Wereldraad van Kerken over Israëlische nederzettingen

Hieronder een vrije vertaling van het eerste gedeelte van een verklaring van het Centrale Comité van de Wereldraad over Israelische nederzettingen in de bezette gebieden. Deze verklaring is van september 2009.

 

Het is geen gemakkelijke kost wat hier volgt, neem er even de tijd voor!

 

Terwijl het besluit van de VN van 1947 (Resolutie 181) om in Palestina twee staten te vestigen gedeeltelijk werd bereikt met de oprichting van de staat Israel, wordt er nog steeds gewacht op de verwezenlijking van het tweede deel van die resolutie: de oprichting van een Palestijnse staat.

 

Het nederzettingen beleid van Israël in de gebieden, die al sinds 1967 bezet worden, is een hindernis om een levensvatbare Palestijnse staat te vestigen. De voortdurende bezetting van land voorbij Israëls internationaal erkende grenzen (de grenzen van 1949/ Groene Lijn) wordt vrijwel algemeen verworpen en ondervindt overal ongeloof omdat het illegaal en onrechtvaardig is. Het is onverenigbaar met vrede en is ook strijdig met de werkelijke belangen van de staat Israël.

 

Terwijl het eigen recht van Israel op een bestaan in veiligheid overal in de wereld sympathie en solidariteit oproept, wekt het beleid van uitbreiding van nederzettingen en in beslagname van land ongenoegen en vijandigheid op.

 

Er zijn ongeveer 200 nederzettingen met meer dan 450.000 kolonisten in Bezet Palestijns Gebied, inclusief het geannexeerde Oost Jeruzalem. Het bestaan van de nederzettingen maakt de vredes pogingen door de internationale gemeenschap kwetsbaar en vrijwel onmogelijk. Zelfs op het verzoek om een ‘nederzettingen stop’ door Israëls belangrijkste bondgenoot, de Verenigde Staten, wordt gereageerd met weer een ronde van doelbewuste vertragingen, tijdelijke concessies en het stellen van voorwaarden. Israël verliest hierdoor goodwill, ze vernietigt hoop en maakt zinvolle onderhandelingen onmogelijk. Een bevriezing van het nederzettingen beleid zou Israëls goede wil tonen.

 

Het is bemoedigend dat de VS en regeringen van veel staten het vaste voornemen hebben uitgesproken om obstakels voor vrede uit de weg te ruimen en een einde te maken aan het Israël-Palestina conflict. Dit moet gebeuren door onderhandelingen, die zowel alles omvattend als overtuigend moeten zijn. En dit zal het begin zijn van nieuwe verhoudingen in het Midden Oosten. Het is echter ontmoedigend dat gebeurtenissen in Bezet Palestijns Gebied en in Oost Jeruzalem steeds weer aantonen hoe onbuigzaam Israël is door het voortdurend opwerpen van nieuwe hindernissen voor vrede.

 

In plaats van het bevriezen van activiteiten rond de nederzettingen, gaat het werk gewoon door bij grote en kleine nederzettingen. De Israëlische regering heeft nog steeds het plan om 2500 nieuwe huizen te bouwen in Oost Jeruzalem en op de bezette Westelijke Jordaanoever. Dit beleid zorgt er steeds weer voor dat Palestijnse burgers binnen bezet gebied uit hun woningen worden verdreven. Honderden gezinnen kregen van de Israëlische autoriteiten te horen dat hun huizen vernietigd zullen worden. Ook eigendommen van kerken lopen gevaar, vooral vanwege de uitbreiding van de nederzettingen en woningen in Oost Jeruzalem. Dit zijn slechts voorbeelden van een veel grotere tragedie.

 

Het bestaan van deze illegale nederzettingen en de daarbij behorende infrastructuur inclusief de scheidingsmuur, het in beslag nemen van Palestijns grondgebied tot voorbij de Groene Lijn (de zogenaamde veiligheid zones) en het brede netwerk van tunnels, wegomleggingen en controle posten ontnemen de Palestijnen toegang tot grote delen van hun land en waterbronnen. Ze worden hierdoor beperkt in hun bewegingsvrijheid, het tast hun fundamentele menselijke waardigheid aan en in veel gevallen hun recht op leven. Het heeft ook dramatische effecten op het recht van Palestijnen op onderwijs en toegang tot gezondheidszorg. Het vernietigt de Palestijnse economie door het transport van producten te belemmeren, waardoor het vrijwel onmogelijk is om een levensvatbare Palestijnse staat tot stand te brengen. Het gevoel van ontheemd zijn en van wanhoop onder de Palestijnse bevolking neemt toe en het draagt bij tot groeiende spanning in de regio, wat weer een bedreiging vormt voor de veiligheid van Israël.

 

De illegale nederzettingen in en om Jeruzalem brengen de toekomst van de heilige stad in gevaar. Daar zou over onderhandeld moeten worden als onderdeel van een alles omvattend vredes akkoord. De nederzettingen isoleren Jeruzalem van de rest van de Palestijnse Westelijke Jordaanoever. Families worden er door van elkaar gescheiden en essentiële economische, religieuze en culturele banden worden verbroken. De inwoners van Oost Jeruzalem worden in hun rechten beperkt door het in beslag nemen van identiteitspapieren, het beperken van bouwvergunningen, het onmogelijk maken van gezinshereniging enz. Dit alles is er op gericht om de aard van de heilige stad te veranderen. Die stad zou juist open moeten staan voor iedereen en gedeeld moeten worden door de twee volken en de drie godsdiensten.

 

Tot zover het eerste deel van de verklaring. Het tweede gedeelte is nogal formeel/ juridisch gesteld, zoals gebruikelijk bij moties en officiële verklaringen. Hier volgt slechts een samenvatting van het tweede gedeelte:

 

- De verschillende organen van de Wereldraad hebben al eerder standpunten ingenomen, het beleid van de raad is daarin consistent.

 

- De Vierde Conventie van Geneve roept op tot naleving van de verklaring van 2001. Daarin wordt de onrechtmatigheid van nederzettingen opnieuw bevestigd. Ook wordt de bezettende macht opgeroepen om de Conventie van Geneve (2002) volledig en feitelijk te respecteren.

 

- Het Centrale Comité is overtuigd van de noodzaak van een internationale boycot van goederen die geproduceerd zijn in de illegale Israëlische nederzettingen in de bezette gebieden. Lid kerken en gelovigen worden opgeroepen deel te nemen aan niet-gewelddadige acties tegen de verwoesting van Palestijnse eigendommen en gedwongen uitzetting van mensen ui hun huizen en van land.

 

- Het Centrale |Comité is er van overtuigd dat kerken niet medeplichtig moeten zijn aan illegale activiteiten in bezet gebied. Zoals verwoesting van Palestijnse huizen en land, de bouw van nederzettingen en de bijbehorende infrastructuur en de scheidingsmuur. Kerken hebben mogelijkheden om rechtvaardige, transparante en geweldloze economische maatregelen te nemen tegen deze illegale activiteiten.

 

- Het Centrale Comité is teleurgesteld dat Israël doorgaat haar grondgebied uit te breiden ten koste van de Palestijnse bevolking.

 

- De Raad roept opnieuw alle lid kerken op om hun betrokkenheid te tonen en mensen steun te  geven en aan te moedigen tot deelname niet-gewelddadige acties.

 

Op grond van het bovenstaande roept de Wereldraad lid kerken en verwante organisaties tot de volgende actie:

 

- Bidden voor de mensen die lijden onder de gevolgen van de ruim tweehonderd illegale nederzettingen op de Westelijke Jordaanoever en in Oost Jeruzalem.

 

- Luisteren naar de vraag om concrete acties van de christelijke kerken in Jeruzalem.

 

- Druk uit oefenen op Israëlische regering en Palestijnse Autoriteit om de heilige plaatsen open te stellen voor alle gelovigen van de drie godsdiensten.

 

- Beroep doen op beide regeringen om in het belang van de vrede onderscheid te maken tussen de legitieme belangen van Israël en zijn illegale nederzettingen.

 

- Bevraag regeringen die inconsequent handelen door aan de ene kant humanitaire en ontwikkelingshulp te bieden aan Palestijnen, maar aan de andere kant het nederzettingen beleid van Israël gedogen.

 

- Ten slotte doet het Centrale Comité een beroep op de regering van Israël om de Vierde Conventie van Geneve te respecteren en de uitbreiding van nederzettingen voor onbepaalde tijd te stoppen.

 

- En doet een beroep op lid kerken en gelovigen om praktische steun te geven aan niet-gewelddadige acties tegen het in beslag nemen van land etc. En om de Amman oproep van 2007 aan te nemen.

 

- En moedigt mensen aan die zich inzetten voor ‘land voor vrede’.

 

- En vraagt de regering van de VS er op toe te zien dat de kwestie van de nederzettingen opgelost wordt als onderdeel van een alles omvattende vredes overeenkomst.

 


 

 
asd