Breaking the Silence doorbreekt de stilte over de bezetting

Onderstaand artikel verscheen in het Reformatorisch Dagblad, 15/10/2011, door Alfred Muller

Yehuda (28) diende tussen 2001 en 2004 als soldaat en commandant in het leger. Het waren de jaren van de tweede intifada. Palestijnse terroristen bliezen in Israël stadsbussen en restaurants op. Het leger nam harde maatregelen om de rust te herstellen.

Veertien maanden diende hij in Hebron, een stad op de Westelijke Jordaanoever waar 500 Joden en 150.000 Palestijnen wonen. „Veel soldaten in Hebron begonnen zich vragen te stellen. Maar in het leger is er altijd reden om door te gaan: de bevelen, de missie en vooral de kameraadschap. Jij bent er voor hen, zij voor jou. Dan zijn de vragen niet echt belangrijk meer.”

Maar aan het einde van de diensttijd begon hij met de andere soldaten over zijn gevoelens te praten. Het bleek dat zij hetzelfde dachten. Wat hen het meeste schokte, is dat de Israëlische burgers geen idee hebben van wat er gebeurt. Ze besloten „Hebron naar Tel Aviv” te brengen. Nadat de soldaten afzwaaiden, openden ze een tentoonstelling met foto’s van het leger in de Palestijnse gebieden. Velen kwamen kijken. De televisie besteedde aandacht aan hen. Shaul en enkele anderen richtten Breaking the Silence (De Stilte Doorbroken) op.

Shaul vertelt dat de groep getuigenissen van collega-militairen heeft opgetekend, van meer dan 750 ex-soldaten. In een kast in zijn kantoor ligt een dik zwart boek dat de organisatie onlangs heeft gepubliceerd onder de titel ”Bezetting van de gebieden. Getuigenissen van Israëlische soldaten 2000-2010”.

Hij is zich ervan bewust dat twee ontwikkelingen het einde van zijn werk kunnen betekenen. De eerste is dat als het leger bewijst dat ze foute informatie verspreiden. Daarom worden de interviews afgenomen door andere ex-soldaten die de militaire situatie kennen. Bovendien past de organisatie uitgebreide controle toe.

De tweede is als er soldaten naar de gevangenis worden gezonden voor misdaden die werden gepleegd onder de Israëlische wet of het internationaal recht. Anderen zouden dan geen getuigenissen meer willen geven. Daarom blijven de meeste getuigen anoniem.

„Wij zijn niet tegen het leger. Het leger is het probleem niet. Het probleem is de politieke missie die het leger krijgt. Van links en rechts geeft men de soldaten de schuld. Ze doen niet genoeg of ze gaan buiten hun bevoegdheden. Maar de boodschap is dat als je een leger een langdurige bezetting over een ander volk laat uitoefenen, je niets anders kunt verwachten.

Wij publiceren niet de namen van generaals of officieren die slechte bevelen gaven. Sommige links georiënteerde mensen kunnen zeggen dat wij oorlogsmisdadigers beschermen. Het vervolgen van deze vermeende misdadigers is de weg van de minste weerstand. Maar het gaat erom de waarheid onder ogen te zien.

De waarheid is: je geeft een leger de opdracht een gebied te bezetten en dat ziet eruit zoals je in onze tentoonstellingen ziet. De samenleving kan de verantwoordelijkheid van zich af schuiven door te zeggen dat het soldaten zijn. We willen de bezetting, zonder te aanvaarden wat bezetting betekent. We willen dat het leger daar is en tegelijkertijd dat het leger daar niet is. Zo werkt dat niet. Laten we ophouden onszelf voor de gek te houden.

Natuurlijk zijn wij als BTS tegen de bezetting. Maar we gaan een stap verder. Het leger is van de regering en de mensen. Het is daar in onze naam. Het is onze verantwoordelijkheid om grenzen te stellen en aan te geven wat acceptabel is en wat niet.”

Het leger en de staat zeggen: Als de Palestijnen klachten hebben, kunnen ze naar het hooggerechtshof gaan.

„Een van de grote kwesties tijdens de tweede intifada was de kwestie van de menselijke schilden. In het leger noemden we dat ”de buurmanprocedure”. Je komt ergens om een persoon te arresteren. Je omsingelt het huis, grijpt een van de buren, je nadert het huis en zet de buurman voor je. Als iemand het vuur opent vanuit het huis, wordt de buurman geraakt en niet de soldaten.

In 2002 werd een Palestijn op deze wijze door Palestijn vuur gedood. Israëlische mensenrechtenorganisaties stapten daarop naar het hooggerechtshof. Het hof stelde dat de buurmanprocedure onwettig is. Geloof je dat we er daarna mee stopten? We gaven het een andere naam: „We brengen een vriend.” En we deden hetzelfde.”

Zegt u dat het hooggerechtshof geen gezag heeft?

„Ik zeg niet: geen. Wat ik zeg is dat het uiteindelijk één ding is wat er in de rechtszalen in Jeruzalem wordt gezegd en een ander ding als je in (het Palestijnse vluchtelingenkamp, AM) Kalandia of in Gaza staat om je taak te doen. In de praktijk gedraag je je zoals je je gedraagt en het doet er in zekere mate niet toe wat de rechters zeggen.

Een ander ding is het handhaven van de wet. Volgens het internationaal recht en volgens het Israëlisch recht moet het leger alle mensen beschermen die in de bezette gebieden wonen. Maar de soldaten krijgen een ander bevel, namelijk het beschermen van de kolonisten (de Joden in de nederzettingen, AM). Als we zien dat een kolonist een Palestijn aanvalt, mogen we niet tussenbeide komen. Daar hebben we de politie voor. De kolonisten vallen onder de Israëlische burgerlijke wet, de Palestijnen onder de militaire wet.”

 Momenteel is er het een en ander te doen rond de olijvenoogst. Daarbij zijn de soldaten wel betrokken bij de bescherming van Palestijnen.

„Ze mogen geen kolonisten arresteren. Ze moeten zorgen dat de Palestijnen in betwist gebied toegang hebben tot de olijfgaarden. Maar als er een probleem is, moet de politie komen. Dat is de structuur van de wetshandhaving. Het is niet de wet van het volk voor het volk. Het is de wet van Israël voor Israël.

Een bezetting dient iets tijdelijks te zijn. Maar als zij 45 jaar duurt, en er komen ook nog kolonisten bij, dan gaat die bezetting verder dan verwacht. In ons boek (”Bezetting van de gebieden. Getuigenissen van Israëlische soldaten 2000-2010”) proberen we te analyseren hoe het er vandaag voorstaat met de bezetting.

Ik heb weinig verstand van de grote politiek. We zijn soldaten die getuigenissen geven over het werk van de bezetting. Er zijn 700 soldaten die hetzelfde zeggen. Onze conclusie is: het leger opereert alsof er geen einde in zicht is. Het probeert geen alternatief te creëren. Het probeert niet harten te winnen van de Palestijnse bevolking. Integendeel. Het wil er zeker van zijn dat er verder helemaal niets is.

Het eerste hoofdstuk in het boek gaat over preventie. Vandaag de dag is preventie zo uitgebreid, dat elke offensieve actie defensief wordt in het denken van het leger. Het komt erop neer dat het leger probeert de Palestijnen op te jagen. Ze weten niet wanneer we komen, hoe we komen en wat we gaan doen. Het leger noemt dat: „Onze aanwezigheid laten voelen.”

Op de Westoever wordt het maken van schijnarrestaties steeds gewoner. Wat dat is? Er is een nieuwe eenheid in het gebied. De commandant wil niet dat de eerste arrestatie echt is. Hij neemt een klein dorpje, vouwt een kaart open, kiest een willekeurig huis, belt de geheime dienst en vergewist zich ervan dat de persoon echt onschuldig is en dat hij niet de verzameling van inlichtingen verstoort.

De soldaten komen ’s nachts, omsingelen het huis, grijpen de man en arresteren hem. Na enkele uren is de oefening ten einde en wordt de man vrijgelaten.

De soldaten vragen de hele tijd: „Wat is er in vredesnaam aan de hand?” Het antwoord van de officier is tweeledig. Ten eerste: training. Ten tweede: dit is een geavanceerde vorm om onze aanwezigheid te laten voelen. De mensen in het dorp weten dat deze man onschuldig is. Ze vragen zich af wat de logica is. Ze krijgen geen antwoord en zijn dan nog banger.”

Gedraagt het leger zich anders tegenover christenen dan tegenover moslims?

„Zoiets heb ik nooit gehoord. Het zou niet juist voor me zijn verklaringen te geven zonder harde feiten te hebben. Wij maken alleen verschil tussen rustige en onrustige gebieden.”

Hoe reageert u als een Amerikaanse christenzionist u zegt: „Elk bezettingsleger heeft een moeilijke taak en doet dingen die moeilijk te slikken zijn. Maar Juda en Samaria zijn deel van het Bijbelse thuisland, en dat behoort de Joden toe.”

„Joden baden niet voor de terugkeer naar Tel Aviv toen ze in de afgelopen 2000 jaar voor de terugkeer naar Sion baden. Ze baden voor Nablus, Hebron en Jeruzalem. Dat is een feit.

De vraag is: Wat betekent dit allemaal in 2011? Is dit iets wat onze staat mag doen? Mijn antwoord is: Natuurlijk niet. Dit is niet de prijs die ik bereid ben te betalen: 4 miljoen mensen hun vrijheid afnemen. Dat is niet democratisch en niet Joods.

Wij zijn aan de andere kant geweest en weten waartoe een langdurige bezetting kan leiden. Wij zouden eigenlijk de mensen moeten zijn die de rest van de wereld aanmoedigen om dergelijke dingen niet te accepteren.

Het is de vraag wat we willen. Het land Israël of de staat Israël? Ik ben zionist. Voor mij betekent zionisme dat we niet langer door anderen willen worden geregeerd. Er was nooit bij inbegrepen dat wij zelf over een ander volk zouden heersen.

Ik ga zelfs nog een stapje verder: mensen die zoiets zeggen zijn eigenlijk de meest antizionistische mensen die je je maar kunt indenken. Ze zeggen eigenlijk dat we geen eigen controle hebben over ons eigen lot. We zijn ertoe veroordeeld om bezetters te blijven.”

Yehuda Shaul zegt dat er achter zijn werk veel optimisme steekt. De veteranen zijn ervan overtuigd dat de Israëliërs anders zouden kiezen als ze de juiste informatie zouden krijgen. „Ze zouden aan onze kant staan. En ze zouden doorlopend nee zeggen.”

 

Meeste activiteiten in Israël

Yehuda Shaul zegt dat verreweg de meeste activiteiten van Breaking the Silence in Israël zelf worden gehouden. De organisatie heeft 6 voltijdse krachten, 5 deeltijders, 25 veteranen die als vrijwilligers helpen, 20 anderen die bij speciale gelegenheden helpen en ruim 40 anderen die helpen met het vertalen van artikelen en bewerken van video’s.

De organisatie interviewt veteranen, organiseert rondritten en organiseert lezingen. De website vermeldt de sponsors van de organisatie. Daaronder zijn Broederlijk Delen, ICCO en de Delegatie van de Europese Unie in Israël.

In Israël leidde het werk tot kritiek. De NGO-monitor, een organisatie die mensenrechtenorganisaties in Israël kritisch volgt, stelt dat BTS actief was in het promoten van beschuldigingen van ”oorlogsmisdaden” na de Gazaoorlog van 2008 en 2009. „De beschuldigingen zijn gebaseerd op anonieme en onverifieerbare getuigenissen van horen zeggen.”

Amos Harel schreef in juli 2009 in Ha’aretz dat de organisatie een duidelijke politieke agenda heeft en niet langer kan worden beschouwd als een mensenrechtenorganisatie.


 
asd