8 Bethlehem

Twee keer in de periode van drie maanden maakt ieder een ‘placement visit’, een bezoek van een paar dagen aan een andere plaats en een ander team. Het is goed er even uit te zijn en met andere collega’s samen te werken. Het is ook belangrijk dat iedereen breder kennis maakt met de problemen. Een plattelandsplek als Yanoun heeft met andere problemen te maken dan bijvoorbeeld Oost Jeruzalem of Bethlehem. Ik ging drie dagen naar Bethlehem.

 

Bethlehem is een Palestijnse stad, ligt op de Westelijke Jordaanoever en is met een hoge muur van Jeruzalem afgesloten. Het toont niet vriendelijk een betonnen muur van acht meter hoog met daar boven op ook nog prikkeldraad. Met één van de collega’s maakte ik een rondje door de stad. Een gezellig drukke binnenstad en interessante vergezichten over de heuvels.

 Het Bethlehem team heeft als belangrijke taak ’s morgens vroeg aanwezig te zijn in de controle post bij de muur en te bekijken of mensen snel en efficiënt van Bethlehem naar Jeruzalem kunnen. Elke ochtend, tussen vier en zeven uur, gaan ongeveer drieduizend mensen uit Bethlehem en omstreken door controle post 300. De meeste mensen gaan naar hun werk.

Een ingewikkeld pasjes systeem is door het Israëlische leger ingevoerd.

Alle Palestijnen moeten een ID, een identiteitsbewijs, hebben. Een identiteitsbewijs voor de Westelijke Jordaanoever geeft je nog geen recht om in Jeruzalem of Israël te werken of er zelfs maar naar toe te reizen. Daarvoor heb je een ‘permit’ (speciale toestemming) nodig. Om voor een ‘permit’ in aanmerking te komen heb je een magnetische kaart nodig, waarop o.a. vingerafdrukken staan.

Om kwart voor vier s’ morgens is het koud. Erg koud vind ik het. Al een paar honderd mannen staan buiten te wachten, een dubbele rij tussen de hoge hekken. Ik wurm me door de rij naar voren. Bijna overal word ik vriendelijk begroet, mensen maken plaats, ze kennen EAPPI. Om vier uur gaat het draaihek open en vier of vijf man wordt in één keer doorgelaten. Een soldaat in een betonnen bunkerachtig gebouw, achter dik glas start en stopt het draaihek. Het is dringen voor dat hek. Na het draaihek moet je paspoort of ID tegen de ruit houden. Als er iets niet goed gaat schreeuwt de soldaat instructies of commentaar door een luidspreker, zo te horen in het Hebreeuws. Dit is de eerste hindernis.

Over een pleintje naar het gebouw met de metaal detectoren, drie cabines waar je wordt gecontroleerd, als op een vliegveld: schoenen uit broekriem af. Alle bagage in een bak op een lopende band door de scanner. Voor elke cabine weer een dergelijk draaihek met een soldaat achter dik glas die het hek in beweging zet en weer stopt. Telkens worden maar vier of vijf personen doorgelaten. Loop bruggen boven onze hoofden. Soldaten met geweer over de schouder lopen er over heen en overzien alles.

Om vier uur werkt de eerste cabine, pas om vijf uur gaat de tweede cabine open, wat later ook nummer drie. Veel willekeur. De soldaten bepalen of en hoeveel mensen ze toelaten. Soms staat de rij voor een cabine tien minuten stil, soms zelfs alle drie tegelijk. Er lijkt geen afstemming tussen het eerste draaihek en de magnetische detector cabines. Opstoppingen en wachttijden. Mensen raken ongeduldig. Als iemand in een wachtrij vermoedt dat een andere cabine wel in gebruik is komt er een stormloop op gang naar de functionerende cabine. Soms gaat het als een golf heen en weer. Mensen maken zich zorgen te laat op hun werk te komen. Je wordt zomaar ontslagen, voor jou een ander. 

Als deze tweede hindernis is genomen volgt de eigenlijke controle op: ID, magnetische kaart (o.a. vingerafdrukken) en het bewijs van speciale toestemming. Volop mogelijkheden dat er iets niet klopt en dat doorgang geweigerd wordt. Er zijn twaalf loketten voor deze laatste controle, ik zag er beide keren niet meer dan vijf in gebruik.

Elke ochtend gaan twee EAPPI vrijwilligers naar de controle post. Eén die het aantal personen telt dat door het eerste draaihek gaat. De ander in de hal met de drie metaal detector cabines. Als er opstoppingen zijn houden we met elkaar contact. We hebben ook de mobiele telefoonnummers van de ‘humanitaire help lijn’. Dat is ergens in Israël een soldaat die klachten noteert en belooft er achter aan te gaan. De vuistregel is dat we bellen als er meer dan vijftien minuten geen doorgang is, dus dat alles stil staat. Als dat niets oplevert en de stilstand blijft voortduren hebben we ook nog een mobiel nummer van de commandant van de controle post.

Groot was de frustratie van de mensen op mijn tweede dag. De wachttijden begonnen al voor het eerste draaihek, een half uur lang werd zelfs niemand doorgelaten. Ik belde de helplijn en zelfs de commandant, maar ik heb niet het idee dat het iets uithaalde. Al die mannen stonden de hele tijd buiten en bijna niemand was echt op de kou gekleed. Zelfs in de ruimte met de drie cabines liep ik te kleumen.

(20 december 2011)

 


 

 

 

7 Een week met veel geweld

Bijna een week geleden vertelde ik over een rustige zondagse kerkdienst. Ik schreef dat op de maandag dat het mijn beurt was in Yanoun achter te blijven. Het team ging naar de Jordaanvallei. Het liep allemaal anders. In één van ‘onze’ dorpen in de buurt van Nablus was ’s nachts een aanval van settlers (kolonisten) geweest en we moesten onze plannen aanpassen. In zo’n situatie is het onze taak een rapport op te stellen van wat er precies is gebeurd. Vaak zijn wij de enigen die poolshoogte nemen en rapporteren.

Onze rapportages worden door het EAPPI kantoor in Jeruzalem gedeeld met verschillende organisaties zoals het Internationale Rode Kruis en UN-OCHA (UN-OCHA is het VN kantoor voor de coördinatie van humanitaire zaken). Wekelijks publiceerslaapkamer raamt UN-OCHA overzichten van schendingen van rechten en gebruikt daarbij ook EAPPI rapporten.

Midden in de nacht, ongeveer één uur, viel een groep settlers het dorp Asira Al Qibliya aan. De aanvallers kwamen hoogst waarschijnlijk van de nabijgelegen nederzetting Yizhar. Ze hielden hun gezicht (met bivakmutsen) verborgen. De schattingen van het aantal aanvallers lopen uiteen van vijftig tot honderd vijftig. Niet zo vreemd, het was nacht en mensen hadden vooral oog voor wat er met hun eigen huis gebeurde.

lege hulzen van traangas gramaten etcDe aanvallers verdeelden zich in groepen, sloegen deuren en ramen kapot, probeerden huizen binnen te dringen en gooiden stenen door slaapkamer ramen. Het leger was aanwezig, maar deed het eerste half uur niets. Pas toen de mensen naar buiten kwamen en zich organiseerden om de aanvallers aan te pakken, werden de soldaten actief en schoten lichtkogels af. De kolonisten vertrokken en de dorpelingen werden door het leger bestookt met traangas granaten en geluid bommen. Zelfs traangas werd de huizen ingegooid. Een jongen toonde ons de gebruikte hulzen. De soldaten bleven tot vroeg in de ochtend in het dorp om de orde te handhaven!

Twee zwangere vrouwen moesten met spoed naar het ziekenhuis, één van hen werd direct behandeld, haar baby kwam ter wereld via een keizersnede. Volwassenen en vooral kinderen hebben die nacht angstige uren meegemaakt. Voor sommige mensen was dit niet de eerste keer dat kolonisten hun huis aanvielen. Zeven huizen werden beschadigd en beklad, een auto was gedeeltelijk verbrand.

De hier geschetste gang van zaken lijkt gebruikelijk. Kolonisten en leger coördineren hun activiteiten en trekken er gezamenlijk op uit. De kolonisten kunnen een poosje hun gang gaan en als zij vertrekken komt het leger in actie tegen de dorpelingen. De enige taak van het leger is Israëlische burgers te beschermen. Andere mensen zijn voor hen niet van belang. Geen kolonist is gearresteerd. De mensen in het dorp ervaren dit geweld als een poging van kolonisten en leger om angst te zaaien. Het moet de dorpelingen zo moeilijk mogelijk gemaakt worden, zo moeten zo bang worden dat ze vertrekken om plaats te maken voor de uitbreiding van de nederzetting, voor meer kolonisten.

Twee dagen later waren er weer twee nachtelijke incidenten, in Yasuf en Duma. Het betrof hier kleinere groepen kolonisten. In Yasuf, vlak bij de nederzetting Kfar Tappuah, was het leger ook weer present. Een auto met twee gastanks eprice tagrnaast werd er in brand gestoken. Gelukkig kon de eigenaar de auto op tijd van de tanks wegduwen. Op een mnuur bij één van de huizen was 'price tag'geklad, zie foto hier naast. 

In Duma noemden de aanvallers zich vrienden van Yizhar.Twee auto's raakten er uitgebrand en huizen werden beschadigd. Toen twee van onze collega´s foto´s van de schade in Duma maakten grepen soldaten in en verwijderden de beelden van de camera.

Een dag later ging het verhaal dat het leger enkele gebouwen in een illegale voorpost van een nederzetting zou gaan slopen. We gingen in de buurt kijken. We zagen er veel leger en politie, maar geen actie. De angst in de dorpen was groot, want zo´n actie van het leger tegen kolonisten roept wraak op. Wraak van de kolonisten, meestal niet gericht tegen het leger, maar tegen Palestijnen. Hier heet dat een ´price tag attack´ (price tag = prijskaartje). Het is de prijs die betaald moet worden voor elke daad die tegen kolonisten is gericht. Vanwege de angst van de dorpelingen in Yanoun voor zo’n ‘price tag’ bleven wij in het dorp om ‘bescherming’ te bieden.

De Wereldraad stelde een verklaring op over nederzettingen in bezet gebied. Onder de knop Documentatie heb ik een vertaling ervan opgenomen.

(17 december 2011)


 

 

6 Kerkdienst in Nablus

Ik noemde al eens dat onze eerste taak is aanwezig te zijn in Yanoun. Die aanwezigheid biedt een ‘zekere bescherming’ tegen allerhande kwaad dat de dorpelingen door omwonende settlers kan worden aangedaan. Daarnaast houden we contact met dorpen in de buurt en met dorpen wat verder weg in de Jordaan vallei. Ook houden we contact met organisaties in Nablus. Een stad van meer dan honderd duizend inwoners, 15 km naar het westen.

In Nablus zijn verschillende christelijke kerken. Ik las de volgende namen: New Greek Orthodox, Greek Orthodox, Latin Catholic, Anglican, Episcopal en Melkite Catholic. We hebben ze nog niet allemaal bezocht, maar kerkbezoek staat wel op ons programma. Het aantal christenen in Palestina is in de loop der jaren terug gelopen. Waarschijnlijk meer christenen dan niet-christenen hadden de mogelijkheid naar het buitenland te vertrekken en grepen die kans aan. De christelijke gemeenschap in Nablus omvat nu nog ongeveer 600 personen.

De dienst in de Anglicaanse kerk en waarschijnlijk ook in de andere kerken is in het Arabisch, zonder vertaling. Anglicanen volgen een vaste orde van dienst en met wat ervaring en een Engelstalige liturgie is alles wel te volgen. Wel had ik het zo druk met bestudering van de liturgie dat ik niet door had dat er gecollecteerd werd. We werden welkom geheten en de predikant benadrukte dat de gemeente onze aanwezigheid ervaart als steun van de wereldwijde christelijke gemeenschap. Na de koffie, na afloop van de dienst, spraken we met de predikant, father Ibrahim.

Hij vertelde over de beperkte bewegingsvrijheid van Palestijnen. Het Israëlische leger handhaaft een ingewikkeld pasjes systeem. Het soort identificatie bewijs dat je hebt is bepalend voor waar je wel en niet naar toe kunt reizen. Bijvoorbeeld: als geregistreerd inwoner van de Westelijke Jordaan oever kun je niet zo maar naar (Oost) Jeruzalem reizen of naar de Jordaan vallei, laat staan naar Israël. Aparte toestemming is daarvoor nodig en dat soort uitzondering wordt weinig toegekend. Boeren op de Westelijke Jordaan oever die land hebben in de Jordaan vallei maar daar niet wonen krijgen maar mondjes maat toestemming naar hun land te gaan om dat te bewerken.

Father Ibrahim vertelde over deze pasjes kwestie in verband met advent en het naderende Kerst feest. Christenen willen met Kerst naar Bethlehem. Maar om daar naar toe te reizen moet je door Oost Jeruzalem, dat door Israël is geannexeerd, en daar heb je een speciaal pasje voor nodig. Je weet nooit of je het zult krijgen. Buitenlanders wordt niets in de weg gelegd, zij zijn er met Kerst welkom.

Sinds een jaar heeft de Anglicaanse kerk het initiatief genomen om maandelijks Christen en Moslim geestelijken bij elkaar te brengen. De kerk organiseert voordrachten en gesprekken en deelnemers eten met elkaar. Volgens father Ibrahim ontstaat er langzaam meer begrip voor elkaar. Zulke bijeenkomsten organiseren met Joodse geestelijken er bij is nog een ver weg gelegen ideaal.

Zondag is een gewone werkdag. Na de kerkdienst en het gesprek met de predikant kunnen we dan ook gewoon terecht op het kantoor van ICRC (Rode Kruis). We kregen er informatie over het programma van het Rode Kruis in het gebied rond Nablus. Vrijdag is een moeilijke dag om afspraken te maken in verband met het vrijdag gebed.

(12 december)

 


 

 

5 Een eerste dag met conflict (2)

Dit wordt al de tweede dag van conflict ! Een vervolg op mijn eerdere verhaal, niet een nieuw conflict gelukkig. De beide herders, twee broers, werden ’s avonds om tien uur door de politie vrijgelaten. We bezochten Doua, het dorp waar het incident plaats vond.

De weg er naar toe is niet al te best. In de loop der jaren heb ik in Afrika op heel wat slechte wegen gereden, maar dit sloeg alles. Gelukkig was het maar een rit van een half uur en met een chauffeur die alle kuilen en keien op de weg kent. Het dorp is de woonplaats van een grote familie. Geen stenen huizen, maar tenten, niet echt een dorp zoals wij ons dat voorstellen.

Een prachtige tocht, flinke heuvels en dalen, één en al rots en stenen, een onbewolkte zonnige hemel en een koude wind. Maar uit de wind en in de zon is het om te genieten.

Een paar dagen geleden, ’s morgens vroeg, toen herders hun schapen naar de bron brachten om te drinken kwamen vier gewapende settlers de heuvel af naar dezelfde bron. Ze riepen dat dit hun land is en dat de herders moeten verdwijnen. Ze gooiden stenen en schoten met geweren. Daarbij richtten ze laag, naast de voeten. Eén van de herders raakte door een grote steen aan zijn been gewond. Op een afstand zaten vier soldaten in een jeep en keken toe.

 De settlers kregen versterking en het gooien van stenen naar mensen en schapen ging door onder het oog van de soldaten. De soldaten werden door dorpelingen aangesproken op hun gedrag, maar kregen als antwoord dat ze moeten verdwijnen want dit land behoort hen niet toe. Soldaten mengden zich in de chaos en sloegen met hun geweren en vuisten. Eén van de herders belde de burgemeester van Yanoun (ja bereik voor mobiele telefoon is er tot in veel afgelegen gebieden). De burgemeester waarschuwde de politie, die na verloop van tijd verscheen.

Nieuwe legerauto’s met meer soldaten waren inmiddels gearriveerd. De settlers klaagden bij de soldaten dat de herders gewapend waren. Volgens beide mannen was dit niet het geval. De herders werden door de soldaten opgepakt en later aan de politie overgedragen en naar het politie bureau mee genomen. De settlers vertrokken naar huis.

Volgens de mensen die wij in Doua spraken was dit niet een op zich zelf staand incident. De Palestijnse familie heeft oude eigendomsbewijzen van het land waarop ze wonen. Al jaren zijn er problemen omdat Israëlische settlers dat land in bezit willen nemen. De laatste zes maanden zijn er in de nabijgelegen settlement/ nederzetting nieuwe huizen gebouwd. Nieuwe settlers hebben al een bron op het land van de familie in bezit genomen. Die bron is nu verboden gebied voor de Palestijnse herders en hun schapen. Op deze manier wordt het leven voor de Palestijnse boeren langzaam aan steeds moeilijker gemaakt. Leger en politie lijken vooral de settlers te beschermen.

(10 december)

 


 

 

4 Een eerste dag met conflict (1)

Net voor vertrek naar een dorp waar kort geleden problemen waren kregen we een telefoontje dat twee herders door settlers waren aangevallen. Er was geschoten. Het gebeurde op een plek zo’n vijf kilometer van Yanoun. Van ons uit gezien, achter de heuvel met het graf van Nun, de vader van Jozua.

Opvallend hoe snel zulk nieuws zich verspreidt, we kregen het bericht uit Jeruzalem, het was al op de radio geweest! Informele netwerken zorgen voor verspreiding van het nieuws. In Beneden Yanoun troffen we de burgemeester, hij was daar aan’t ploegen. Hij is een belangrijke schakel in het netwerk en had dan ook essentiële informatie. Het leger was nog steeds op de plek waar de herders waren aangevallen.

 

Israëlische politie verscheen in Beneden Yanoun, reed in verschillende richtingen, keerde weer terug en ging uiteindelijk richting plaats van de aanslag. Zij werden gevolgd door de Israëlische DCO, de verbindingsman tussen de Palestijnse Autoriteit en het Israëlische leger. De burgemeester sprak met de DCO.

Uit Aqraba, een dorp vijf km naar het zuiden, kwamen ongeveer twintig

familieleden, vrienden en kennissen van de aangevallen herders aan in Beneden Yanoun. Iedereen ging uiteindelijk over de weg de politie achterna. Mensen wilden naar hun familie en vrienden. Maar verder op 

blokkeerden vijf gewapende soldaten met hun jeep de weg. Een stevige woorden wisseling ontstond tussen Palestijnen en de vijf soldaten. Toen we probeerden foto’s te maken werden we gesommeerd daar mee te stoppen. Het was duidelijk dat de soldaten de groep niet zouden laten doorgaan.

Al snel kwam de rest van de legergroep, met de verantwoordelijke officier. Hij was niet van plan te luisteren. Enkele mannen die naar zijn zin teveel aandacht vroegen werden apart genomen en gefotografeerd. Stuk voor stuk kregen ze de waarschuwing dat ze een keer opgepakt zullen worden. We werden de weg afgedreven. De officier schreeuwde dat we terug moesten en dat de weg voor mensen is en niet voor honden. De jeeps bleven een poosje langzaam rijden om er op toe te zien dat niemand over de weg zou lopen.

Zonder te weten wat precies gebeurd is gingen we terug naar huis. We waren te veel onder de indruk van het gebeurde om ons oorspronkelijke plan af te werken. Het was duidelijk dat het nog niet gemakkelijk is om onder druk als team te functioneren. Gebrekkige communicatie gaf aanleiding tot misverstanden. We hebben er stevig over gesproken en de gemaakte fouten onder ogen gezien. In een goede sfeer bespraken we verbeteringen. We moeten nog drie maanden met elkaar samenwerken.

Tegen het eind van de middag werd duidelijk dat de beide herders waren meegenomen naar het politie bureau en nog vast zaten; de settlers waren ongehinderd naar huis gegaan.

(9 december 2011)


 

 

3 Kennismaking met de Jordaanvallei

De eerste verantwoordelijkheid van het Yanoun team is in het dorp aanwezig te zijn, de zogenaamde ‘protective presence’. Als ik probeer een Nederlandse vertaling te bedenken kom ik tot: beschermende begeleiding of beschermende aanwezigheid. Maar het is natuurlijk niet zo dat we de hele dag daar met z’n vijven ‘aanwezig zitten te zijn’.

Ook in de omliggende dorpen en wat verder weg in de Jordaan vallei gebeurt van alles. En het team in Yanoun wordt dan ook regelmatig gevraagd in een dorp aanwezig te zijn als er problemen verwacht worden. In de loop der jaren is een netwerk van contactpersonen opgebouwd in zo’n twaalf dorpen ten westen en zuidwesten van Yanoun. De laatste jaren gaf het team ook meer aandacht aan problemen in de Jordaan vallei.

Met onze voorgangers gingen we naar Al Hadidya enTiflik, twee Palestijnse dorpen in de Jordaanvallei. Hemelsbreed niet zo ver van Yanoun. Herders in het dorp trokken vroeger met hun kuddes over de heuvels naar hun land in de Jordaanvallei. Die directe routes zijn nu veelal afgesloten door settlements en outposts. Ook voor ons werd het duidelijk dat bepaalde gedeelten verboden gebied zijn, we moesten flink omrijden.

 Onderweg zijn de verschillen tussen de Israëlische settlements/ nederzettingen en de Palestijnse dorpen goed te zien. Wel of geen water maakt alle verschil. Al Hadidya is een Bedoeïenen dorp, eigenlijk meer de woonplek van een grote familie. Traditioneel wonen Bedoeïenen in tenten. De familie waar we te gast waren heeft al voor de zesde keer een ‘demolition order’ (sloop bevel) gekregen. De familie heeft met hulp van een advocaat dat bevel aangevochten. Ze zijn in staat heel oude eigendomspapieren te tonen. Abu Saqr, het hoofd van de familie, noemt het 'Turkse eigendomspapieren', heel oud dus. Toen wij er waren liepen er landmeters rond om één en ander in kaart te brengen nog voor de zaak voor de rechter komt.

Abu Saqr laat duidelijk merken dat de familie niet van plan is op te geven. Waar zouden ze naar toe moeten is zijn retorische vraag. Alle mensen die tot nu toe zijn vertrokken zijn er slechter aan toe dan ze ooit waren, is zijn mening. In spanning wachten we allemaal het oordeel van de rechter af.

In Jiflik ontmoetten we staf van de Jordan Valley solidariteitsbeweging. Zij hebben een oude bouwmethode met ‘mudblocks’ (bouwblokken van aangestampte aarde) verder ontwikkeld. Volgens hen is deze techniek zeer geschikt voor gebied C, want als een sloop bevel (demolition order) wordt uitgevoerd is het herbouwen van huis of schuur niet moeilijk en niet erg kostbaar!

Meer informatie over Bedoeïenen in de Jordaanvallei leest u hier

(8 december 2011)


 

  

 

2 De eerste dag in Yanoun, een stukje geschiedenis

“Ze kwamen met honden en geweren, elke zaterdag avond. Ze ranselden de mannen af waar de kinderen bij waren. En toen, op een dag, zeiden ze dat ze de volgende week hier niemand meer wilden zien en dat we moesten vertrekken naar Aqraba. Het hele dorp vluchtte die week”.

 Zo herinnert Rashed Murrar, de burgemeester van Yanoun, zich de gebeurtenissen van tien jaar geleden. De problemen met de Israëlische settlers (bewoners van de illegale nederzettingen) bereikten toen een hoogtepunt.

De verdrijving van de bevolking kreeg in Israël, Palestina en ook internationaal veel aandacht. Het was voor het eerst dat Joodse settlers een heel Palestijns dorp verdreven. Een vergelijking met de oorlog van 1948 werd gemaakt. Door alle aandacht en door de aanwezigheid van buitenlandse journalisten en activisten durfden een paar boeren terug te komen. Ze werden daarbij gesteund door een Israëlische vredesorganisatie, Ta'ayush, die actie voerde met de leus: ”Help de inwoners van Yanoun terug te keren”. In de loop van de tijd kwamen meer mensen terug. De opzet van de settlers was mislukt.

 Op verzoek van de burgemeester levert de Wereldraad van Kerken vanaf die tijd, door plaatsing van internationale vrijwilligers, ‘protective presence’ (beschermende begeleiding/ aanwezigheid).

 Yanoun is een klein dorp, er wonen nu niet meer dan zeventig mensen meer dan de helft zijn kinderen. Mensen leven van het land. Generaties lang al zorgen schapen en olijfbomen voor de inkomsten.

 De ochtend na onze aankomst konden we de omgeving wat beter bekijken. Yanoun ligt op een helling. Boven op de heuvelrug, nog geen vijfhonderd meter verder op, ligt een ‘outpost’. Dit is een voorpost van de settlement/ nederzetting Itamar. Aan de overkant van het dal is er nog één gebouwd, Yanoun is er door omgeven. De mensen in Yanoun wagen het niet in de buurt van een ‘outpost’ te komen, of zelfs maar een stukje in die richting de heuvel op te lopen. Ook wij kregen direct aanwijzingen waar de onzichtbare grenzen lopen waar we niet overheen mogen.

 Bouw van ‘outposts’ is verboden en ze worden opgericht zonder formele vergunning en zijn dus, zelfs volgens de Israelische wetgeving, illegaal. Meestal komen de eerste bewoners met caravans of zetten containers neer. Stap voor stap brengen ze verbeteringen aan. Uiteindelijk komen er aansluitingen op water en elektriciteit en legt de overheid wegen aan om de ‘outpost’ te verbinden met de settlement. De Israëlische overheid werkt dus mee.

De situatie is ingewikkeld, laat me proberen iets te verduidelijken. De Westelijke Jordaanoever is bezet gebied. Sinds 1967 is Israël er de bezettende macht. De Westoever is verdeeld in gebieden A, B en C. In gebied A is de Palestijnse Autoriteit verantwoordelijk voor alle overheidstaken. In gebied B delen Palestijnse Autoriteit en Israël de verantwoordelijkheid. Wat Israël betreft wordt die taak uitgevoerd door het leger. Voor gebied C ligt alle verantwoordelijkheid bij Israël, het leger dus. Boven Yanoun ligt in gebied C.

Deze verdeling in A, B en C is in 1993 overeengekomen in de Oslo akkoorden. Het was de bedoeling alle overheidstaken gefaseerd aan de Palestijnse Autoriteit over te dragen. Tot nu toe is daar niets van terecht gekomen.

'Protective presence' houdt in zo veel en zo duidelijk mogelijk laten zien dat we er zijn. We dragen een vest met op de rug het logo van EAPPI en ‘Wereldraad van Kerken’. Elke ochtend en middag lopen we met ten minste twee personen heen en weer naar Beneden Yanoun aan het begin van het dal, we passeren dan de meer dan duizend jaar oude olijfboom. De mannen op de uitkijktoren van de settlement zien ons. Elke dag moet tenminste één van ons in het dorp blijven. De anderen bezoeken dorpen in de omgeving.

Een paar honderd meter ten oosten van Beneden Yanoun ligt het graf van Nun, de vader van Jozua, de opvolger van Mozes. Voor moslims is Nun een belangrijk persoon. Nabinun heet de plek. In het Arabisch betekent dit: graf van Nun. Resten van een stenen bouwwerk staan er nog. Dorpelingen zeggen dat daar vroeger een moskee stond.  

(4 december 2011)

 


 

 

1 Het begin van drie maanden op de Westelijke Jordaanoever.

De eerste dag in Jeruzalem, donderdag 24/11, begon met uitslapen. Ik kwam pas om half vier ’s ochtends aan in het hotel, in Oost Jeruzalem. 's Middags wat rondgelopen in Oost Jeruzalem. Een vrolijke en rommelige drukte op straat. Kleine winkeltjes en verkoop op het trottoir. In het straatbeeld vallen me de vele elegant geklede, jonge Palestijnse vrouwen op. Allemaal met hoofddoek en lange donkere mantels, de mobiele telefoon aan het oor of in de aanslag.

Ik keek een tijdje rond in de ‘Educational Bookshop’. Ze hebben er een indrukwekkende voorraad Engelstalige boeken over alles wat te maken heeft met: Palestina, de bezetting, het vredesproces en de vele problemen daarbij. Met het oplossen van m’n computer problemen kreeg ik effectieve hulp in verschillende winkels. Het is waarschijnlijk ook weer niet alledaags een ‘wanhopige’ computer analfabeet te kunnen helpen. Nog niet alle problemen zijn van de baan, maar ik kan vooruit.

De verschillende deelnemers aan het EAPPI programma arriveerden in de loop van de dag. Leuk elkaar te ontmoeten, bijna allemaal onbekenden, slechts een enkeling ontmoette ik al eerder in een voorbereidingscursus.

Vrijdag ochtend met een groepje nieuwe collega’s de oude stad verkend. Indrukwekkend nu in het echt te zien wat iedereen kent van plaatjes. De nauwe drukke straatjes, de winkeltjes met hun uitgestalde koopwaar, de Klaagmuur, kerken en moskeeën. Ik heb meer tijd nodig om het allemaal eens goed te bekijken. Vrijdagmiddag met EAPPI staf de belangrijkste, niet-toeristische plekken in de stad langsgegaan.

Zaterdag ochtend waren we druk met de eerste introductie door de EAPPI staf. Allerlei formele regeltjes, voorschriften en adviezen. ’s Middags vertrokken we naar de ‘placement’, het dorp waar we drie maanden zullen wonen en werken.  Onze groep bestaat uit vijf personen, afkomstig uit Brazilië, Canada, Noorwegen, Zweden en Nederland. Leeftijden variëren tussen 26 en 68. Na wat gesjouw met alle bagage naar het busstation vertrokken we naar ‘ons dorp’, Yanoun. Ten noorden van Jeruzalem, boven Ramallah en ten zuid-oosten van Nablus.

Onderweg, richting Ramallah, hadden we de eerste kennismaking met de scheidingsmuur en een ‘checkpoint ‘ (controle post). Wij hadden geen problemen te passeren.

Vlak voor Yanoun stond het busje even stil bij en erg oude olijfboom, meer dan duizend jaar oud volgens de chauffeur. Olijfbomen zijn een belangrijke bron van inkomsten voor de boeren op de Westelijke Jordaanoever. Omhakken en verbranden van olijfbomen van Palestijnse boeren door Israëlisch settlers komt vaak voor en is een groot probleem. Dit onderwerp komt vast een keer uitgebreider aan de orde.

We arriveerden in Boven Yanoun nog net voor donker. De huizen zijn gebouwd op de helling. Veel boeren zijn er hun land kwijt geraakt door de bouw van (illegale) settlements/ nederzettingen, met als gevolg dat er nogal wat huizen leeg staan. Ook over settlements/ nederzettingen zal ik zeker een keer vertellen. Onze aanwezigheid in het dorp is bedoeld om bescherming te bieden tegen nog meer vijandigheid van settlers en leger.

 

Drie dagen werken we samen met het oude team. We bezoeken de families in Yanoun, gaan naar dorpen in de omgeving en ontmoeten organisaties en contactpersonen. Het oude team produceerde een overdrachtsnotitie van ruim 70 pagina’s en dat document zullen we bespreken. We hebben straks dan in ieder geval een beetje een idee wat ons te wachten staat. Er komt erg veel op ons af, het is overweldigend. Woensdag, 30/11, gaan we voor een paar dagen terug naar Jeruzalem voor training en instructie en de formele overdracht. Daarover een volgende keer.

Het huis meest rechts op de foto is het 'International House' voor de EAPPI vrijwilligers. (29 november 2011)


 

 
asd