook ter wereld te beschermen en in Israël een eigen Joodse samenleving op te bouwen. Daarvoor is land nodig en een leger. Op grond van ‘historische rechten’ wordt aanspraak gemaakt op al het land dat eens door Joden werd bewoond. In de praktijk wil men alleen zoveel in bezit nemen als wat door een Joodse meerderheid kan beheerst worden. Israël heeft een zeer sterke democratie, dat wil zeggen: voor de Joden. In 1985 werd nog eens voor de duidelijkheid een wet in het Israëlisch parlement aangenomen die bepaalde dat Israël ‘de staat is van het Joodse volk’ en dat alleen politieke partijen die dit onderschrijven aan de verkiezingen kunnen deelnemen.

 

Tweederangs burgers

Dit laatste laat ook zien waarom van het tweede deel van de verklaring ‘volledige gelijkheid van sociale en politieke rechten voor al haar inwoners, onafhankelijk van godsdienst of ras’ niets is terecht gekomen: niet-Joden en met name Palestijnse burgers worden in Israël gediscrimineerd. Na de onafhankelijkheidsoorlog in 1948 is hun het meeste land ontnomen, hun dorpen en steden kunnen nauwelijks uitbreiden en land kan alleen van Arabische in Joodse handen overgaan en nooit andersom.

 

Palestijnse burgers in Israël lopen talrijke overheidsdiensten en subsidies mis, omdat voor veel daarvan de voorwaarde is dat men in het leger gediend moet hebben (en Palestijnse burgers mogen dat niet). Zo vormen de Palestijnse burgers in Israël tweederangs burgers met relatief de grootste armoede, gebrek

aan onderwijs en toegang tot gezondheidszorg. Als reden hiervoor wordt vaak door Israël genoemd dat Palestijnen zich meer solidair zullen tonen met hun volksgenoten in de bezette gebieden en daarom niet te vertrouwen zijn.

 

Verschillende stromingen

Officieel beschouwt Israël zich een Joodse èn een democratische staat. In de praktijk echter is het moeilijk om beide te zijn: een Joodse staat is er speciaal voor Joden, terwijl een democratische staat geen onderscheid maakt tussen haar burgers. Allen zouden dan gelijke rechten en plichten moeten hebben. Over deze vraag wordt in Israël zeer verschillend gedacht. Waar wij in het Westen het meeste van horen en die het sterkst in de politiek zijn vertegenwoordigd, zijn de zogenaamde Neozionisten. Zij zitten vooral in de rechtse partijen in het Israëlisch parlement en enkele belangrijke religieuze partijen, daarnaast zijn het vaak kolonisten in de bezette gebieden. Deze stroming staat een nationalistische koers voor Israël voor: Israël moet vooral een Joodse staat zijn en proberen geheel Palestina in bezit te houden, voor zover dat met een Joodse meerderheid mogelijk is. Palestijnen moeten zo min mogelijk binnen de Joodse staat aanwezig zijn, wat te bereiken valt via maatregelen die hun verblijf in Israël onaantrekkelijk of moeilijk maken. Om deze nationalistische koers te rechtvaardigen worden religieuze argumenten gebruikt.

 

Tegenwoordig wil deze stroming het conflict met de Palstijnen vooral afschilderen als een oorlog tussen de Joods-christelijke westerse beschaving en het islamitisch-Arabisch terrorisme. Daartegenover is er in Israël een stroming van Post-Zionisten, vooral sterk in de grote steden Tel Aviv, Haifa en op de universiteiten. Zij zeggen dat de begrippen Joodse staat en democratische staat onderling tegenstrijdig zijn en dat Israël moet kiezen tussen beide. Zij pleiten daarbij voor Israël als democratische staat, een staat die gelijke rechten geeft aan alle burgers, Jood en Palestijn. Deze stroming wil een einde aan de bezetting maken, die ze als een gevaar ziet voor een definitieve vrede.

 

Partners

Het is tegen deze achtergrond dat Kerk in Actie in Israël met name organisaties en projecten steunt die een gelijk burgerschap voor iedereen willen bevorderen. Dit kunnen organisaties zijn waarin Joden en Palestijnen samenwerken, Joodse organisaties of Palestijnse organisaties die aan emancipatie binnen Israël werken.

 

5 Democratie en mensenrechten in de Palestijnse gebieden

Eenwording van de Palestijnen

In het Ottomaanse rijk dat van de 16e tot de 20e eeuw het gehele Midden Oosten omvatte verhuisden mensen makkelijk, al naar gelang waar veiligheid en levensonderhoud het beste waren. Dat gold ook voor Palestina. Een groot deel van haar bewoners woonde daar de eeuwen door, maar ook een deel kwam

daar vanwege toegenomen economische activiteit door de Joodse kolonisatie. Het is echter de Nakba, de ramp, de vlucht in 1948 van 750.000 mensen uit het gebied dat de staat Israël werd, die de Palestijnen tot één volk heeft gemaakt.

 

Opkomst van de PLO

De Arabische staten hadden in 1948 de uitgeroepen Joodse staat aangevallen, niet zozeer om de Palestijnen in dat gebied te helpen, maar vooral uit onderlinge wedijver wie van hun de belangrijkste Arabische staat in het Midden Oosten zou worden. Ook na die tijd, in de 50- en 60-er jaren zagen de Arabische staten rondom Israël het als hún taak om de strijd tegen Israël te voeren en niet iets voor de Palestijnen zelf. De PLO, de Palestijnse Bevrijdings Organisatie, werd dan ook opgericht in 1964 door Arabische staten om op die manier controle te krijgen over de Palestijnse strijders die in kleine groepjes Israël binnen vielen. Toen de Arabische staten echter in 1967 door Israël compleet verslagen werden, konden de Palestijnen zelf - onder leiding van Yasser Arafat – de PLO overnemen. Vanaf dat moment werd de PLO voor de Palestijnen de organisatie waarin ze allen vertegenwoordigd waren. De PLO kwam voor hun belangen op.

 

Eerste Intifada

De militaire strijd stond voor de PLO voorop, in het begin met guerilla-aanvallen, later met vliegtuigkapingen en men probeerde in 1970 zelfs de macht in Jordanië over te nemen. Dit mislukte en de PLO werd verdreven naar Libanon. Daar mocht en kon de strijd vanuit het zuiden van Libanon verder gevoerd worden, totdat Israël in 1982 binnenviel en de PLO naar Tunesië moest vertrekken.

 

In de door Israël bezette gebieden was inmiddels een nieuwe generatie jongeren opgegroeid, goed opgeleid en steeds meer gefrustreerd over het gebrek aan rechten en mogelijkheden voor ontwikkeling van hun Palestijns gebied. Dit leidde tot de eerste Intifada, in 1987, een opstand die Israël maar moeilijk neer kon slaan zonder excessief geweld te gebruiken. En zo kwam het in de 90-ger jaren tot het zogenaamde Oslo-proces: in feite zocht Israël een Palestijns gezag dat de onrust in de bezette Palestijnse gebieden onder de duim kon houden. Arafat en de PLO op hun beurt zagen vanuit het verreTunis dat een nieuw Palestijns leiderschap in de bezette gebieden aan het ontstaan was, dat hun positie bedreigde. Aldus kwamen Israël en de PLO overeen dat Arafat (en de PLO) naar het Palestijns gebied kon terugkeren, indien hij daar de orde bewaarde. In de toekomst zou over een Palestijnse staat gesproken kunnen worden.

 

Palestijns Gezag

Van deze overeenkomst tussen Israël en de PLO kwam niets terecht. Israël bouwde veel nederzettingen in het Palestijnse gebied, in de vruchtbaarste en meest strategische plaatsen. Het verbood Palestijnen voortaan in Israël te werken, verving hun arbeidskracht met arbeiders uit Azië en Oost-Europa, met als gevolg dat steeds meer Palestijnen werkloos werden en de economie in de bezette gebieden sterk achteruitging. Een eventuele Palestijnse staat werd daarmee praktisch onmogelijk gemaakt, terwijl Israël van het Palestijnse Gezag bleef vragen om de onrust en ontevredenheid onder de Palestijnen onder de knoet te houden. Het Palestijns Gezag, onder leiding van Arafat, stond voor de vraag: zijn we in feite nog steeds met een militaire strijd bezig voor het bereiken van een eigen staat òf zijn we nu een Palestijnse staat in wording?

 

Het eerste betekende het Palestijns Gezag als een soort revolutionaire leiding (ondemocratisch, als een leger met vele geheime connecties), het tweede de opbouw van democratische instellingen met inspraak en publieke verantwoording van gevoerd beleid. Die keuze was moeilijk – en is nog steeds moeilijk –

omdat de bezetting voortduurt. Het Palestijns Gezag besloot in elk geval dat men zelf de leiding wilde houden. En dat leidde tot steeds meer willekeur en corruptie en geen echte inspraak.

 

Tweede Intifada

Deze beide, het beleid van Israël om het ontstaan van een Palestijnse staat onmogelijk te maken èn de willekeur, corruptie en autoritaire leiding van het Palestijns gezag, leidde tot de tweede Intifada in 2000, een opstand een nieuwe generatie Palestijnse leiders tegen het beleid van Israël en tegen het Palestijnse Gezag. Deze tweede Intifada heeft vooral de opkomst van de Islamistische verzetsgroepen Hamas en Islamic Jihad getoond. Voor veel Palestijnen is niet zozeer hun Islamitisch fundamentalisme aantrekkelijk, maar wel hun integriteit: Hamas en Islamic Jihad voeren de strijd tegen Israël niet uit eigen winstbejag en zijn erg actief om de slachtoffers van de bezetting te helpen op medisch en ander sociaal terrein en daarom een goed alternatief voor Arafat en de zijnen. Beide groepen zijn destijds door Israël verwelkomd om het gezag van Arafat te verzwakken, maar nu keert hun strijd zich ook tegen Israël zelf. De nieuwe president Mahmoud Abbas heeft zich ten doel gesteld een eind te maken aan het geweld van deze verzetsgroepen.

 

Geweld of geweldloosheid?

Nog steeds zijn er binnen de Palestijnse gemeenschap twee stromingen: de ene die zegt dat Israël alleen door militair geweld bereid is concessies te doen (zo worden ook zelfmoordaanslagen gerechtvaardigd), de andere stroming wil een geweldloos verzet tegen de bezetting en voorbereiding op een eigen democratische staat. Het is vooral de voortdurende bezetting die een keuze tussen beide stromingen moeilijk maakt

 

Kerk in Actie vindt Palestijns verzet tegen de bezetting gerechtvaardigd, inclusief waar deze militaire verdediging inhoudt van de Palestijnse gemeenschap en hun nationale rechten. Daarbij steunt het echter vooral de bovengenoemde tweede stroming: zij die dit verzet op een geweldloze manier willen realiseren, via demonstraties, via een appèl op internationaal recht, via het bekendmaken van wat er in hun gebied gebeurt, via bereidheid tot onderhandelingen met Israël. Tot deze stroming behoren ook organisaties die werken aan de opbouw van democratische instellingen, aan goede wetten voor een Palestijnse staat en een open en vrije Palestijnse samenleving.

 

6 Werken aan vrede

Vrede kan volgens Kerk in Actie alleen bereikt worden als Joden en Palestijnen elkaar in hetzelfde land accepteren als gelijkwaardig partner met gelijke rechten. Hoe makkelijk dit te zeggen en hoe gemakkelijk dit ook voor te stellen is als een rationele oplossing van het conflict door een ‘buitenstaander’, de weg er naar toe voor de direct betrokkenen is nog erg lang

 

Christenen medeverantwoordelijk

Allereerst is het van groot belang dat wij onderkennen dat wij geen buitenstaanders in dit conflict zijn. De aanwezigheid van Joden in een Joodse staat in Palestina is het directe en permanente resultaat van de holocaust en het antisemitisme in Europa. En de vraag is of dit antisemitisme en deze holocaust ooit deze omvang zouden hebben gekregen, als die niet kon voortbouwen op een eeuwenlange christelijke traditie van jodenhaat. Dit betekent dat wij in Europa vandaag, en als christenen in het bijzonder, misschien niet direct schuldig maar wel medeverantwoordelijk zijn voor het tragische conflict dat zich tussen Joden en Palestijnen in Palestina is gaan afspelen.

 

Verzoening en vrede?

Het vertrek naar Palestina was voor de Joden minder een keus dan een noodzakelijke en enig mogelijke stap om als Jood en als volk te kunnen overleven. De aankomst van Joden in Palestina en de oprichting van een eigen Joodse staat in 1948 had echter tot gevolg een massale landonteigening van de Palestijnen. Met andere woorden: het onrecht dat Joden werd aangedaan in Europa leidde tot nieuw onrecht jegens de Palestijnen, zonder dat Joden en Palestijnen daar veel aan hebben kunnen doen.

 

Voorwaarde voor het bereiken van verzoening en vrede tussen Joden en Palestijnen is daarom: • De erkenning door Europa, christenen en Palestijnen van de traumatische massaslachting van Joden in Europa, die noodzakelijkerwijs leidde tot het vertrek van Joden naar Palestina. • De erkenning door Europa, christenen en Joden dat de oprichting van een Joodse staat in Palestina geleid heeft tot de traumatische massa-onteigening van Palestijns land en het opgang brengen van een massale vluchtelingenstroom.

 

Erkenning van dit historisch onrecht betekent dat er van geen oplossing sprake kan zijn alléén voor Joden of alléén voor de Palestijnen, maar alleen een gezamenlijke oplossing, in een gezamenlijke toekomst. Momenteel zijn Joden en Palestijnen daar nog niet toe in staat. De wonden van het verleden, van ouders en grootouders, zijn nog veel te dichtbij. Terwijl er bij de jongere generaties nieuwe wonden bijkomen vanwege het geweld jegens elkaar. Niet zozeer omdat men elkaar haat, maar omdat de verwondingen in het verleden hen blind maken voor het slachtofferschap van de ander. Dit maakt het misschien noodzakelijk dat Joden en Palestijnen in de diaspora en de internationale gemeenschap een proces tot permanente verzoening en vrede moeten bewerkstelligen.

 

De koers van de Israëlische politiek is eenzijdig. Gebaseerd op het Zionisme zoekt de Israëlische regering vrede, veiligheid en nationale ontwikkeling uitsluitend voor Jóden. Ook de koers van de PLO is meer gebaseerd op de hoop van een demografische meerderheid van Palestijnen ten westen van de Jordaan over een tiental jaren, dan dat zij ernst maakt met een vredesproces met Israël. Een scheiding van Joden en Palestijnen met een muur en permanente overheersing door Israël van de Palestijnen kan daarom geen oplossing betekenen.

 

Zelfs de oprichting van een Palestijnse staat naast de staat Israël zou wel meer stabiliteit en rust in de regio kunnen brengen, maar nog geen verzoening en samenwerking tussen Joden en Palestijnen betekenen. Immers Joden zullen blijven verlangen naar de plaatsen waar ook eens hun voorouders hebben gewoond; Palestijnen zullen blijven verlangen naar de plaatsen waar eens hún voorouders hebben gewoond. Daarom kunnen beide gemeenschappen, Joden en Palestijnen, alleen in dit land Palestina leven als dat samenleven gebaseerd is op wederzijds respect en samenwerking, in twee afzonderlijke staten of – eigenlijk beter, maar veel moeilijker te bereiken – in één gezamenlijke staat Israël/Palestina. De benadering van een dergelijke oplossing wordt die genoemd van co-existentie of een binationale benadering. Vredesgroepen die door Kerk in Actie gesteund worden, worden door die benadering gekenmerkt.

 

5. Ondersteunende materialen

Ter ondersteuning van de diverse activiteiten kunt u gebruik maken van verschillende materialen. Tenzij anders vermeld kunt u het materiaal verkrijgen via de:

1. Servicedesk van Kerk in Actie, Postbus 456, 3500 AL te Utrecht, tel. (030) 880 13 40, fax (030) 880 14 57, e-mail: Dit e-mailadres is beschermd tegen spambots. U heeft JavaScript nodig om het te kunnen zien. .

2. Kerk in Actie Brochureverkoop, Postbus 8504, 3503 RM Utrecht, tel. (030) 880 13 37, fax (030) 880 14 57, e-mail: Dit e-mailadres is beschermd tegen spambots. U heeft JavaScript nodig om het te kunnen zien.

De materialen die bij Brochureverkoop verkrijgbaar zijn, zijn ook te bekijken of te bestellen op onze website: www.kerkinactie.nl > webwinkel.

 

Audiovisueel materiaal

Fotoserie Vrede, democratisering en burgerrechten (€5,-) De fotoserie Vrede, democratisering en burgerrechten bestaat uit tien kleurenafdrukken van foto’s met

begeleidende tekst op A4-formaat. De fotoserie geeft een beeld van de conflictsituatie in Israël en de Palestijnse gebieden en toont hoe diverse partners van Kerk in Actie strijden voor een betere situatie. Een prima serie om op een centrale plek op te hangen. Zo kunt u dit werk voor langere tijd onder de aandacht te brengen. Voor € 5,- te koop bij Brochureverkoop.

 

Schriftelijk materiaal

Projectinformatie

Zie de website van Kerk in Actie: www.kerkinactie.nl > wereldwijde hulp > Israël / Palestijnse gebieden. U kunt de informatie gebruiken als basis voor een kanselafkondiging, maar ook als informatievel bij acties of collectes. U kunt deze projectinformatie zelf printen en kopiëren.

Liturgisch materiaal

Zie de Liturgiesuggesties op de website van Kerk in Actie Interactief. www.kerkinactie.nl/interactief > info per land > Israël Interactief > documentatie

www.kerkinactie.nl/interactief > info per land > Palestijnse gebieden Interactief > documentatie

Handreiking fondsenwerving

Deze uitgave staat boordevol tips over het organiseren van fondsenwervende evenementen, adviezen over het houden van collecten in de kerk. Deze gratis handreiking is te bestellen bij Kerk in Actie/Brochureverkoop.

Spaardoosjes Kerk in Actie

De kleurrijke spaardoosjes van Kerk in Actie maken er een feest van om in de kerk, tijdens de kindernevendienst, maar ook thuis of op school te sparen voor projecten van Kerk in Actie. Deze gratisspaardoosjes zijn te bestellen bij Kerk in Actie/Brochureverkoop.

Openbare bibliotheek

In de openbare bibliotheek zijn vaak ook interessante uitgaven te vinden en meestal zijn er knipselkranten op onderwerp.

 

Spreker

Als u gemeenteleden op een aparte bijeenkomst uitvoeriger wilt informeren over het project, het land of het onderwerp dat in deze bijdrage besproken wordt of over het werk van Kerk in Actie in het algemeen, dan kunt u een spreker uitnodigen. Bij de Helpdesk van Kerk in Actie kunt u informeren wat de mogelijkheden

zijn.

 

Websites

Wanneer u toegang tot het internet heeft, kunt u via zoekmachine op zoek gaan naar websites over dit land. De verschillende websites bieden o.a. algemene informatie over Israël en de Palestijnse gebieden,informatie over de religie, taal en reisinformatie.

 

Enkele interessante pagina’s waar u meer informatie kunt vinden, zijn:www.kerkinactie.nl Dit is de eigen website van Kerk in Actie. Hier vindt u onder andere informatie over de diverse projecten die u via Kerk in Actie kunt steunen. In de webwinkel ziet u welke artikelen er te bestellen zijn.

 

www.minbuza.nl In het landenoverzicht van deze website van het Ministerie van Buitenlandse Zaken staat extra informatie over Israël en de Palestijnse gebieden.

 

www.sivmo.nl Dit is de site van SIVMO, het Steuncomité voor Israëlische Vredesgroepen en Mensenrechtenorganiaties.

 

www.eajg Site van Een Ander Joods Geluid, actiegroep die een andere visie geeft op het conflict tussen Israël en de Palestijnen.

 

Engelstalige websites

 

www.mezan.org De site van Al Mezan. Op deze site staan weer links naar allerlei interessante sites

 

www.gush-shalom.org De site van Gush Shalom

 

www.haaretzdaily.com Site van Israëlische krant die op onafhankelijke wijze bericht over de actuele situatie ter plaatse.

 

 

 


 

 

Wereldraad van Kerken over Israëlische nederzettingen

Hieronder een vrije vertaling van het eerste gedeelte van een verklaring van het Centrale Comité van de Wereldraad over Israelische nederzettingen in de bezette gebieden. Deze verklaring is van september 2009.

 

Het is geen gemakkelijke kost wat hier volgt, neem er even de tijd voor!

 

Terwijl het besluit van de VN van 1947 (Resolutie 181) om in Palestina twee staten te vestigen gedeeltelijk werd bereikt met de oprichting van de staat Israel, wordt er nog steeds gewacht op de verwezenlijking van het tweede deel van die resolutie: de oprichting van een Palestijnse staat.

 

Het nederzettingen beleid van Israël in de gebieden, die al sinds 1967 bezet worden, is een hindernis om een levensvatbare Palestijnse staat te vestigen. De voortdurende bezetting van land voorbij Israëls internationaal erkende grenzen (de grenzen van 1949/ Groene Lijn) wordt vrijwel algemeen verworpen en ondervindt overal ongeloof omdat het illegaal en onrechtvaardig is. Het is onverenigbaar met vrede en is ook strijdig met de werkelijke belangen van de staat Israël.

 

Terwijl het eigen recht van Israel op een bestaan in veiligheid overal in de wereld sympathie en solidariteit oproept, wekt het beleid van uitbreiding van nederzettingen en in beslagname van land ongenoegen en vijandigheid op.

 

Er zijn ongeveer 200 nederzettingen met meer dan 450.000 kolonisten in Bezet Palestijns Gebied, inclusief het geannexeerde Oost Jeruzalem. Het bestaan van de nederzettingen maakt de vredes pogingen door de internationale gemeenschap kwetsbaar en vrijwel onmogelijk. Zelfs op het verzoek om een ‘nederzettingen stop’ door Israëls belangrijkste bondgenoot, de Verenigde Staten, wordt gereageerd met weer een ronde van doelbewuste vertragingen, tijdelijke concessies en het stellen van voorwaarden. Israël verliest hierdoor goodwill, ze vernietigt hoop en maakt zinvolle onderhandelingen onmogelijk. Een bevriezing van het nederzettingen beleid zou Israëls goede wil tonen.

 

Het is bemoedigend dat de VS en regeringen van veel staten het vaste voornemen hebben uitgesproken om obstakels voor vrede uit de weg te ruimen en een einde te maken aan het Israël-Palestina conflict. Dit moet gebeuren door onderhandelingen, die zowel alles omvattend als overtuigend moeten zijn. En dit zal het begin zijn van nieuwe verhoudingen in het Midden Oosten. Het is echter ontmoedigend dat gebeurtenissen in Bezet Palestijns Gebied en in Oost Jeruzalem steeds weer aantonen hoe onbuigzaam Israël is door het voortdurend opwerpen van nieuwe hindernissen voor vrede.

 

In plaats van het bevriezen van activiteiten rond de nederzettingen, gaat het werk gewoon door bij grote en kleine nederzettingen. De Israëlische regering heeft nog steeds het plan om 2500 nieuwe huizen te bouwen in Oost Jeruzalem en op de bezette Westelijke Jordaanoever. Dit beleid zorgt er steeds weer voor dat Palestijnse burgers binnen bezet gebied uit hun woningen worden verdreven. Honderden gezinnen kregen van de Israëlische autoriteiten te horen dat hun huizen vernietigd zullen worden. Ook eigendommen van kerken lopen gevaar, vooral vanwege de uitbreiding van de nederzettingen en woningen in Oost Jeruzalem. Dit zijn slechts voorbeelden van een veel grotere tragedie.

 

Het bestaan van deze illegale nederzettingen en de daarbij behorende infrastructuur inclusief de scheidingsmuur, het in beslag nemen van Palestijns grondgebied tot voorbij de Groene Lijn (de zogenaamde veiligheid zones) en het brede netwerk van tunnels, wegomleggingen en controle posten ontnemen de Palestijnen toegang tot grote delen van hun land en waterbronnen. Ze worden hierdoor beperkt in hun bewegingsvrijheid, het tast hun fundamentele menselijke waardigheid aan en in veel gevallen hun recht op leven. Het heeft ook dramatische effecten op het recht van Palestijnen op onderwijs en toegang tot gezondheidszorg. Het vernietigt de Palestijnse economie door het transport van producten te belemmeren, waardoor het vrijwel onmogelijk is om een levensvatbare Palestijnse staat tot stand te brengen. Het gevoel van ontheemd zijn en van wanhoop onder de Palestijnse bevolking neemt toe en het draagt bij tot groeiende spanning in de regio, wat weer een bedreiging vormt voor de veiligheid van Israël.

 

De illegale nederzettingen in en om Jeruzalem brengen de toekomst van de heilige stad in gevaar. Daar zou over onderhandeld moeten worden als onderdeel van een alles omvattend vredes akkoord. De nederzettingen isoleren Jeruzalem van de rest van de Palestijnse Westelijke Jordaanoever. Families worden er door van elkaar gescheiden en essentiële economische, religieuze en culturele banden worden verbroken. De inwoners van Oost Jeruzalem worden in hun rechten beperkt door het in beslag nemen van identiteitspapieren, het beperken van bouwvergunningen, het onmogelijk maken van gezinshereniging enz. Dit alles is er op gericht om de aard van de heilige stad te veranderen. Die stad zou juist open moeten staan voor iedereen en gedeeld moeten worden door de twee volken en de drie godsdiensten.

 

Tot zover het eerste deel van de verklaring. Het tweede gedeelte is nogal formeel/ juridisch gesteld, zoals gebruikelijk bij moties en officiële verklaringen. Hier volgt slechts een samenvatting van het tweede gedeelte:

 

- De verschillende organen van de Wereldraad hebben al eerder standpunten ingenomen, het beleid van de raad is daarin consistent.

 

- De Vierde Conventie van Geneve roept op tot naleving van de verklaring van 2001. Daarin wordt de onrechtmatigheid van nederzettingen opnieuw bevestigd. Ook wordt de bezettende macht opgeroepen om de Conventie van Geneve (2002) volledig en feitelijk te respecteren.

 

- Het Centrale Comité is overtuigd van de noodzaak van een internationale boycot van goederen die geproduceerd zijn in de illegale Israëlische nederzettingen in de bezette gebieden. Lid kerken en gelovigen worden opgeroepen deel te nemen aan niet-gewelddadige acties tegen de verwoesting van Palestijnse eigendommen en gedwongen uitzetting van mensen ui hun huizen en van land.

 

- Het Centrale |Comité is er van overtuigd dat kerken niet medeplichtig moeten zijn aan illegale activiteiten in bezet gebied. Zoals verwoesting van Palestijnse huizen en land, de bouw van nederzettingen en de bijbehorende infrastructuur en de scheidingsmuur. Kerken hebben mogelijkheden om rechtvaardige, transparante en geweldloze economische maatregelen te nemen tegen deze illegale activiteiten.

 

- Het Centrale Comité is teleurgesteld dat Israël doorgaat haar grondgebied uit te breiden ten koste van de Palestijnse bevolking.

 

- De Raad roept opnieuw alle lid kerken op om hun betrokkenheid te tonen en mensen steun te  geven en aan te moedigen tot deelname niet-gewelddadige acties.

 

Op grond van het bovenstaande roept de Wereldraad lid kerken en verwante organisaties tot de volgende actie:

 

- Bidden voor de mensen die lijden onder de gevolgen van de ruim tweehonderd illegale nederzettingen op de Westelijke Jordaanoever en in Oost Jeruzalem.

 

- Luisteren naar de vraag om concrete acties van de christelijke kerken in Jeruzalem.

 

- Druk uit oefenen op Israëlische regering en Palestijnse Autoriteit om de heilige plaatsen open te stellen voor alle gelovigen van de drie godsdiensten.

 

- Beroep doen op beide regeringen om in het belang van de vrede onderscheid te maken tussen de legitieme belangen van Israël en zijn illegale nederzettingen.

 

- Bevraag regeringen die inconsequent handelen door aan de ene kant humanitaire en ontwikkelingshulp te bieden aan Palestijnen, maar aan de andere kant het nederzettingen beleid van Israël gedogen.

 

- Ten slotte doet het Centrale Comité een beroep op de regering van Israël om de Vierde Conventie van Geneve te respecteren en de uitbreiding van nederzettingen voor onbepaalde tijd te stoppen.

 

- En doet een beroep op lid kerken en gelovigen om praktische steun te geven aan niet-gewelddadige acties tegen het in beslag nemen van land etc. En om de Amman oproep van 2007 aan te nemen.

 

- En moedigt mensen aan die zich inzetten voor ‘land voor vrede’.

 

- En vraagt de regering van de VS er op toe te zien dat de kwestie van de nederzettingen opgelost wordt als onderdeel van een alles omvattende vredes overeenkomst.

 


 

 

De Bedoeïenen van de Jordaanvallei

Ongeveer 15.000 Palestijnse Bedoeïenen wonen in de Jordaan Vallei. Het is een gemeenschap van stammen die met elkaar verbonden zijn door dezelfde geschiedenis, cultuur, afstammingslijn en stijl van leven. De Bedoeïenen zijn een half-nomadisch herdersvolk en ze hebben een centrale plaats in een Palestijnse traditie en cultuur. Al duizenden jaren lang hebben ze door het land gezworven.

  

Traditioneel wonen Bedoeïenen in tenten gemaakt van geitenhaar, ze zwerven door het land, fokken vee en produceren onder andere kaas en melk. De Bedoeïenen zijn er goed in geslaagd om zich aan ongunstige omstandigheden aan te passen. Hun overleving was altijd afhankelijk van de soorten gebieden waar ze zich konden vestigen. Gebieden rijk aan natuurlijke hulpbronnen zoals water en land om hun kudden te laten grazen. In de zomer trokken ze de heuvels in en vroeg in de winter kwamen ze weer terug naar de valleien.

 

De Jordaan Vallei omvat bijna een derde van het land van de West Bank. Dit gebied zou ruim voldoende zijn voor de Bedoeïenen om een goed leven te leiden en hun traditionele levenswijze te behouden. De overvloed aan vruchtbare grond, het warme klimaat, meer dan voldoende water bronnen en een natuurlijke schoonheid betekent dat er voor de oorspronkelijke bevolking voldoende mogelijkheden zijn om ruimschoots in eigen levensonderhoud te voorzien.

 

Het grootste deel van de Jordaan Vallei ligt in het zogenaamde gebied C, het Israëlische leger is er verantwoordelijk voor alle overheidstaken. In de praktijk betekent het dat Palestijnen geen bouwvergunningen krijgen. Niet voor woonhuizen, schuren of stallen, niet voor nieuwbouw en niet voor renovatie. Bovendien is veel land in de Jordaan Vallei door Israëlische settlers in beslag genomen. Israël bestemde bovendien veel land als militair gebied. Als belangrijke reden hiervoor wordt veiligheid genoemd, de grens met Jordanië moet beschermd worden!

 

De Palestijnse gemeenschappen in gebied C kunnen dus niet groeien en ze zijn veroordeeld tot overleven. De Bedoeïenen worden het hardst getroffen. Vanouds zijn het rondtrekkende veehouders voor wie de vrijheid van rondtrekken een wezenlijk deel uitmaakt van hun manier van leven en bestaan. Ze worden nu gedwongen te gaan wonen bij niet-nomadische gemeenschappen, hun traditionele manier van leven gaat verloren.

 

Bovenstaand artikel is bedoeld als achtergrond informatie. Het is een vertaling en bewerking van een hoofdstuk uit de Engelstalige studie: Eye on the Jordan Valley.

Meer informatie, in het Engels is te vinden op de website van de Jordan Valley Solidarity Movement.

 


 

 

Letter to the ambassador

His Excellency Mr Haim Divon

Ambassador of Israel

Embassy of Israel

Buitenhof 47

2513AH den Haag

plaats en datum invullen

 

Dear Ambassador,

I call upon you to condemn Israeli settler violence against Palestinian civilians and to call for all those who violate human rights in the occupied Palestinian territories to be held legally accountable for their actions.

 

On Saturday, 7 July 2012 at approximately 3:00PM (GMT+2) Israeli settlers from the illegal settlement of Itamar approached three Palestinian farmers in Yanoun who were harvesting their wheat and grazing their sheep. The settlers were armed with knives and killed three of the farmers’ sheep. A clash then ensued, in which the settlers and farmers began throwing stones at one-another. Israeli soldiers and police arrived to the scene only to support the settlers’ attack on a defenceless community. In total six Palestinians were injured, and five were hospitalized:

·       Jawdat Bani Jaber (Hospitalized): was beaten and stabbed multiple times by settlers, then shot in the face and foot by Israeli soldiers. He was then handcuffed by Israeli soldiers and attacked again by the settlers while the soldiers pursued other Palestinian farmers. After being attacked, the military did not allow a present ambulance take him to a hospital or care for him for approximately 3-hours.

·       Ibrahim Bani Jaber (Hospitalized): was beaten by a soldier on his head with the butt-stock of an M16 rifle, causing damage to his eye, and was later beaten by settlers while handcuffed.

·       Hakimun Bani Jaber (Hospitalized): was shot in the arm at close range by a soldier.

·       Adwan Bani Jaber (Hospitalized): was beaten by settlers with clubs.

·       Ashraf Bani Jaber: was beaten by a soldier with a club.

·       Jawdat Ibrahim (Hospitalized): was handcuffed, beaten by Israeli soldiers and then released for the settlers to attack as they watched. He was then tied up by the settlers and left on his land; he was found the next morning (Sunday, 8 July 2012).

 

Though the settlers were the attackers in this clash, the Israeli Military and Police provided them with protection to carry out the attack. The soldiers and officers attacked Palestinians who defended themselves from the settlers, did not attempt to put out the fires that blazed through Palestinians’ fields - nor let anyone else do so, and delayed medical attention for the victims of the attack.

Like the many Israeli settler attacks that take place on an on-going basis across the occupied Palestinian territory, no Israeli settlers were arrested during this attack.

 

Sincerely,

naam en adres afzender invullen

 


 
asd