Shuhada street in Hebron - Al Khalil

FEITEN OVER SHUHADA STRAAT 

Shuhada Straat is de belangrijkste straat in Hebron. Het is de verbinding tussen woonwijken in noord en zuid Hebron. Vroeger waren er in de straat belangrijke gebouwen, zoals het Centrale Busstation, een groentemarkt, een Turks badhuis, twee graanmolens, een benzine station, tientallen winkels, enkele van de oudste scholen van de stad en taxi standplaatsen. 

Toen Israël in 1967 Hebron bezette, begonnen de Israëliërs direct plannen te maken om de stad te koloniseren. Ze wilden ‘terug’ naar het land van hun voorvaders, waarbij ze verwezen naar Abraham en de unieke relatie die hij ooit met de stad had. 

In die tijd, eind jaren zestig, was de Israëlische Arbeiders Partij aan de macht. Aanvankelijk hield deze partij de vestiging van Joden in de stad tegen. Begin jaren zeventig, bezweken ze voor de druk en stonden de nederzetting Kiryat Arba toe. Deze ligt in de heuvels van Oost Hebron en het was de eerste Israëlische nederzetting op Palestijns land dat in 1967 werd bezet. 

In 1977 kwam de rechtse Likud Partij aan de macht. Likud gaf de  kolonisten toestemming om te verhuizen van Kiryat Arba, buiten Hebron, naar het centrum van de stad. De kolonisten kregen bovendien toestemming om beslag te leggen op het Dabayu gebouw in Shuhada straat. 

In 1982 nam het Israëlische leger de Usama Bin Munqiz school in beslag. Deze school staat vlakbij de Shuhada straat, dichtbij de Oude Stad. Het leger gaf deze Palestijnse school toen aan de kolonisten. De kolonisten bouwden er een paar verdiepingen bovenop en veranderden de school in een yeshiva, een Joodse religieuze school. 

In 1980 vernietigende het Israëlische leger 12 gebouwen achter de groentemarkt in Shuhada straat om er de Abraham Avinu nederzetting te bouwen. De Israëlische kolonisten kregen zo langzamerhand de macht over de markt en ze verjoegen alle Palestijnse winkeleigenaars. Het Israëlische leger vernietigde bovendien verschillende Palestijnse winkels, verdreef het hoofd van het gemeentebestuur. Het leger nam het centrale busstation, in Shuhada straat in beslag en bouwde er een militaire basis, die gebruikt kon worden om de kolonisten te beschermen. 

Op 25 februari 1994 kwam een Israëlische kolonist uit Kiryat Arba, Baruch Goldstein, met een geweer de Ibrahim Moskee binnen vlak bij de Shuhada Straat. Hij opende het vuur en doodde 29 Palestijnen, er vielen ook 125 gewonden 

In de tussentijdse/ voorlopige Oslo akkoorden van beginjaren negentig werden speciale afspraken gemaakt over Hebron: Een gedeelte van de stad zal door de Palestijnse Autoriteit bestuurd worden en een groot deel door Israël. (Vergelijkbaar met de gebieden A en C in de rest van de Westbank) 

Tegenwoordig wonen er meer dan 350 kolonisten en 250 yeshiva studenten in de zes gebouwen die langs de Shuhada Straat staan. Kolonisten in Hebron gooien vaak stenen naar Palestijnse huizen en voorbijgangers, ze beperken de Palestijnen die vlak bij de nederzettingen wonen in hun bewegingsvrijheid, ze gebruiken verbaal geweld tegen Palestijnse bewoners, beledigen de Islam en de Profeet Mohammed, spuiten graffiti haat-teksten op Palestijnse huizen (bijvoorbeeld: Dood aan de Arabieren). Ze hakken bomen om en beschadigen Palestijns eigendom. Het Israëlische leger doet niets om deze daden van vandalisme, pesterijen en/of geweld, gepleegd door Israëlisch kolonisten tegen Palestijnse bewoners, te stoppen. In feite staat het leger het toe dat de kolonisten het hele gebied van Suhada Straat  in handen krijgen. De kolonisten hebben zelfs straatnamen in het Oude gedeelte van Hebron veranderd,  Shuhada Straat wordt nu door Israëliërs “King David Street” genoemd.

 

Shuhada street 

 

VERHAAL VAN DE BEWONERS: WAAROM DE TOEGANG NAAR DE SHUHADA STRAAT WEER VRIJ MOET ZIJN 

Wij, de bewoners van de Shuhada Straat verloren ons sociaaleconomisch leven toen Shuhada Straat werd afgesloten. Hoewel wij geen keus hebben, willen onze familie en vrienden die ergens anders wonen natuurlijk liever niet vernederd worden door soldaten bij de checkpoints, of lastig gevallen worden in de straten door kolonisten. Daarom komen ze nog maar zelden op bezoek. En áls ze dan een keer komen moeten ze een hele omweg maken rond de stad, ze moeten over muren en daken klimmen alleen maar om bij het huis te komen dat ze willen bezoeken. Mensen bedenken zich wel tien keer voordat ze bij iemand in de Shuhada Straat op bezoek gaan.

Ik woon in de Shuhada Straat, maar ik kan mijn voordeur niet gebruiken omdat ik een Palestijnse ben. De deur van mijn huis is dicht gelast door het Israëlische leger, net zoals de deuren van veel andere Palestijnse huizen en winkels in de Shuhada Straat. Mijn buren zijn zo vriendelijk geweest een opening in hun muur te maken waar ik doorheen kan, zodat ik geen gijzelaar word in mijn eigen huis. Toch woon ik als een gevangene. Ik moest een raster van draadstaal op mijn balkon laten maken zodat de stenen “cadeautjes”  die de kolonisten altijd naar mijn huis gooien mij niet kunnen raken. Ik krijg deze “cadeautjes” nog steeds maar ze raken me niet zoals eerst. En ik kan nu mijn ramen openen om het zonlicht binnen te laten. Ik verzamel deze stenen nu, ik schrijf er “Salam” op (Arabisch voor Vrede) en gebruik ze om mijn tuin te versieren. 

Het is ook heel moeilijk om hier te wonen omdat alles gesloten is; ik kon altijd vlakbij boodschappen doen, maar nu moet ik heel ver lopen en alles wat ik koop moet ik naar huis dragen. Ik kan geen taxi naar huis nemen want Palestijnse auto’s mogen de Shuhada Straat niet in. Ik had een keer hevige pijn en moest naar het ziekenhuis, maar de ambulance kon niet tot aan mijn voordeur komen; ik moest daarom eerst naar het huis van mijn broer – hij woont hier twee minuten vandaan, maar het kost op z’n minst 20 minuten om er te komen vanwege alle afzettingen en checkpoints 

Israëlische  soldaten en de politie zeggen altijd dat ze hier zijn om ons (Palestijnen en Israëli’s) te beschermen, maar ze zijn mijn huis in één week drie keer binnen gestormd. Ze wilden een klacht van een soldaat onderzoeken, die zei dat er vanuit mijn huis kinderen met stenen naar hem hadden gegooid. Maar ik woon hier alleen met mijn moeder en ik heb geen kinderen. Maar, als ik een klacht indien bij de soldaten en de politie over kolonisten die stenen gooien naar mijn huis, dan doen zij niets om dat tegen te gaan 

Een vrije toegang naar de Shuhada Straat is een dringende noodzaak om vrede en menselijkheid weer terug te brengen.

Zleika Muhtaseb, bewoonster Shuhada Straat 

Nederzettingen & International Humanitair Recht:

Volgens artikel 49 van de Vierde Conventie van Geneve (12 augustus 1949):

“De Bezettende Macht mag niemand van de eigen burgerlijke bevolking uitzetten en overplaatsen naar de bezette gebieden”. Dit betekent dat nederzettingen verboden zijn. De bezettende macht kan geen land in beslag nemen in het bezette gebied met als enig doel nederzettingen te creëren voor haar landgenoten.


 

 
asd