38 Op bezoek bij de Jahalin bedoeïenen

de woordvoerder van de JahalinWe bezochten enkele dorpen buiten het district Bethlehem. We schreven al over het geweldloze verzet van Bil’in. We gingen ook naar twee andere dorpen waarvan de inwoners met deportatie worden bedreigd. Het eerste dorp was Susya in het uiterste zuiden van de Westbank. Hieronder schrijven we over ons bezoek aan het dorp Khan al Ahmar, ten Oosten van Jeruzalem. Hier wonen de Jahalin, een Bedoeïenen gemeenschap.

papegaaitje leef je nogIn het Bedoeïenen dorp werden we ontvangen door een groepje enthousiaste kinderen. En we spraken met Eid Abu Khamis, woordvoerder van het dorpscomité. Hij vertelde ons iets over de geschiedenis en over plannen en problemen. De Jahalin bedoeïenen woonden oorspronkelijk in de Negev woestijn, schapen en geiten waren hun belangrijkste bron van inkomsten. Na de oorlog van 1948 probeerde het Israëlische leger hen te verdrijven. Woonhuizen werden in brand gestoken en vernield, het leger gebruikte geweld en intimideerde de bevolking, vijf personen kwamen daarbij om. Uiteindelijk moesten de Jahalin wel vertrekken. Na omzwervingen kwamen ze terecht in de buurt van Jeruzalem. Lange tijd woonden en leefden ze met hun schapen in het gebied tussen Jeruzalem en Jericho, waarbij Jericho een belangrijke markt had.

het dorp Khan al AhmanJahalin kinderenNadat Israël in 1967 de Westelijke Jordaanoever bezette, veranderde er veel voor de Jahalin. Israël begon in 1975 met de bouw van de nederzetting Ma’ale Adumim, op Palestijns grondgebied. (De meeste Israëliërs zijn zich helemaal niet bewust dat Ma’ale Adumim een illegale nederzetting is, voor hen is het gewoon een deel van Jeruzalem. Inmiddels is het een stad met zo’n dertig duizend inwoners.)

Door de bouw van nederzettingen werd het leef en werkgebied van de Jahalin enorm aangetast. De kudden moesten ingekrompen worden door verlies van grasland en van waterbronnen. De mensen werden meer afhankelijk van inkomsten uit ongeschoolde arbeid. En de druk om te vertrekken bleef. Een paar jaar geleden werd bekend, door berichten in de pers, dat de Israëlische overheid plannen heeft om alle bedoeïenen naar één plaats te deporteren. Te beginnen met de ongeveer 2300 die in de buurt van Jeruzalem wonen, inclusief dus de Jahalin die we bezochten.

Recent werd Palestina met een grote meerderheid van stemmen erkend als niet-lidstaat van de VN. De Israëlische overheid reageerde als door een bij gestoken en maakte direct bekend drie duizend nieuwe woningen te gaan bouwen in de illegale nederzettingen en ook in het gebied E1, waar ook de Jahalin wonen. Een onredelijke en naar het lijkt, een collectieve strafmaatregel voor erkenning door de VN!

Bouwen in dit gebied E1, tussen Ma’ale Adumim en Jeruzalem, betekent niet alleen een schending van de rechten van de huidige inwoners, maar heeft ook tot gevolg dat de Westelijke Jordaanoever in een Noord en Zuid gedeelte wordt gesplitst. Een toekomstige Palestijnse staat is op deze manier niet levensvatbaar. En daarmee raakt een twee staten oplossing steeds verder uit zicht.

autobanden als wapeningEid Abu Khamese gaf ook voorbeelden van de problemen waar ze onder de bezetting mee te maken hebben. Bijvoorbeeld: het Israëlische leger laat in het veld mijnen achter die er uitzien als speelgoed. Zes kinderen zijn door de mijnen getroffen en overleden. Eén van hen, een meisje dat op de schapen moest passen vond zo’n mijn, wilde er mee spelen, de mijn ontplofte en het meisje overleed aan de gevolgen. Om te kunnen begraven is een overlijdensacte nodig, die moet worden aangevraagd bij het militair gezag. De familie kreeg toen ook nog een boete want het meisje had daar helemaal niet mogen komen!

Onderwijs is belangrijk. De Israëlische overheid geeft geen enkele steun voor de bouw van een school. De Palestijnse Autoriteit stelde op papier transport beschikbaar zodat de kinderen naar een school verder op kunnen, maar dat was niet voldoende om alle onderwijs problemen op te lossen. Het dorp ging zelf aan de slag, en met steun van een Italiaanse ontwikkelingsorganisatie werd een school gebouwd. De toegepaste bouwwijze, dikke muren met auto banden als wapening en stevige daken, zorgt er voor dat het ’s winters niet te koud en ’s zomers niet te heet is. Natuurlijk gaven de Israëlische autoriteiten geen bouwvergunning, maar er is nu wel een sloop bevel uitgegeven. De school biedt onvoldoende plaats voor de bijna honderd kinderen. Daarom moet er bijgebouwd worden. Toen wij er waren was de bouw van meer klas lokalen in volle gang.

Als straf voor dit eigen initiatief heeft het leger de reispasjes van de dorpelingen ingetrokken, zodat ze niet meer kunnen reizen en werken in Israël.

Het dorp, de voorzitter en de Italiaanse ontwikkelingsorganisatie nemen risico. Dat is het hun waard, want kinderen moeten naar school kunnen. Onderwijs is een mensenrecht. Dat is helder en mooi geformuleerd in internationale verklaringen en overeenkomsten. De Jahalin maken het waar en brengen het in praktijk.

 

februari 2013


 
asd