Israels muur scheidt duizenden huwelijken

Onderstaand artikel verscheen in TROUW, van 25 januari 2012

Israëls muur scheidt duizenden huwelijken

LAURENS SAMSOM | JERUZALEM − 25/01/12, 00:00

Bezwaar tegen omstreden wet afgewezen

Zijn vrouw bevalt een dezer dagen in een Israëlisch ziekenhuis van een zoon, maar Wassim weet nu al dat hij er niet bij zal zijn. Als inwoner van de Westoever mag hij de afscheidingsbarrière die Palestijns gebied van Israël scheidt niet passeren. Dat Wassims vrouw een Israëlisch paspoort heeft, biedt geen soelaas. Sinds 2003 bestaat er namelijk een wet die voorschrijft dat Israëliërs hun echtgenoot of echtgenote niet mogen laten overkomen als die uit Palestijns gebied afkomstig is.

Mensenrechtenorganisaties bestempelden de wet - die tijdens de Tweede Intifada ingesteld werd als veiligheidsmaatregel - als racistisch en stelden petities op. Andere buitenlanders worden in principe na vijf jaar genaturaliseerd tot Israëliër, alleen voor Palestijnen geldt dat niet. Het Hooggerechtshof boog zich over deze petities en bleek, net als de rest van de Israëliërs, sterk verdeeld. Vorige week kwam de uitspraak: de wet is rechtsgeldig, oordeelden zes van de elf rechters.

De president van het Hooggerechtshof, Dorit Benisch, die tot de minderheid behoort, schreef dat de wet zou moeten worden afgeschaft 'omdat die het recht van gelijkheid schendt'. Volgens de kleinst mogelijke meerderheid is er echter 'geen enkel voorbeeld van een Hooggerechtshof dat de toegang van duizenden vijanden binnen de landsgrenzen toestaat'.

Wassim moet nu genoegen nemen met de zeven dagen bezoekrecht die hij elke drie maanden krijgt. "Het Hof heeft onze enige kans verloren laten gegaan", verzucht hij.

De nationale veiligheid is niet de enige reden voor het besluit van het hof, denkt Ejal Gross, rechtsgeleerde aan de Universiteit van Tel Aviv. "Er speelt ook een demografisch motief. Israël is een Joodse staat, dat wil zeggen: een staat met een Joodse meerderheid. Als je dat wilt behouden, is de komst van duizenden niet-Joden simpelweg niet gewenst. Blijkbaar hebben wetgevers daar zelfs deze wet voor over die het gelijkheidsbeginsel negeert en de Palestijnse bevolking discrimineert."

In de praktijk zullen duizenden gezinnen gescheiden blijven leven. "De uitspraak van het Hooggerechtshof was de laatste hoop, dit is juridisch het eindstation", zegt advocaat Ajat Hatem, wiens vrouw uit Nabloes op de Westelijke Jordaanoever komt.

Hatem en hun vier kinderen behoren zelf tot de zogeheten Arabische Israëliërs: Palestijnen die na het uitroepen van Israël in 1948 binnen de nieuwe landsgrenzen zijn blijven wonen en Israëlische staatsburgers zijn. Ze vormen zo'n 20 procent van de bevolking. Hatem: "Niemand wil op de Westelijke Jordaanoever wonen. Daar is nauwelijks werk, minder veiligheid en bovendien woont mijn familie hier in Israël. De regering heeft het liefst dat ik met de vier kinderen naar mijn vrouw in Nabloes verhuis, maar ik denk er niet aan."

Omdat Hatems vrouw boven de 25 is, geldt voor haar een uitzonderingsregel. "Elk half jaar moeten we een militaire vergunning aanvragen, waarmee ze dan in Israël mag verblijven. Dat doen we nu al bijna tien jaar en elke keer is het maar de vraag of ze het verlengen", zegt Hatem. Een dergelijke vergunning is uitsluitend een reisvergunning: werken, studeren of gebruik maken van sociale voorzieningen is niet toegestaan. "Leven met deze onzekerheid is voor onze hele familie echt verschrikkelijk."

Ook de aanstaande vader Wassim (33) zal binnenkort misschien van de militaire vergunning gebruik kunnen maken. Palestijnse mannen maken daar kans op als ze 35 of ouder zijn. Daarvoor is wel een schoon strafblad vereist; niet alleen van de aanvrager, maar ook van zijn nabije familie. Dat kan nog weleens een probleem opleveren voor Wassim.

"Als illegale werker in Jeruzalem ben ik al een aantal keer de grens over gezet. Voor loodgieters zoals ik is er geen droog brood te verdienen op de Westoever; daarom werken we veelal in Jeruzalem." Van de keren dat Wassim betrapt is in Jeruzalem heeft de politie aantekeningen gemaakt, maar daar denkt hij liever niet aan. "Voor mij kan de tijd niet snel genoeg gaan. Over twee jaar ben ik 35 - en dan maar hopen dat ze me toestemming geven om mijn gezin te bezoeken."

Palestijnse kinderen
Naast de petities over het laten overkomen van Palestijnse echtgenoten, wees het Hooggerechtshof afgelopen week ook de petitie over identiteitsbewijzen van kinderen van Palestijnse echtparen af. Dat betreft voornamelijk de Palestijnen in Oost-Jeruzalem, het gedeelte van de hoofdstad dat Israël in 1967 annexeerde. De meeste inwoners van Oost-Jeruzalem hebben een permanente Israëlische verblijfsvergunning, maar veel van hun kinderen hebben die niet. Als een van de ouders oorspronkelijk van de Westoever komt, wordt het kind ook vaak aangemerkt als inwoner van de Westoever. Zoals de 24-jarige Samach Aboe Ramoez. Met haar ouders en vier broertjes woont ze haar hele leven al in Oost-Jeruzalem, maar omdat haar vader uit Hebron (op de Westelijke Jordaanoever) komt en haar ouders haar niet tijdig hadden opgegeven als inwoonster van Jeruzalem, verleent Israël haar geen permanente verblijfsvergunning. Met een tas vol tijdelijke pasjes reist ze dagelijks op en neer van Oost-Jeruzalem naar de frisdrankfabriek, net achter de muur, waar ze werkt. "Ik kan op Israëlisch grondgebied niet werken, niet naar de dokter, geen rijbewijs halen en daarnaast ben ik er nooit zeker van of ze mijn pasjes verlengen. Bovendien ben ik vanwege mijn status veel minder interessant als mogelijke echtgenote voor iemand uit mijn buurt."



 

 
asd