Achtergronden Israel en Palestijnse gebieden

Vrede, democratisering en burgerrechten                                                      

informatie overgenomen van studiemap KerkinActie

 

1. Feiten, cijfers 

2. Achtergronden

3. Korte geschiedenis (Israel tot 1947)

4. Democratie en burgerrechten in Israël

5. Democratie en mensenrechten in bezet Palestina

6. Werken aan vrede

7. Ondersteunende materialen

  

1. Feiten, cijfers

Israël

Oppervlakte : Exclusief de bezette gebieden 20.325 km², dit is ongeveer de helft  van Nederland en 78% van het originele Brits mandaatgebied Palestina

Hoofdstad : Jeruzalem

Aantal inwoners : 6,8 miljoen

Religieuze groepen : Joden (81%) waarvan 23% Russisch, Palestijnen (19%),

Taal : Modern Hebreeuws (Ivriet), Russisch, Arabisch

Staatsbestel : Republiek

Belangrijkste partijen : Likud, Arbeiderspartij, religieuze partijen

Middelen van bestaan : Dienstverlening (57%), industrie 36%, landbouw (5%)

Exportproducten : Zuidvruchten, groente, technologische kennis, high tech producten

 

Palestijnse gebieden

Oppervlakte : 6.000 km², ongeveer 1/7 deel van Nederland en 22% van het Brits mandaatgebied Palestina

Hoofdstad : Jeruzalem

Aantal inwoners : 2.896.000 Palestijnen en ca. 236.000 Joodse kolonisten

Religie : Van de Palestijnen is 93% moslim en 7% christen

Taal : Arabisch

Staatsbestel : Een beperkt Palestijns zelfbestuur, met Mahmud Abbas als president (gekozen in januari 2005, na de dood van Yasser Arafat in november 2004)

Middelen van bestaan : Landbouw (13%), industrie en mijnbouw (15%), handel (17%)

Exportproducten : citrusvruchten, mineraalproducten: kostbare stenen en metalen

 

2. Achtergronden

Vrede, democratie en burgerrechten zijn grote woorden als we denken aan Israël en de Palestijnse gebieden vandaag. Toch zijn er mensen en organisaties aan beide zijden, die de hoop hierop niet hebben opgegeven. Kerk in Actie wil hen daarin steunen, moreel en materieel, en hun idealen en streven graag met u delen.

 

Vrede

Van vrede tussen Joden en Palestijnen kan volgens Kerk in Actie pas sprake zijn als beide volken die zo ervaren. Vrede, shalom, is van hetzelfde woord afgeleid als shalem, dat eenheid betekent. Vrede is er dus voor beide of het is er niet. Deze vrede kan in de ogen van Kerk in Actie alleen bereikt worden als Israëli’s en Palestijnen zich met elkaar verzoenen. Een groot woord, dat in dit verband betekent dat men samen op zoek wil gaan naar de waarheid, het feit dat beide gemeenschappen met dit land verbonden zijn en alleen samen daar een toekomst op kunnen bouwen. Verzoening betekent ook zoveel mogelijk recht doen aan de ander, rechtzetten waar in de geschiedenis van het conflict aan de ander onrecht is aangedaan.Tenslotte betekent het barmhartig zijn, de ander een kans te geven op herstel van zijn gemeenschap, herstel van zijn getraumatiseerde leven.

 

Burgerrechten

Vrede is dus alleen mogelijk als Joden en Palestijnen besluiten in vrede met elkaar te leven. Daarbij hebben ze de keuze dat in twee onafhankelijke staten te doen, een staat Israël en een staat Palestina, of als daarvoor in de toekomst het vertrouwen zou ontstaan, samen binnen één staat. Maar of er nu sprake zou zijn van twee staten of één enkele staat, in beide gevallen zouden daarbinnen Joden en Palestijnen dezelfde rechten als burger moeten hebben. Elke staat moet in gelijke mate opkomen voor al haar burgers, ongeacht hun etnische achtergrond of godsdienst. Immers als dit niet het geval is, dan zou dit discriminatie zijn en dat zou de onderliggende partij reden geven om de strijd om gelijke rechten voortte zetten. Daarom is ‘gelijk burgerschap’ zo belangrijk.

 

Democratie

Democratie is het systeem dat zorgt dat alle burgers van een land tot hun recht komen: dat ze allen in gelijke mate beschermd worden, dat ze allen in gelijke mate de vruchten van de staat kunnen genieten en dat ze allen in gelijke mate invloed en een plaats hebben in de overheid van het land, op plaatselijk, regionaal en nationaal niveau. Vrijheid van meningsuiting, het mogen organiseren van politieke partijen en vrije verkiezingen zijn belangrijke voorwaarden om tot zo’n democratisch systeem te komen.

 

Nu weten we dat in de praktijk deze situatie geenszins het geval is. De staat Israël is officieel een democratie, maar in de praktijk is ze dat alleen voor de Joodse burgers van het land. De niet- Joodse, Palestijnse burgers worden gediscrimineerd om er voor te zorgen dat ze Israël als Joodse staat niet in gevaar brengen. De Palestijnen hebben nog nooit een eigen staat gehad. Het grootste deel van hun land (78%) werd de nieuwe staat Israël. Het overige deel werd aanvankelijk door de omliggende Arabische landen begeerd. Uiteindelijk werd door Jordanië de Westbank ingenomen en door Egypte de Gazastrook, maar deze beide gebieden werden in 1967 door Israël bezet toen het de oorlog tegen deze Arabische landen gewonnen had.

 

Palestijnen willen nog steeds een eigen staat. Bij verschillende gelegenheden hebben ze laten weten genoegen te nemen met de laatste 22% van het oorspronkelijke Palestina (de nu door Israël bezette gebieden). De strijd tegen het einde van de bezetting staat daarom bij hen voorop, maar waar ook veel Palestijnen mee bezig zijn is de vraag: “als we onafhankelijk worden, wat voor soort staat zal Palestina dan zijn?” En daarom zijn ze, zelfs nu onder de Israëlische bezetting, bezig met democratie en burgerrechten, waar een Palestijnse overheid nu en later aan moet voldoen. De vraag naar hervormingen

in de Palestijnse Autoriteit speelt daarbij een belangrijke rol.

 

De reden dat het nog geen vrede tussen Joden en Palestijnen is, hangt zeker samen met de geschiedenis van het conflict. Joden zijn grotendeels naar Palestina getrokken vanwege het antisemitisme in Europa. Het Zionisme was voor hen de nationale ideologie om als volk onder de volkeren te kunnen overleven. De bedreiging die ze vroeger als minderheid onder verschillende volken ervaren hebben, werkt zo sterk door dat veel Joodse Israeli’s nog steeds geen vertrouwen hebben in het samenleven met een ander volk.

 

Daarom willen ze het liefst een duidelijke en veilige scheiding van de Palestijnen, een eigen staat die voor verreweg het grootste deel uit Joden bestaat, het liefst in geheel Palestina. De Palestijnen zouden dan maar een minderheid moeten vormen of opgenomen moeten worden in de omringende Arabische landen. De Palestijnen vormden 150 jaar geleden een boerensamenleving met een elite die in de steden woonden, in Jaffa, Jerusalem, Nabloes, in Damascus of Amman. Ze maakten deel uit van het grote Ottomaanse rijk, maar toen de Ottomanen de kant van Duitsland kozen in de Eerste Wereldoorlog werd het Midden Oosten door Groot Brittannië en Frankrijk verdeeld met de belofte aan de Arabieren dat ze allemaal hun eigen staat mochten stichten. Met die verwachting leefden ook steeds meer Palestijnen.

 

Maar in plaats daarvan zagen ze hun land steeds meer volstromen met Joden, die uitsluitend voor hun eigen gemeenschap werkten. Daarom kwamen ze in opstand en ervoeren het als onrecht dat hun land zomaar werd weggegeven aan de Joden, ook toen de Verenigde Naties verdeling van het land in 1947 voorstelde.

 

Beide kanten

Als we het over vrede, democratie en burgerrechten willen hebben, is het belangrijk om naar beide partijen te kijken, naar de geschiedenis van beide kanten en de nationale aspiraties aan beide kanten.Of er dan vrede mogelijk is?

 

Kerk in Actie vindt dat beide kanten bereid moeten zijn een deel van hun nationale verlangens op te geven: de Israëli’s zouden moeten opgeven geheel Palestina in bezit te willen hebben en dus de bezetting van de Westbank en de Gazastrook moeten opgeven ten behoeve van een Palestijnse staat. De Palestijnen zouden de gedachte op moeten geven geheel Palestina terug te krijgen, wat de opheffing van de staat Israël zou betekenen. Ook als er twee staten zouden ontstaan, kunnen die zich alleen ontwikkelen als ze goed met elkaar gaan samenwerken. In augustus 2005 trok Israël zich onder grote publieke belangstelling terug uit de Gazastrook. Maar het vredesproces is hiermee niet afgerond. En de bezetting van de Westbank is ook niet opgegeven. De internationalegemeenschap wil wel zo’n vredesproces, aan de hand van de Routekaart. Kerk in Actie hoopt dan ook dat die er komt om beide partijen te verplichten zich aan gedane afspraken te houden.

 

Zolang er geen verdeling van het land mogelijk is, zullen de Joodse en Palestijnse gemeenschap zo met elkaar vervlochten raken, dat nog maar één oplossing overblijft: één staat voor beide gemeenschappen. In feite de beste oplossing, omdat dit Joden de mogelijkheid geeft ook op de plaatsen te wonen waar hun voorouders (nu de Westbank) eens woonden en het biedt de Palestijnen die dat willen de mogelijkheid om terug te keren naar de plekken waar eens de dorpen van hun voorouders stonden. Gezien echter de angst die aan Joodse kant bestaat, gekweekt door eeuwenlang antisemitisme en de trauma’s, woede en pijn door het geweld dat beide elkaar hebben aangedaan sinds 1948 is dit voorlopig een bijna ondenkbare oplossing.

 

Daarom hoopt Kerk in Actie dat het geweld stopt, een proces van heling kan beginnen, en eindelijk de weg van het compromis wordt gekozen. En welke vorm dit ook in politieke zin zal aannemen, het zal in ieder geval moeten betekenen dat men besluit samen in dit nu verdeelde land te leven, ruimte gevend aan elkaar, op basis van gelijkwaardigheid. Twee volken, met één toekomst.

 

3. Een korte geschiedenis

- De Joden tot 1947

De Joodse traditie

Een Jood staat als het ware elke dag voor de berg Sinaï, waar hij de geboden ontvangt, 613 in totaal, beschreven in de Torah. Daar midden in de woestijn (van het leven) is het Woord van God, Zijn verbond met dit volk, een teken van genade en tegelijkertijd een opdracht om Zijn Naam in deze wereld te heiligen. Hij is (nog steeds) met Zijn volk op weg naar het Beloofde Land. Als het ware een processie trekt Jozua het Land Kanaän binnen. Het verblijf in dat land leidt tot hoogtepunten: de bouw van de tempel door Salomo, de zoon van David, maar ook tot een dieptepunt: het volk wordt in ballingschap gevoerd naar Babylonië. Daar vragen Ezra en Nehemia aan de Perzische koning Cyrus om de tempel in Jerusalem weer te mogen herbouwen en roepen zij op om nu ernst te maken met het onderhouden van de Torah.

 

Politieke onafhankelijkheid wordt dan ook niet gevraagd, want het gaat uitsluitend om het onderhouden van de Torah. Als later een deel van het volk in opstand komt tegen de Romeinen en politieke onafhankelijkheid probeert te verkrijgen, wordt de tempel vernietigd en opnieuw gaan veel Joden in ballingschap. De vromen onder hen, met name de Schriftgeleerden en Farizeeën vragen en krijgen van de Romeinen de toestemming om religieuze scholen te bouwen, waar de Joodse traditie kan worden bestudeerd en bewaard. En het is deze studie en deze vroomheid die eeuwenlang de Joodse gemeenschappen in de diaspora beschermd heeft en in leven heeft gehouden. Leven voor religieuze Joden is daarom ‘leven inballingschap’, op weg naar het Beloofde Land. Maar het is alleen de Messias, die hen eens terug zal brengen, eerst naar het onderhouden van de Torah door alle Joden en dan terug naar het Beloofde Land.

 

Het Zionisme

Het Zionisme is een seculiere, niet-godsdienstige, stroming die onder de Joden ontstond in de 19e eeuw in Europa. In die tijd ontstond in Europa het nationalisme, volken die een gemeenschappelijke taal spraken en land bewoonden, gingen zich vormen in nationale staten. Dit leidde wel tot hevige spanningen, die steeds vaker werden afgereageerd op de Joden met racistische jodenvervolgingen: het antisemitisme.

 

De Zionisten riepen in die situatie op tot een eigen Joods nationalisme dat de Joden moest bevrijden, enerzijds uit de ghetto’s en het traditionele Jodendom en anderzijds van de volken om hen heen. De oplossing die zij zagen was een eigen Joodse staat in Palestina. Daarbij maakte het Zionisme gebruik van de traditionele Messiaanse verwachting Der Messias zal bij zijn komst de Joden bevrijden van de ballingschap en de volken en terugvoeren naar Zion. Het grote verschil was echter dat in de religieuze traditie God of de Messias dat zou doen, terwijl de Zionisten zeiden: wij moeten onszelf bevrijden!

 

Aan de andere kant maakten de Zionisten gebruik van beelden die leefden onder de Christenen over het volk Israël: ook die geloofden dat de Joden eens zouden terugkeren naar het land Israël. Ze namen afstand van de Joodse talmud en spraken alleen nog over de bijbel en wilden ook de taal van die bijbel weer gaan spreken (voor religieuze Joden eigenlijk een heilige taal). Om deze redenen kregen de Zionisten ook zeer veel steun van de Christenen in Europa. Door het Zionisme werden Joden niet meer die talmudische Joden die bekeerd moesten worden, maar dat bijzondere volk dat in het land van de bijbel de oorlogen van God voert.

 

Omdat het Zionisme echter een terugkeer naar het Beloofde Land wilde, dit zelfs claimde, zonder de Messias en zonder een terugkeer naar Gods geboden, verwierpen zeer veel religieuze Joden het Zionisme. Er waren altijd wel Joden teruggekeerd naar Palestina, maar dat had verder geen bijzondere godsdienstige betekenis: ook zij moesten nog wachten op de Messias en leefden dus ook nog steeds in de ballingschap, ook al was dat in Palestina. Echter door de toename van het antisemitisme en vooral de opkomst van het Nazisme en de holocaust werd ook voor de meest kritische Joden het vertrek naar Palestina de enige weg om te overleven.

 

Kolonisatie van Palestina

In de loop van de 19e eeuw, maar vooral in de eerste helft van de 20e eeuw, waren Joden naar Palestina vertrokken. Daar vestigden ze zich in landbouwkolonies, in gebieden die nauwelijks werden gebruikt door de ‘inlandse’ bevolking. Ze kwamen als Europeanen met typisch Europese gedachten uit die tijd: Europa

vertegenwoordigde de hoogste beschaving in de wereld. Europeanen, vonden zij, hadden daardoor een missie voor de overige godsdiensten en culturen van de wereld die allemaal minderwaardig waren vergeleken met de Europese. Het feit dat er al mensen, Palestijnen, in het land woonden deed er daarom voor hun gevoel ook weinig toe.

 

De Zionistische leiders probeerden van de grote Europese mogendheden steun te krijgen voor de kolonisatie van Palestina en inderdaad zegde de Engelse Lord Balfour namens Groot Brittannië in 1917 aan de Zionisten toe dat zij het recht hadden om een eigen ‘Joods nationaal tehuis’ in Palestina op te bouwen, weliswaar onder voorwaarde dat niets gedaan zal worden ten nadele van de burger- en religieuze rechten van de niet-joodse gemeenschappen in Palestina. De Lord deed dit enerzijds vanuit anti-joodse gevoelens en zijn christelijke overtuiging. Maar zeker ook omdat hij het goed voor Groot Brittannië vond om een op het Westen gerichte gemeenschap te hebben tussen de oosterse delen van het Midden Oosten en het Suez kanaal, dat in Britse handen was. Om die reden nam Groot Brittannië in 1922 ook graag het mandaat over Palestina aan van de Volkenbond, de voorloper van de Verenigde Naties. De spanning met de lokale Palestijnse bevolking liep echter steeds hoger op. Zij gingen Palestina steeds meer voor zichzelf opeisen.

 

Groot Brittannië wist niet hoe ze dit probleem moest oplossen. Aanvankelijk probeerde zij het op een akkoordje te gooien met de Hashemieten (een koningshuis oorspronkelijk uit Saoedi Arabië), waarbij afgezien van een strook langs de kust voor de Joden, de rest tot wat nu Jordanië heet zou gaan behoren.

Niet alleen de Palestijnse leiding was hier furieus op tegen, maar ook de andere Arabische staten waren beducht voor zoveel Jordaans-Britse macht. Toen de Britten probeerden de Arabieren nog verder tegemoet te komen met stopzetting van alle Joodse immigratie, brak echter de Tweede Wereldoorlog uit met een miljoenenmoord op Joden in Europa. Hun overlevenden konden na de oorlog alleen maar naar Palestina en dit maakte de oplossing van het Joods–Palestijnse vraagstuk voor de Britten zo moeilijk dat ze het mandaat in 1947 aan de Verenigde Naties teruggaven. Die besloot na onderzoek om Palestina in twee delen te verdelen, een Joods en een Palestijns deel, die samen een unie moesten vormen op economisch gebied.

 

- De Palestijnen tot 1947

Altijd ook andere volken in het land

Palestina is altijd bewoond geweest door meerdere volken. De stammen van Israël woonden vooral in het centrale heuvelland, ten westen en ten oosten van de Jordaan en een gedeelte van Galilea. De bewoners van Jeruzalem waren echter ook in de tijd van David voor het merendeel Kanaänieten, terwijl deze volken ook een groot deel van Israël uitmaakten. In het zuiden woonden de Filistijnen en de Edomieten. Lange tijd leefde men met elkaar in vrede. De bijbel beziet deze geschiedenis echter in een godsdienstig perspectief en ziet dit samenleven met de andere volken in Kanaän in een negatief licht, omdat dit ook waardering in Israël van de andere goden in Kanaän betekende. Toen in 587 voor Christus de Tempel in Jeruzalem door de Babyloniërs vernietigd werd en de bovenlaag van het volk van Juda in ballingschap werd geleid, zeiden de profeten dat deze gebeurtenis te wijten was geweest aan deze assimilatie met andere volken.

 

Toen de Babyloniërs verslagen waren door de Perzen, gaf de nieuwe koning Cyrus de Judeërs (nu Joden genoemd) die daarheen gevoerd waren, toestemming om hun tempel in Jeruzalem te herbouwen en ontstond er zo weer een nieuwe Joodse gemeenschap rondom deze stad. Dit leidde echter ook tot spanningen met de Israëlieten die achter gebleven waren en zich vaak hadden vermengd met deplaatselijke bevolking en toen Samaritanen genoemd werden. Ook in die tijd leefden de Joden vooral in het centrale heuvelland, het Overjordaanse en in Galilea, terwijl in het overige land de andere volken in de meerderheid waren: de Filistijnen en Edomieten in het zuiden en de Phoeniciërs langs de kust in het noorden. Zo kon het gebeuren dat bijvoorbeeld Galilea ‘het Galilea der heidenen’ werd genoemd. Joden die temidden van veel niet-joodse buren leefden werden ook toen beïnvloed door de gebruiken en de religie van hun buren. Met de gebeurtenissen van voor de Babylonische ballingschap in het hoofd, werden deze Joden daarom door de vrome Joden rondom Jeruzalem met de nodige achterdocht bekeken: “Kan uit Nazareth iets goeds komen?

 

Zoals gezegd ging het de vrome Joden na de terugkeer uit de Babylonische ballingschap om de herbouw van de tempel en vooral om nu in het Land Israël ernst te maken met de heiliging van God door het onderhouden van Zijn geboden. Deze Joden behoorden vooral tot de partij der Farizeeën. Alleen de extremen onder hen streefden naar politieke zelfstandigheid. De opstand van de Zeloten in 66 na Christus leidde in het jaar 70 tot de vernietiging van de tempel, maar pas na een nieuwe opstand in de tweede eeuw werd het de Joden verboden nog in Jeruzalem te wonen en moesten velen door de armoede, die door de oorlogen ontstaan was, het land ontvluchten. De Farizeeën vreesden dat ook de Joodse godsdienst verloren zou gaan en bouwden vanaf toen religieuze scholen om de Torah te bestuderen. De leraren daar werden rabbijnen genoemd. Deze rabbijnen wezen allerlei stromingen af die de een gevaar betekenden voor de overleving van het Jodendom. Daartoe behoorde ook de ‘secte’ die ontstaan was onder Joden die Jezus als de Messias zagen (daarom hebben Farizeeën zo’n negatieve klank in het Nieuwe Testament). Uit die Messiaanse ‘secte’ ontstond geleidelijk wat wij de christelijke kerken zijn gaan noemen, waartoe in het begin ook veel Joden behoorden. Deze kerken kregen het in de latere eeuwen steeds moeilijker onder de invloed van de keizer van Rome die vond dat deze kerken niet recht in de leer waren, en zij werden in politieke zin verdrukt.

 

Toen in de 7e eeuw de Islam ook Palestina bereikte, gingen vele bewoners over op de nieuwe godsdienst: niet-Joodse bewoners van het land, maar ook veel christenen van de daar bestaande kerken (waaronder velen die van oorsprong Joden waren). Veel oude moskeeën in Israël / Palestina zijn daarom op vroegere

kerken gebouwd. Op deze manier kreeg Palestina geleidelijk een Moslim-meerderheid, maar woonden er ook altijd kleine gemeenschappen van Christenen en Joden. Toen de kruisvaarders in de 11e eeuw het Heilige Land wilden veroveren, en met name de heilige plaatsen, maakten zij vaak nauwelijks onderscheid

tussen Moslims, Joden en Christenen. Zo kon het gebeuren dat Moslims en Joden samen hun stad Haifa tegen de kruisvaarders verdedigden en Moslims en Christenen samen in Jeruzalem door het zwaard van de kruisvaarders stierven. Tweehonderd jaar later werden de kruisvaarders definitief uit het Heilige Land

verdreven en werd het land weer deel van het grote Islamitische rijk dat vanaf de 16e eeuw bekend stond als het Ottomaanse rijk.

 

Toen de Ottomanen in de Eerste Wereldoorlog de kant van Duitsland en Rusland kozen, deden de Britten en Fransen drie dingen:

-  Ze beloofden de Arabieren die in opstand kwamen tegen de Ottomaanse overheersing dat ze politiek zelfstandig zouden worden in een eigen nationale staat.

- Groot Brittannië beloofde de Joden een ‘nationaal tehuis’ (dat is niet een eigen staat) in Palestina, om de Britse belangen bij het Suez kanaal veilig te stellen.

-  Ze verdeelden het Midden Oosten in een Britse en een Franse invloedsfeer: de Fransen namen Syrië, Libanon en het noorden van Irak; de Britten kregen o.a. Egypte, Jordanië en het zuiden van Irak.

 

Dit leidde natuurlijk tot allerlei problemen: de Arabieren verwachtten na de oorlog hun eigen nationale staten te krijgen. De Joden hoopten op hun nieuwe  nationaal tehuis, terwijl ook onder de Palestijnen de hoop op een eigen Palestijnse staat in Palestina ontstaan was.

 

Groot Brittannië probeerde deze problemen op te lossen door de Volkenbond te vragen haar het officiële mandaat over Palestina te geven. Naarmate echter het antisemitisme in Europa toenam en meer Joden naar Palestina vluchtten, liep de spanning met de lokale Palestijnse bevolking op. Toen na de Tweede Wereldoorlog de toestroom van Joden, door de holocaust, steeds groter werd, en in Palestina de situatie onhoudbaar werd voor de Britten, besloten zij hun mandaat aan de Verenigde Naties terug te geven. De Verenigde Naties besloten in 1947 dat de enige oplossing was het land te verdelen in een Joods en een

Palestijns deel, die samen een economische unie moesten vormen, met Jeruzalem als een internationale stad (de bekende resolutie 181, zie hieronder). Op dat moment leefden er 1.400.000 Palestijnen en 600.000 Joden in Palestina.

 

- 1947 – 1948: onafhankelijkheidsstrijd en Naqba

De Zionisten, onder leiding van Ben Gurion, waren blij met de internationale erkenning van een Joodse staat in Palestina, maar ze verwierpen de rest van de resolutie. Ze erkenden niet dat de Palestijnen recht hadden op hun deel, met vaste grenzen en onderlinge economische samenwerking, noch het feit dat

Jeruzalem – vanwege de heilige plaatsen - een internationale stad zou moeten blijven. Ook gingen ze niet akkoord met het feit dat Arabische grond in de toekomstige Joodse staat niet zo maar onteigend mochtworden. In feite wilden de Zionisten – voor het bereiken van een sterke Joodse staat - geheel Palestina

voor zich opeisen en daarvoor moesten de Palestijnse rechten geheel genegeerd worden.

 

De Palestijnen vonden de verdeling van hun land absurd, onpraktisch en vooral onrechtvaardig. De omliggende Arabische staten verwierpen de VN–resolutie in z’n geheel, niet alleen omdat ze tegen een Joodse staat op Arabisch grondgebied waren, maar vooral ook om de onderlinge wedijver over wie van

hen het meeste recht op Palestina kon claimen. Een Joods–Arabische oorlog was het gevolg, met als resultaat dat de Staat Israël werd opgericht op 78%

van het land Palestina. Maar ook had de oorlog de ‘Naqba’, de ramp, tot gevolg: de verdrijving van meer dan 700.000 Palestijnen die daar hadden gewoond. In de jaren daarna zouden hun dorpen worden vernietigd en hun land geconfisqueerd. De Arabische legers waren niet ten oorlog getrokken tegen de

Joodse staat, zij hadden vooral geprobeerd het Palestijnse deel in hun bezit te krijgen. Uiteindelijk kwam de Westbank bij Jordanië terecht, inclusief Oost- Jeruzalem, en werd de Gazastrook bezit van Egypte.

 

Voor de belangen van de lokale Palestijnse bevolking had niemand oog. In feite is er sinds 1947 nauwelijks iets veranderd in het conflict tussen Israël, de Palestijnen en de omliggende Arabische landen:

 

- Het uitgangspunt van de Israëlische politiek is altijd geweest om op termijn het gehele land Palestina in bezit te krijgen. Daarbij is het wel mogelijk om vrede te maken met de omringendeArabische landen en met hen samen te werken. Men probeert steevast te voorkomen om tot een officiële erkenning te komen van de nationale rechten van de Palestijnen. Immers, elke erkenning zou een compromis over de landverdeling tot gevolg hebben. Daarom is het volgens Israël beter

dat de Palestijnen opgenomen worden in de omringende Arabische landen of elders in de wereld.

 

-  Het uitgangspunt van de Palestijnen is het oprichten van een eigen staat in wat nu de bezette gebieden zijn. De Palestijnen zijn er door de jaren heen in geslaagd om als volk te overleven en een morele erkenning te krijgen van hun rechten. Met name een VN-resolutie van 1949, die hun recht op terugkeer stipuleert, speelt hierin een belangrijke rol. Maar in politieke zin is de oprichting van een eigen staat Palestina nog steeds niet mogelijk gebleken, ook niet als deze alleen in de huidige bezette gebieden zou moeten komen.

 

- Het uitgangspunt van de Arabische landen is nog steeds niet het verdedigen van de belangen van de Palestijnen, maar vooral de wedijver om de suprematie in de Arabische wereld en aan de hand daarvan is men officieel in strijd of in vrede met de Joodse staat.

 

- De internationale gemeenschap tenslotte heeft destijds wel het recht erkend van Joden op een eigen nationaal tehuis en dit ook bekrachtigd via VN-resoluties. Ze heeft tegelijkertijd nog geen ernst gemaakt met de realisatie van een staat Palestina naast de staat Israël, vooral door tegenwerking van de Westerse landen. Dit laatste komt vooral voort uit schuld voor het antisemitisme en christelijke steun voor een Joodse staat.

 

Hieronder laten wij de belangrijkste passages* volgen uit de VN-resoluties, die over Israël en Palestina zijn genomen:

 

Resolutie 181 (verdelingsplan van Palestina) in 1947:

‘Om het probleem van de toekomst van Palestina op te lossen besloot de VN het gebied van Palestina als volgt te verdelen:

• Een Joodse staat, 56% van Palestina met een bevolking van 498.000 Joden en 325.000 Arabieren.

• Een Arabische staat, 44% van Palestina met 807.000 Arabische bewoners en 10.000 Joodse bewoners.

• Een internationaal bestuur in Jeruzalem, met een bevolking van 100.000 Joden en 105.000 Arabieren.’

 

Reso lutie 194 (III) in 1948:

‘De Algemene Vergadering besluit dat de (Palestijnse) vluchtelingen, die wensen terug te keren naar hun huizen en in vrede te leven met hun buren, dat toegestaan zou moeten worden op de vroegst praktische datum, en dat compensatie betaald zou moeten worden voor het eigendom van hen die verkiezen niet

terug te keren.’

 

Resolutie 242 in 1967:

‘De veiligheidsraad bevestigt dat een rechtvaardige en duurzame vrede in het Midden Oosten de volgende principes zou moeten bevatten:

Terugtrekking van het Israëlische leger uit bezet gebied in het recente conflict.

• Beëindiging van de oorlog en erkenning van elke staat in het gebied en hun recht om in vrede te leven binnen veilige en erkende grenzen, vrij van dreiging of geweld.’

Voor de letterlijke en volledige tekst zie  http://unispal.un.org/unispal.nsf/udc.htm

 

4. Democratie en burgerrechten in Israël

De staat Israël zal open staan voor Joodse immigratie en voor de inzameling uit de ballinschap; het zal de ontwikkeling van het land bevorderen voor al haar inwoners; het zal gefundeerd worden op vrijheid, rechtvaardigheid en vrede zoals de profeten van Israël dit zagen; het zal volledige gelijkheid van sociale

en politieke rechten verzekeren voor al haar inwoners onafhankelijk van godsdienst, ras of geslacht; het zal vrijheid garanderen van godsdienst, geweten, taal, onderwijs en cultuur; het zal de Heilige Plaatsen van alle godsdiensten beschermen; en het zal trouw zijn aan de beginselen van het Handvest van de Verenigde Naties’, zo staat in de Onafhankelijkheidsverklaring van 1948.

 

Israël democratie?

Zoals de eerste zin uit de verklaring laat zien is Israël geen gewone staat. Israël wil allereerst een Joodse staat zijn, een staat waar alle Joden ter wereld niet alleen welkom zijn, maar zelfs behoren te gaan leven. Wie als Jood besluit in Israël te gaan wonen, wordt dan ook op allerlei manieren door de staat

ondersteund met woonruimte en tal van subsidies. De staat is er om Joden waar dan ook ter wereld te beschermen en in Israël een eigen Joodse samenleving op te bouwen. Daarvoor is land nodig en een leger. Op grond van ‘historische rechten’ wordt aanspraak gemaakt op al het land dat eens door Joden werd bewoond. In de praktijk wil men alleen zoveel in bezit nemen als wat door een Joodse meerderheid kan beheerst worden. Israël heeft een zeer sterke democratie, dat wil zeggen: voor de Joden. In 1985 werd nog eens voor de duidelijkheid een wet in het Israëlisch parlement aangenomen die bepaalde dat Israël ‘de staat is van het Joodse volk’ en dat alleen politieke partijen die dit onderschrijven aan de verkiezingen kunnen deelnemen.

 

Tweederangs burgers

Dit laatste laat ook zien waarom van het tweede deel van de verklaring ‘volledige gelijkheid van sociale en politieke rechten voor al haar inwoners, onafhankelijk van godsdienst of ras’ niets is terecht gekomen: niet-Joden en met name Palestijnse burgers worden in Israël gediscrimineerd. Na de onafhankelijkheidsoorlog in 1948 is hun het meeste land ontnomen, hun dorpen en steden kunnen nauwelijks uitbreiden en land kan alleen van Arabische in Joodse handen overgaan en nooit andersom.

 

Palestijnse burgers in Israël lopen talrijke overheidsdiensten en subsidies mis, omdat voor veel daarvan de voorwaarde is dat men in het leger gediend moet hebben (en Palestijnse burgers mogen dat niet). Zo vormen de Palestijnse burgers in Israël tweederangs burgers met relatief de grootste armoede, gebrek

aan onderwijs en toegang tot gezondheidszorg. Als reden hiervoor wordt vaak door Israël genoemd dat Palestijnen zich meer solidair zullen tonen met hun volksgenoten in de bezette gebieden en daarom niet te vertrouwen zijn.

 

Verschillende stromingen

Officieel beschouwt Israël zich een Joodse èn een democratische staat. In de praktijk echter is het moeilijk om beide te zijn: een Joodse staat is er speciaal voor Joden, terwijl een democratische staat geen onderscheid maakt tussen haar burgers. Allen zouden dan gelijke rechten en plichten moeten hebben. Over deze vraag wordt in Israël zeer verschillend gedacht. Waar wij in het Westen het meeste van horen en die het sterkst in de politiek zijn vertegenwoordigd, zijn de zogenaamde Neozionisten. Zij zitten vooral in de rechtse partijen in het Israëlisch parlement en enkele belangrijke religieuze partijen, daarnaast zijn het vaak kolonisten in de bezette gebieden. Deze stroming staat een nationalistische koers voor Israël voor: Israël moet vooral een Joodse staat zijn en proberen geheel Palestina in bezit te houden, voor zover dat met een Joodse meerderheid mogelijk is. Palestijnen moeten zo min mogelijk binnen de Joodse staat aanwezig zijn, wat te bereiken valt via maatregelen die hun verblijf in Israël onaantrekkelijk of moeilijk maken. Om deze nationalistische koers te rechtvaardigen worden religieuze argumenten gebruikt.

 

Tegenwoordig wil deze stroming het conflict met de Palstijnen vooral afschilderen als een oorlog tussen de Joods-christelijke westerse beschaving en het islamitisch-Arabisch terrorisme. Daartegenover is er in Israël een stroming van Post-Zionisten, vooral sterk in de grote steden Tel Aviv, Haifa en op de universiteiten. Zij zeggen dat de begrippen Joodse staat en democratische staat onderling tegenstrijdig zijn en dat Israël moet kiezen tussen beide. Zij pleiten daarbij voor Israël als democratische staat, een staat die gelijke rechten geeft aan alle burgers, Jood en Palestijn. Deze stroming wil een einde aan de bezetting maken, die ze als een gevaar ziet voor een definitieve vrede.

 

Partners

Het is tegen deze achtergrond dat Kerk in Actie in Israël met name organisaties en projecten steunt die een gelijk burgerschap voor iedereen willen bevorderen. Dit kunnen organisaties zijn waarin Joden en Palestijnen samenwerken, Joodse organisaties of Palestijnse organisaties die aan emancipatie binnen Israël werken.

 

5 Democratie en mensenrechten in de Palestijnse gebieden

Eenwording van de Palestijnen

In het Ottomaanse rijk dat van de 16e tot de 20e eeuw het gehele Midden Oosten omvatte verhuisden mensen makkelijk, al naar gelang waar veiligheid en levensonderhoud het beste waren. Dat gold ook voor Palestina. Een groot deel van haar bewoners woonde daar de eeuwen door, maar ook een deel kwam

daar vanwege toegenomen economische activiteit door de Joodse kolonisatie. Het is echter de Nakba, de ramp, de vlucht in 1948 van 750.000 mensen uit het gebied dat de staat Israël werd, die de Palestijnen tot één volk heeft gemaakt.

 

Opkomst van de PLO

De Arabische staten hadden in 1948 de uitgeroepen Joodse staat aangevallen, niet zozeer om de Palestijnen in dat gebied te helpen, maar vooral uit onderlinge wedijver wie van hun de belangrijkste Arabische staat in het Midden Oosten zou worden. Ook na die tijd, in de 50- en 60-er jaren zagen de Arabische staten rondom Israël het als hún taak om de strijd tegen Israël te voeren en niet iets voor de Palestijnen zelf. De PLO, de Palestijnse Bevrijdings Organisatie, werd dan ook opgericht in 1964 door Arabische staten om op die manier controle te krijgen over de Palestijnse strijders die in kleine groepjes Israël binnen vielen. Toen de Arabische staten echter in 1967 door Israël compleet verslagen werden, konden de Palestijnen zelf - onder leiding van Yasser Arafat – de PLO overnemen. Vanaf dat moment werd de PLO voor de Palestijnen de organisatie waarin ze allen vertegenwoordigd waren. De PLO kwam voor hun belangen op.

 

Eerste Intifada

De militaire strijd stond voor de PLO voorop, in het begin met guerilla-aanvallen, later met vliegtuigkapingen en men probeerde in 1970 zelfs de macht in Jordanië over te nemen. Dit mislukte en de PLO werd verdreven naar Libanon. Daar mocht en kon de strijd vanuit het zuiden van Libanon verder gevoerd worden, totdat Israël in 1982 binnenviel en de PLO naar Tunesië moest vertrekken.

 

In de door Israël bezette gebieden was inmiddels een nieuwe generatie jongeren opgegroeid, goed opgeleid en steeds meer gefrustreerd over het gebrek aan rechten en mogelijkheden voor ontwikkeling van hun Palestijns gebied. Dit leidde tot de eerste Intifada, in 1987, een opstand die Israël maar moeilijk neer kon slaan zonder excessief geweld te gebruiken. En zo kwam het in de 90-ger jaren tot het zogenaamde Oslo-proces: in feite zocht Israël een Palestijns gezag dat de onrust in de bezette Palestijnse gebieden onder de duim kon houden. Arafat en de PLO op hun beurt zagen vanuit het verreTunis dat een nieuw Palestijns leiderschap in de bezette gebieden aan het ontstaan was, dat hun positie bedreigde. Aldus kwamen Israël en de PLO overeen dat Arafat (en de PLO) naar het Palestijns gebied kon terugkeren, indien hij daar de orde bewaarde. In de toekomst zou over een Palestijnse staat gesproken kunnen worden.

 

Palestijns Gezag

Van deze overeenkomst tussen Israël en de PLO kwam niets terecht. Israël bouwde veel nederzettingen in het Palestijnse gebied, in de vruchtbaarste en meest strategische plaatsen. Het verbood Palestijnen voortaan in Israël te werken, verving hun arbeidskracht met arbeiders uit Azië en Oost-Europa, met als gevolg dat steeds meer Palestijnen werkloos werden en de economie in de bezette gebieden sterk achteruitging. Een eventuele Palestijnse staat werd daarmee praktisch onmogelijk gemaakt, terwijl Israël van het Palestijnse Gezag bleef vragen om de onrust en ontevredenheid onder de Palestijnen onder de knoet te houden. Het Palestijns Gezag, onder leiding van Arafat, stond voor de vraag: zijn we in feite nog steeds met een militaire strijd bezig voor het bereiken van een eigen staat òf zijn we nu een Palestijnse staat in wording?

 

Het eerste betekende het Palestijns Gezag als een soort revolutionaire leiding (ondemocratisch, als een leger met vele geheime connecties), het tweede de opbouw van democratische instellingen met inspraak en publieke verantwoording van gevoerd beleid. Die keuze was moeilijk – en is nog steeds moeilijk –

omdat de bezetting voortduurt. Het Palestijns Gezag besloot in elk geval dat men zelf de leiding wilde houden. En dat leidde tot steeds meer willekeur en corruptie en geen echte inspraak.

 

Tweede Intifada

Deze beide, het beleid van Israël om het ontstaan van een Palestijnse staat onmogelijk te maken èn de willekeur, corruptie en autoritaire leiding van het Palestijns gezag, leidde tot de tweede Intifada in 2000, een opstand een nieuwe generatie Palestijnse leiders tegen het beleid van Israël en tegen het Palestijnse Gezag. Deze tweede Intifada heeft vooral de opkomst van de Islamistische verzetsgroepen Hamas en Islamic Jihad getoond. Voor veel Palestijnen is niet zozeer hun Islamitisch fundamentalisme aantrekkelijk, maar wel hun integriteit: Hamas en Islamic Jihad voeren de strijd tegen Israël niet uit eigen winstbejag en zijn erg actief om de slachtoffers van de bezetting te helpen op medisch en ander sociaal terrein en daarom een goed alternatief voor Arafat en de zijnen. Beide groepen zijn destijds door Israël verwelkomd om het gezag van Arafat te verzwakken, maar nu keert hun strijd zich ook tegen Israël zelf. De nieuwe president Mahmoud Abbas heeft zich ten doel gesteld een eind te maken aan het geweld van deze verzetsgroepen.

 

Geweld of geweldloosheid?

Nog steeds zijn er binnen de Palestijnse gemeenschap twee stromingen: de ene die zegt dat Israël alleen door militair geweld bereid is concessies te doen (zo worden ook zelfmoordaanslagen gerechtvaardigd), de andere stroming wil een geweldloos verzet tegen de bezetting en voorbereiding op een eigen democratische staat. Het is vooral de voortdurende bezetting die een keuze tussen beide stromingen moeilijk maakt

 

Kerk in Actie vindt Palestijns verzet tegen de bezetting gerechtvaardigd, inclusief waar deze militaire verdediging inhoudt van de Palestijnse gemeenschap en hun nationale rechten. Daarbij steunt het echter vooral de bovengenoemde tweede stroming: zij die dit verzet op een geweldloze manier willen realiseren, via demonstraties, via een appèl op internationaal recht, via het bekendmaken van wat er in hun gebied gebeurt, via bereidheid tot onderhandelingen met Israël. Tot deze stroming behoren ook organisaties die werken aan de opbouw van democratische instellingen, aan goede wetten voor een Palestijnse staat en een open en vrije Palestijnse samenleving.

 

6 Werken aan vrede

Vrede kan volgens Kerk in Actie alleen bereikt worden als Joden en Palestijnen elkaar in hetzelfde land accepteren als gelijkwaardig partner met gelijke rechten. Hoe makkelijk dit te zeggen en hoe gemakkelijk dit ook voor te stellen is als een rationele oplossing van het conflict door een ‘buitenstaander’, de weg er naar toe voor de direct betrokkenen is nog erg lang

 

Christenen medeverantwoordelijk

Allereerst is het van groot belang dat wij onderkennen dat wij geen buitenstaanders in dit conflict zijn. De aanwezigheid van Joden in een Joodse staat in Palestina is het directe en permanente resultaat van de holocaust en het antisemitisme in Europa. En de vraag is of dit antisemitisme en deze holocaust ooit deze omvang zouden hebben gekregen, als die niet kon voortbouwen op een eeuwenlange christelijke traditie van jodenhaat. Dit betekent dat wij in Europa vandaag, en als christenen in het bijzonder, misschien niet direct schuldig maar wel medeverantwoordelijk zijn voor het tragische conflict dat zich tussen Joden en Palestijnen in Palestina is gaan afspelen.

 

Verzoening en vrede?

Het vertrek naar Palestina was voor de Joden minder een keus dan een noodzakelijke en enig mogelijke stap om als Jood en als volk te kunnen overleven. De aankomst van Joden in Palestina en de oprichting van een eigen Joodse staat in 1948 had echter tot gevolg een massale landonteigening van de Palestijnen. Met andere woorden: het onrecht dat Joden werd aangedaan in Europa leidde tot nieuw onrecht jegens de Palestijnen, zonder dat Joden en Palestijnen daar veel aan hebben kunnen doen.

 

Voorwaarde voor het bereiken van verzoening en vrede tussen Joden en Palestijnen is daarom: • De erkenning door Europa, christenen en Palestijnen van de traumatische massaslachting van Joden in Europa, die noodzakelijkerwijs leidde tot het vertrek van Joden naar Palestina. • De erkenning door Europa, christenen en Joden dat de oprichting van een Joodse staat in Palestina geleid heeft tot de traumatische massa-onteigening van Palestijns land en het opgang brengen van een massale vluchtelingenstroom.

 

Erkenning van dit historisch onrecht betekent dat er van geen oplossing sprake kan zijn alléén voor Joden of alléén voor de Palestijnen, maar alleen een gezamenlijke oplossing, in een gezamenlijke toekomst. Momenteel zijn Joden en Palestijnen daar nog niet toe in staat. De wonden van het verleden, van ouders en grootouders, zijn nog veel te dichtbij. Terwijl er bij de jongere generaties nieuwe wonden bijkomen vanwege het geweld jegens elkaar. Niet zozeer omdat men elkaar haat, maar omdat de verwondingen in het verleden hen blind maken voor het slachtofferschap van de ander. Dit maakt het misschien noodzakelijk dat Joden en Palestijnen in de diaspora en de internationale gemeenschap een proces tot permanente verzoening en vrede moeten bewerkstelligen.

 

De koers van de Israëlische politiek is eenzijdig. Gebaseerd op het Zionisme zoekt de Israëlische regering vrede, veiligheid en nationale ontwikkeling uitsluitend voor Jóden. Ook de koers van de PLO is meer gebaseerd op de hoop van een demografische meerderheid van Palestijnen ten westen van de Jordaan over een tiental jaren, dan dat zij ernst maakt met een vredesproces met Israël. Een scheiding van Joden en Palestijnen met een muur en permanente overheersing door Israël van de Palestijnen kan daarom geen oplossing betekenen.

 

Zelfs de oprichting van een Palestijnse staat naast de staat Israël zou wel meer stabiliteit en rust in de regio kunnen brengen, maar nog geen verzoening en samenwerking tussen Joden en Palestijnen betekenen. Immers Joden zullen blijven verlangen naar de plaatsen waar ook eens hun voorouders hebben gewoond; Palestijnen zullen blijven verlangen naar de plaatsen waar eens hún voorouders hebben gewoond. Daarom kunnen beide gemeenschappen, Joden en Palestijnen, alleen in dit land Palestina leven als dat samenleven gebaseerd is op wederzijds respect en samenwerking, in twee afzonderlijke staten of – eigenlijk beter, maar veel moeilijker te bereiken – in één gezamenlijke staat Israël/Palestina. De benadering van een dergelijke oplossing wordt die genoemd van co-existentie of een binationale benadering. Vredesgroepen die door Kerk in Actie gesteund worden, worden door die benadering gekenmerkt.

 

5. Ondersteunende materialen

Ter ondersteuning van de diverse activiteiten kunt u gebruik maken van verschillende materialen. Tenzij anders vermeld kunt u het materiaal verkrijgen via de:

1. Servicedesk van Kerk in Actie, Postbus 456, 3500 AL te Utrecht, tel. (030) 880 13 40, fax (030) 880 14 57, e-mail: Dit e-mailadres is beschermd tegen spambots. U heeft JavaScript nodig om het te kunnen zien. .

2. Kerk in Actie Brochureverkoop, Postbus 8504, 3503 RM Utrecht, tel. (030) 880 13 37, fax (030) 880 14 57, e-mail: Dit e-mailadres is beschermd tegen spambots. U heeft JavaScript nodig om het te kunnen zien.

De materialen die bij Brochureverkoop verkrijgbaar zijn, zijn ook te bekijken of te bestellen op onze website: www.kerkinactie.nl > webwinkel.

 

Audiovisueel materiaal

Fotoserie Vrede, democratisering en burgerrechten (€5,-) De fotoserie Vrede, democratisering en burgerrechten bestaat uit tien kleurenafdrukken van foto’s met

begeleidende tekst op A4-formaat. De fotoserie geeft een beeld van de conflictsituatie in Israël en de Palestijnse gebieden en toont hoe diverse partners van Kerk in Actie strijden voor een betere situatie. Een prima serie om op een centrale plek op te hangen. Zo kunt u dit werk voor langere tijd onder de aandacht te brengen. Voor € 5,- te koop bij Brochureverkoop.

 

Schriftelijk materiaal

Projectinformatie

Zie de website van Kerk in Actie: www.kerkinactie.nl > wereldwijde hulp > Israël / Palestijnse gebieden. U kunt de informatie gebruiken als basis voor een kanselafkondiging, maar ook als informatievel bij acties of collectes. U kunt deze projectinformatie zelf printen en kopiëren.

Liturgisch materiaal

Zie de Liturgiesuggesties op de website van Kerk in Actie Interactief. www.kerkinactie.nl/interactief > info per land > Israël Interactief > documentatie

www.kerkinactie.nl/interactief > info per land > Palestijnse gebieden Interactief > documentatie

Handreiking fondsenwerving

Deze uitgave staat boordevol tips over het organiseren van fondsenwervende evenementen, adviezen over het houden van collecten in de kerk. Deze gratis handreiking is te bestellen bij Kerk in Actie/Brochureverkoop.

Spaardoosjes Kerk in Actie

De kleurrijke spaardoosjes van Kerk in Actie maken er een feest van om in de kerk, tijdens de kindernevendienst, maar ook thuis of op school te sparen voor projecten van Kerk in Actie. Deze gratisspaardoosjes zijn te bestellen bij Kerk in Actie/Brochureverkoop.

Openbare bibliotheek

In de openbare bibliotheek zijn vaak ook interessante uitgaven te vinden en meestal zijn er knipselkranten op onderwerp.

 

Spreker

Als u gemeenteleden op een aparte bijeenkomst uitvoeriger wilt informeren over het project, het land of het onderwerp dat in deze bijdrage besproken wordt of over het werk van Kerk in Actie in het algemeen, dan kunt u een spreker uitnodigen. Bij de Helpdesk van Kerk in Actie kunt u informeren wat de mogelijkheden

zijn.

 

Websites

Wanneer u toegang tot het internet heeft, kunt u via zoekmachine op zoek gaan naar websites over dit land. De verschillende websites bieden o.a. algemene informatie over Israël en de Palestijnse gebieden,informatie over de religie, taal en reisinformatie.

 

Enkele interessante pagina’s waar u meer informatie kunt vinden, zijn:www.kerkinactie.nl Dit is de eigen website van Kerk in Actie. Hier vindt u onder andere informatie over de diverse projecten die u via Kerk in Actie kunt steunen. In de webwinkel ziet u welke artikelen er te bestellen zijn.

 

www.minbuza.nl In het landenoverzicht van deze website van het Ministerie van Buitenlandse Zaken staat extra informatie over Israël en de Palestijnse gebieden.

 

www.sivmo.nl Dit is de site van SIVMO, het Steuncomité voor Israëlische Vredesgroepen en Mensenrechtenorganiaties.

 

www.eajg Site van Een Ander Joods Geluid, actiegroep die een andere visie geeft op het conflict tussen Israël en de Palestijnen.

 

Engelstalige websites

 

www.mezan.org De site van Al Mezan. Op deze site staan weer links naar allerlei interessante sites

 

www.gush-shalom.org De site van Gush Shalom

 

www.haaretzdaily.com Site van Israëlische krant die op onafhankelijke wijze bericht over de actuele situatie ter plaatse.

 

 

 


 

 
asd