19 The Other Voice

Tijdens ons werk hebben we ook contact met Israëlische vredes en mensenrechten organisaties. Al in één van mijn eerste verhalen noemde ik dat tien jaar geleden een Israëlische vredes organisatie, Ta’ayush, een rol speelde bij de terugkeer van de verdreven bevolking van Yanoun.

Toen we een maand geleden de sloop van woningen in een dorp in de Jordaanvallei documenteerden ontmoetten we daar drie leden van ACRI, Association for Civil Rights in Israel. Eén van de drie vrouwen vertelde dat ze tien jaar geleden bij Ta’ayush hoorde en dus Yanoun goed kent. De website van ACRI toont een indrukwekkend mensenrechten programma.

Halverwege onze drie maanden kwamen we met onze hele groep voor een paar dagen bij elkaar voor verdere training en oriëntatie. Directe contacten met Israëlische organisaties waren onderdeel van het programma. Daarvoor gingen we naar Sderot, Haifa en Jeruzalem.

Sderot is een dorp, vlak bijschuilplek in speeltuin Gaza en al jaren, sinds de tweede Intifada, doelwit van raketaanvallen vanuit Gaza. In de moshav Netiv Ha’asara (moshav = collectieve landbouw gemeenschap van individuele boeren) werden we ontvangen door Roni Keidar. Roni vertelde over het leven in de moshav met de continue dreiging van raketaanvallen. We zagen verstevigde ‘bushokjes’, die als schuilplaats dienen tegen raketaanvallen. Ook de zaal waar we werden ontvangen had twee betonnen schuilruimten. Er is een waarschuwingssysteem, binnen veertig seconden na de sirene zal de raket ontploffen. Roni is zich er altijd van bewust dat er een schuilmogelijkheid in de buurt moet zijn. En natuurlijk is ze in de zorgen als ze weet dat de kleinkinderen onderweg zijn. De raket aanvallen zijn slecht gericht en gelukkig zijn er daarom in de moshav nog geen slachtoffers gevallen. In het dorp bekeken we een in de kinderspeelplaats ‘geïntegreerde schuilplek’.

Roni is lid van ‘The Other Voice’ (de andere stem), ze hebben een website. De organisatie zegt van zichzelf een niet-partij politieke organisatie te zijn. Leden komen uit alle lagen van de bevolking, zowel uit Israël als Gaza. Eigen ervaringen met: vooroordelen, onbegrip, gebrek aan wederzijds vertrouwen, groeiende gevoelens van haat en een voortgaande verwijdering tussen bevolkingsgroepen waren belangrijke redenen om ‘iets te willen doen’. Oorlog, geweld en tegengeweld brengen geen enkele oplossing is hun gedeelde overtuiging.  Ze gaf voorbeelden van activiteiten die in de afgelopen jaren werden ondernomen: verwijderen van racistische en haat leuzen en symbolen van muren; brieven aan politici; bijeenkomsten waar burgers uit Israël en Gaza elkaar ontmoeten en spreken over voor ieder herkenbare problemen in onderwijs, gezondheidszorg, werkgelegenheid etc. Ze realiseert zich dat beide groepen vanuit verschillende kanten naar de werkelijkheid kijken: ‘Mijn vrijheid is een catastrofe voor sommige Palestijnen’.

Zeker niet iedereen is het er mee eens dat een gemeenschappelijke ruimte in de moshav door ‘The Other Voice’ wordt gebruikt. Het bestuur heeft gelukkig geen bezwaar. ‘The Other Voice’ wordt getolereerd, maar kan in Sderot niet op grote steun rekenen. Maar één ding is zeker. Roni en haar medestanders, het zijn moedige mensen, die vragen durven stellen en niet tevreden zijn met de bestaande werkelijkheid. Aan het eind nam Roni ons mee naar de grens met Gaza waar ook een muur met veiligheidsstrook is gebouwd. Op de achtergrond de Midellandse zee.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


 

 

18 Onteigening van land

Het gebeurt elke keer weer onverwacht. We moesten een lang rapport aanpassen en het moest per se voor de avond verstuurd worden.  Een paar van ons bleef thuis om het af te maken. We waren goed en wel aan de slag toen we gewaarschuwd werden dat er een paar kilometer verder op, ten oosten van Beneden YJudatanoun problemen zijn. Met de vraag of we er naar toe kunnen komen.

In Beneden Yanoun was een kleine oploop. We troffen er Judat Hamad Ibrahim en nog een  man of tien met hun drie tractoren. Achterop de tractoren zakken zaaigoed. Je ziet dat nu overal. De afgelopen weken werd geploegd. Nu is er zo nu en dan regen en er moet gezaaid worden voordat de volgende bui valt.

Judat en de mannen met de tractoren zijn boeren uit Aqraba, een half uur lopen van Beneden Yanoun. Zij waren op weg naar hun land. Onderweg werden ze tegen gehouden door een paar stenen gooiende kolonisten. De Palestijnse boeren hebben inmiddels ondervonden dat stenen teruggooien geen zin heeft, zelfs tegen hen gebruikt zal worden. Want, gewaarschuwd door de kolonisten, zullen leger en politie direct ter plekke zijn en de Palestijnen arresteren. En je kunt zomaar je tractor kwijt zijn en weken lang, zonder vorm van proces, vastgehouden worden. Ze gooien dus geen stenen terug, maar bellen de burgemeester van Yanoun. Hij op zijn beurt neemt contact op met de Israëlische DCO (een Israëlische contactpersoon) legt uit wat de situatie is en vraagt de DCO om de kolonisten tot de orde te roepen.

Er gebeurt verder niets, wij besluiten de weg een stuk af te lopen in de richting waarin ook de boeren moeten om bij hun land te komen. In de buurt van de zijweg die naar de nederzetting leidt stoppen we en wachten. Na een poosje komt er een militaire jeep vanaf de nederzetting de heuvel af en gaat door naar Beneden Yanoun. Wij lopen weer terug, maar zien al snel de jeep, met daarachter drie tractoren, ons tegemoet komt. Zou het leger de boeren tegen de kolonisten beschermen en ze naar hun land begeleiden? Rashed, de burgemeester, rijdt ook mee in het konvooi, wij stappen bij hem in de auto.

Even voorbij de zijweg naar de nederzetting wordt gestopt, kolonisten zijn niet tevreden met het optreden van het leger. De tractoren moeten achteruit, een paar honderd meter terug. Wachten op een hogere officier. Na dik een uur wachten worden de boeren gesommeerd met een delegatie naar de zijweg te komen. Wij gaan mee, maar blijven op afstand. Uit de lichaamstaal van de officier is duidelijk dat doorgaan niet zal lukken. Volop discussie, we kunnen zien dat de boeren het er niet mee eens zijn. De discussie wordt gesloten, soldaten vertrekken naar de nederzetting. De boeren komen geëmotioneerd, boos, verontwaardigd terug naar de weg, en gaan naar hun tractoren.

De officier heeft de mannen uitgelegd dat het gebied waar ze doorheen moeten en waar ook hun land is militair terrein is, dus verboden gebied!

Dit verhaal past in wat we een dag of tien geleden al gingen begrijpen. Toen ging het om kolonisten uit dezelfde nederzetting die herders tegen hielden. Ook toen kwam het leger erbij. De herders werd toen duidelijk gemaakt dat ze nergens mogen komen waar ze de gebouwen van de nederzetting kunnen zien. Zodra ze een gebouw boven op de heuvel zien zijn ze al te dichtbij en moeten direct terug. Dus de kolonisten in hun huizen boven op de heuvel willen geen Palestijn in hun gezichtsveld hebben. En het leger zal die wens eerbiedigen en voor handhaving zorgen. Ook wij moesten toen direct vertrekken want we waren in overtreding. (In gebied C, waar dit allemaal gebeurde, is het Israëlische leger de baas, zij kunnen de kaart inkleuren zoals ze het willen hebben. Dat al decennia lang Palestijnen er hun land bewerken speelt geen rol).

Ik probeer me voor te stellen hoe dat is, hoe Judat en zijn collega’s thuis komen. Wat vertel je je vrouw en kinderen, hoe ervaar je de vernedering, hoe moet het verder? En dan te bedenken dat dergelijke voorvallen geen uitzondering zijn, al decennia lang gebeurt dit. Toevallig was ik in de buurt en kan het u vertellen.

( 20 januari 2012)


 

 

17 Scheidingsmuur

De scheidingsmuur tussen Israël en Palestijns gebied veroorzaakt veel problemen. Ooit werd als argument gebruikt dat een muur nodig is om de veiligheid van Israëlische burgers te garanderen. Dat argument is steeds meer in twijfelMuur bij Ramallah getrokken. Langzamerhand werd duidelijk dat niet veiligheid, maar het in bezit nemen van land, de gestaag voortgaande kolonisatie van Palestijns grondgebied, een belangrijke reden voor de bouw van de muur was. Hieronder probeer ik één en ander te verduidelijken.

Voor de goede orde: het is niet overal een 8 m hoge betonnen muur. Sommige stukken muur zijn hoger. Gedeelten bestaan uit hekken met veel prikkeldraad en elektrische beveiliging, met aan weerszijden van dat prikkeldraad een strook verboden gebied. Er wordt dan ook wel gesproken van een barrière, die dus betonnen muren en hekken omvat. Nog steeds wordt er aan de muur gebouwd. In Bethlehem ben ik er gaan kijken.

Om veel van de dilemma’s met betrekking tot de scheidingsmuur/ barrière te begrijpen, nog even iets over de groene lijn. In 1949 toen Israël en Jordanië een ‘staakt het vuren’ overeenkwamen werd met een groene lijn de bestandslijn op de kaart getekend. Onderhandelingen tussen beide landen hebben nooit een definitieve grens opgeleverd.

Toen Israël in 1967 de Westelijke Jordaanoever op Jordanië veroverde was die voorlopige groene grenslijn er nog steeds. Voor het gemak wordt die groene lijn meestal maar aangehouden als de grens tussen Israël en bezet Palestijns gebied. Maar formeel hebben geen van beide partijen die groene lijn ooit als grens erkend. Er moet nog steeds over onderhandeld worden! De enige grens tussen Israël en Palestina die ooit wettelijk werd vastgelegd was die in het VN verdelingsplan van 1947, toen door Israël aanvaard maar door de Palestijnen verworpen.

De scheidingsmuur/ barrière ligt voor een belangrijk deel op bezet Palestijns gebied. Dit is een schending van Internationaal Humanitair Recht. De grond voor de aanleg van de barrière werd van Palestijnen afgenomen, ook nog eens zonder enige vergoeding. De totale lengte van de barrière is ruim 700 km, de groene lijn is nog geen 350 km lang. Die extra lengte ontstaat om de nederzettingen, gebouwd in Palestijns gebied, aan de Israëlische kant van de muur te krijgen. De muur maakt daarom grote lussen om die nederzettingen heen en Palestijns gebied in.

Veiligheid is altijd het argument geweest voor de bouw. Het zou in Israël zelfmoordaanslagen vanuit Palestijns gebied moeten verhinderen. Sinds de bouw is het aantal zelfmoordaanslagen afgenomen. Misschien dat die muur daar een bijdrage aan leverde. Maar een belangrijke andere factor was in ieder geval dat Hamas haar beleid veranderde en geweldloos verzet een hogere prioriteit gaf. Meestal wordt dit aspect in de publiciteit verzwegen.

Het veiligheidsargument wordt aangevochten. Allerlei militaire en veiligheidsexperts, ook Israëlische, geven aan dat een dergelijk lange barrière met grote lussen niet of slecht te verdedigen is. Om echt de veiligheid te dienen zou die muur zo kort en zo recht mogelijk moeten zijn.

Muur in Oost JeruzalemAls je het heel beperkt, formeel juridisch bekijkt mag iedereen en elk land zijn grens met wat voor muur of hek dan ook markeren. Maar doe dat dan wel op de grens of op eigen grondgebied en niet op het land van de buren. Israël heeft bewust ervoor gekozen de scheidingsmuur niet op de groene lijn te bouwen om vooral niet de indruk te wekken dat ze die groene lijn als definitieve grens erkent!

Maar het is niet alleen maar een formeel juridische kwestie. Veel mensen, landen en regeringen laten hun standpunt wel bepaald worden door deze beperkte, formeel juridische benadering. Maar een grens tussen twee buren, twee landen, heeft ook economische, sociale, economische, morele, historische en culturele kanten.

Door de grens op Palestijns grondgebied te bouwen komt er Palestijns land aan de Israëlische kant van de muur. Het is land waar Palestijnse boeren hun gewassen verbouwen. Het is meestal vruchtbaar land, met goede waterbronnen. Boeren moeten nu uren omrijden om bij hun eigen land te komen. Of ze moeten speciale vergunningen aanvragen om gebruik te mogen maken van zgn. agricultural gates (landbouwcontrole posten) in de barrière.

De economieën van Israël en de Palestijnse gebieden waren altijd sterk met elkaar verweven, meer nog dan die van Nederland en Duitsland. Die barrière met te weinig doorgangen verbetert het economisch verkeer niet. Vooral voor een afhankelijke economie als de Palestijnse heeft het zeer nadelige gevolgen. In Bethlehem sprak ik mevrouw Anastas die jarenlang een druk bezochte souvenir winkel had. Tot de muur in het midden van de straat werd gebouwd. Nog steeds liggen de schappen vol, maar de klanten blijven weg.Vroeger konden bijvoorbeeld bouwvakkers gemakkelijk in Israël aan’t werk. Met de muur en de bijkomende pasjes regeling is dat nu veel moeilijker.

Er zijn ook delen van Palestijnse dorpen die aan de verkeerde kant van de muur terecht kwamen. De mensen die daar wonen, kunnen geen kant op, ze mogen Israël niet in en om in Palestina te komen moeten ze uren omrijden. Bestaande sociale verbanden tussen buren en families zijn opeens wreed verstoord en mensen worden ernstig in hun bewegingsvrijheid beperkt

Israëlische burgers zullen nog minder gemakkelijk dan vroeger naar Palestijns gebied komen en gewone ontmoetingen tussen Joden en Palestijnen komen steeds minder vaak voor. Dit houdt de vooroordelen aan beide kanten in stand, zal die vooroordelen in ieder geval niet afbreken. In de toekomst zullen beide volken  op de een of andere manier toch naast elkaar moeten wonen en leven. Met de bouw van de muur, die allang niet meer een voorlopig karakter heeft, wordt de start daarvan steeds moeilijker en steeds meer op de lange baan geschoven.

Het wordt de Palestijnen langs delen van de groene lijn erg moeilijk gemaakt om hun normale leven voort te zetten. Uiteindelijk hopen de Israëliërs dat het zo lastig wordt dat mensen de moed opgeven, hun land verwaarlozen en/of naar de stad of buitenland wegtrekken. Het vrijkomende land wordt dan in bezit genomen door Israëlische boeren.

Niet veiligheid, maar het in bezit nemen van land, de gestaag voortgaande kolonisatie van Palestijns grondgebied lijkt een belangrijke reden voor de bouw van de muur te zijn.

(januari 2012)


 

 

 

 

16 Normaliseren van het abnormale

Een paar weken geleden in Bethlehem was ik twee ochtenden in checkpoint 300. Checkpoint 300 is de controle post in de scheidingsmuur. Die twee ochtenden vergeet ik niet snel. De eerste ochtend was kennelijk soepel verlopen. Want de volgende dag kwam een man naar me toe en vertelde dat we er voor moeten zorgen dat het altijd zo snel en goed gaat als gisteren. Hij was op tijd op zijn werk gekomen, hij leek zeer tevreden.

Naderhand bedacht ik dat wat hier gebeurde past binnen het ‘normaliseren van het abnormale’. Die lange en strenge controle elke dag weer is abnormaal. Als het dan een keer redelijk verloopt, blijft het nog steeds abnormaal, het is niet opeens normaal geworden. Ik begrijp wel wat er aan de hand is: ’alles went, zelfs het abnormale’. Op deze manier worden we ongemerkt gehersenspoeld en gaan het abnormale aanvaarden. Gevaarlijk, en het komt niet alleen maar voor bij die man in checkpoint 300!

Er zijn ook voorbeelden die een glimlach veroorzaken, zoals hiernaast.

De reis van Bethlehem terug naar Yanoun gaat in een paar etappes. Ik moest nu zelf door checkpoint 300. Zo midden op de dag is het niet druk. De bus vertrekt als er voldoende passagiers zijn. In Jeruzalem moet je een stukje lopen van het ene naar het andere busstation voor de bus naar Ramallah.

Ramallah ligt net als Bethlehem op de Westelijke Jordaanoever. Met een Nederlands paspoort op zak is een dergelijke reis geen probleem. Een Palestijn uit Bethlehem die met me mee zou reizen zou speciale toestemming moeten aanvragen om van Bethlehem door Jeruzalem naar Ramallah te reizen. Een aanvraag kost tijd, zeker een paar dagen en het is helemaal niet zeker dat toestemming gegeven wordt. Van Jeruzalem naar Ramallah moet Qalandia gepasseerd worden, de controle post in de muur, aan de Noord kant, tussen Jeruzalem en de Westbank. Hier geen oponthoud, je kunt in de bus blijven zitten. Israël vindt het kennelijk al lang best dat je uit Jeruzalem weggaat. De andere kant op controleert Israël wel serieus: draaihekken, bagage en paspoort controle. Palestijnse overheid controleert er niet, in geen enkele richting.

Van Ramallah een andere bus richting Nablus. Halverwege moeten we verder met een taxi naar Yanoun. We bellen een taxi als de bus uit Ramallah wegrijdt, de taxichauffeur weet dan ongeveer wanneer hij bij het kruispunt moet aankomen.

Palestijnse dorpen en steden op de Westelijke Jordaanoever vind ik er heel karakteristiek uitzien. Gebouwd tegen een heuvel, hoogbouw mooie lichte steen en platte daken.

Vlak buiten Ramallah zag ik een keer een geblokkeerd viaduct. Ik kwam er net te laat om een foto te maken van een jongetje dat van school kwam en door een gat tussen grote betonblokken was doorgekropen. Door dit viaduct te blokkeren kunnen boeren die aan de ene kant van de weg wonen hun land aan de andere kant van de weg niet meer bereiken. Of ze moeten een lange omweg maken. De Palestijn die in de bus naast me zat wees me op deze blokkade. Hij gaf als verklaring dat het de boeren steeds moeilijker wordt gemaakt, in de verwachting dat ze het uiteindelijk opgeven en hun land niet meer bewerken. Als land een paar jaar niet bewerkt wordt neemt Israël het in beslag.

(januari 2012)


 

 

 

15 Kolonisten aanval op Asira Al Qiblyia

Een paar weken geleden, midden in de nacht, werd het dorp Asira Al Qibliya aangevallen door meer dan honderd kolonisten uit de nederzetting Yizhar.

In één huis drongen de kolonisten naar binnen. Bij zeven huizen werden stenen door de ramen gegooid. En er werd geprobeerd een geparkeerde taxi in brand te steken.

Bij de bewoners van de aangevallen huizen heerste angst en ontzetting. Toen de kolonisten vertrokken kwam het leger in actie. Zij gebruikten traangas, geluid bommen en lichtkogels om de bijeengekomen dorpelingen te verspreiden en de terugtrekkende kolonisten te beschermen.

Twee zwangere vrouwen moesten naar het ziekenhuis gebracht worden. Beide moeders en hun kinderen maken het goed!

 

Basam Mohamed Saleh was één van de slachtoffers van deze nachtelijke aanval. Hij is vader van zeven kinderen. De Saleh familie heeft al honderden jaren in het dorp land in eigendom. Door de bouw van de Israëlische nederzetting (Yizhar) vlak bij het dorp is hem al meer dan 30 hectare grond afgenomen. Alles bij elkaar is het dorp ruim 1400 hectare aan de nederzetting kwijtgeraakt. Geen compensatie, gewoon gestolen. We spraken met Basam en hij vertelde ons het onderstaande verhaal.

 

Gebroken ruiten is niet het grootste probleem, de ramen kan ik vernieuwen. Het probleem is dat we hier wonen, mijn gezin en kinderen wonen hier, dit is ons huis. Mijn kinderen weten dat de kolonisten ons land hebben gestolen, nu weten ze ook dat de kolonisten ons huis kunnen binnen dringen. Mijn grote zorg is de toekomst van mijn kinderen. M’n dochter heeft moeite in slaap te komen, ze droomt en heeft nachtmerries. Hoe zouden jullie je in mijn situatie voelen, als je huis en je kinderen worden aangevallen?

 

Jarenlang boden we de joden gastvrijheid, maar nu zijn ze sterk en willen ze ons vernietigen. Het probleem gaat niet over godsdienst, maar over land, ze willen ons land hebben. In de loop der jaren zijn er veel aanvallen geweest, maar die zijn veel heftiger geworden sinds Yizhar een yeshiva (joodse religieuze onderwijs instelling) heeft waar haat gepredikt wordt. (Het hoofd van die yeshiva publiceerde artikelen met als thema: de complete gids voor het doden van niet-joden).

 

Ik leef maar heel gewoon mijn eigen leven. Ik werk voor m’n gezin. De kolonisten vallen ons aan en de wereld maakt mij uit voor terrorist. Ik verlang naar vrede. De enige vrede die de kolonisten willen is dat ik dood ben.

 

De nacht van de aanval waren de kolonisten bij ons huis met geweren bewapend, de anderen gingen in twee groepen uiteen, de ene groep met stenen en stokken, de andere met messen, enkele mannen hadden een hond. Aan het begin van het dorp waren tijdelijke controleposten geplaatst, waar iedereen werd tegen gehouden. Onze vrienden uit andere dorpen konden ons niet komen helpen.

 

Ik maak me zorgen om onze moskee. Wellicht komt er een wraak actie (price tag) op de moskee. Wij verbranden geen kerken of synagogen, wij dreigen niet, wij zijn beschaafde mensen. Ik heb het niet op religieuze mensen die geweld gebruiken. Of het om Moslims, Joden of Christenen gaat, elke godsdienst die geweld aanhangt is verkeerd. We zijn allemaal mensen, we gaan allemaal dood, we kunnen niets meenemen en we moeten alles achter laten. Wat heeft geweld voor zin?

 

Ik zou mijn kinderen in vrede willen zien opgroeien. Ik zou Joodse kinderen in vrede willen zien opgroeien. Ik zou willen dat mensen die naar de moskee, synagoge of kerk gaan vrij zijn om te kiezen waar ze willen bidden. We lijken wel gek hier te willen blijven, maar waar moeten we naar toe? Ze slaan ons op de ene wang en we keren hen de andere wang toe.

 

Januari 2012


 

 

14 Vrede, vrede, maar er is geen vrede

'Zij zeggen: Vrede, vrede, maar er is geen vrede'. (Jer.  6:14). In deze tijd spreekt iedereen over vrede in het Midden-Oosten en over het vredesproces. Tot op heden zijn het slechts woorden gebleken. De realiteit is die van de Israëlische bezetting van de Palestijnse gebieden. Wij zijn beroofd van onze vrijheid en alles wat daaruit voortkomt' 

 

Dit citaat is uit het Kairos document dat een paar jaar geleden door Palestijnse christenen werd uitgebracht. Boven het document staat: ‘Een woord van geloof, hoop en liefde vanuit het hart van het Palestijnse lijden’, of in de Arabische tekst:  كلمةايمانورجاءومحبّةمنقلبالمعاناةالفلسطينيّة

  

Indringend geven de schrijvers in een eerste hoofdstuk de werkelijkheid weer in de Palestijnse gebieden: de dagelijkse vernederingen bij de controle posten, Israëlische nederzettingen, de scheidingsmuur, familie leden die door een ingewikkeld pasjessysteem niet meer bij elkaar kunnen komen, beperking van de godsdienst vrijheid, vluchtelingen, politieke gevangenen, Jeruzalem, emigratie, het negeren van internationale verdragen door Israël en de discriminatie van Palestijnen in de staat Israël.

 

Geconfronteerd met deze werkelijkheid rechtvaardigen de Israëli’s hun acties als zelfverdediging, inclusief de bezetting, collectieve straffen en allerlei andere maatregelen van vergelding tegen Palestijnen. Maar volgens de schrijvers van het Kairos document zet deze visie de werkelijkheid op zijn kop. Inderdaad is het zo dat Palestijnen zich verzetten tegen de bezetting. Maar, zonder bezetting zou dit niet nodig zijn en zouden de gevoelens van angst en onveiligheid niet bestaan. Zo zien de schrijvers de situatie en ze doen daarom een dringend beroep op de Israëli’s hun angstgevoelens af te schudden en een einde te maken aan de bezetting.

 

Kairos, ‘een moment van waarheid’ is nu actueel omdat de Palestijnse tragedie op een dood spoor is gekomen. Beleidsmakers houden zich alleen nog maar bezig met het beheren van de crisis in plaats van serieus te werken aan een levensvatbare oplossing. En dat veroorzaakt wanhopige vragen, zoals: Wat doet de internationale gemeenschap? Wat doen de politieke leiders in Palestina, in Israël en in de Arabische wereld? Wat doen de kerken?

 

De hoofdstukken 2, 3 en 4 behandelen achtereenvolgens: Geloof, Hoop en Liefde. Het zijn mooie en boeiende teksten, niet gemakkelijk één en ander samen te vatten. Ik probeerde het wel, maar het lukte me niet. Ik ben ook niet een theologisch vakman, houd ik me dan maar voor.

 

Het laatste deel van het Kairos document bevat oproepen en boodschappen: 

-  Aan de Moslim broeders en zusters een oproep om standvastig en geduldig te zijn in een tijd dat de Palestijnse tragedie op een doodlopende weg is geraakt. De boodschap is er één van liefde en samenleven. 

-  Tegen de Joodse bevolking zeggen de schrijvers dat ze in staat zijn om elkaar lief te hebben en samen te leven, nadat het onrecht van de bezetting is opgeheven. 

-  Een woord van dank en waardering voor de standpunten van veel christenen en kerken in de wereld die het recht van zelfbeschikking van het Palestijnse volk steunen. De rest van de kerken en christenen wordt opgeroepen geen theologische ondersteuning te geven aan het onrecht van de bezetting. 

-  De internationale gemeenschap wordt opgeroepen zich te onthouden van ‘dubbele standaards’ en de internationale rechtsregels toe te passen op alle partijen die bij de Palestijnse zaak betrokken zijn. 

-  De boodschap aan het Palestijnse volk, aan de Israëliërs en Joodse en Moslim religieuze leiders is een uitnodiging om het gezicht van God te zien in alle mensen.

 

 

 

 

 

 

 

  

En dit is nog maar een (gedeeltelijke) samenvatting van een boeiend getuigenis. Nu ik er zo midden in zit spreekt de tekst me nog meer aan dan twee jaar geleden. Het hoofdstuk over de realiteit in de Palestijnse gebieden is na nog maar vier weken op de Westelijke Jordaanoever heel herkenbaar. Ik probeerde daarover verslag te doen in mijn blog.

Ik maakte een link naar het originele hoofdstuk De realiteit in de Palestijnse gebieden

De paragraaf (3.4) over de opdracht van de kerk vind ik inspirerend. Bij zo’n kerk zou ik me willen aansluiten.

Opmerkelijk, of beter te bewonderen, vind ik de uitgestoken hand naar de bezetter. Geen sprake van haat of wraak. Wel de duidelijk onderbouwde eis dat de onrechtvaardige bezetting moet worden opgeheven.

Lees hier het hele Kairos document

       

(8 januari 2012)


 

 

 

13 Awarta

Voor de mensen in Awarta, een dorp ten Zuiden van de stad Nablus en dicht bij de nederzetting Itamar, was 2011 een turbulent jaar. Na de moorden in Itamar, begin 2011, kwam het Israëlische leger regelmatig in het dorp om de mensen lastig te vallen en angst aan te jagen. Soldaten drongen huizen binnen, dreven hele gezinnen in één slaapkamer en vernielden en bevuilden de rest van het huis. Zelfs op de laatste zondag van het jaar kwam een grote groep kolonisten, beschermd door soldaten, het dorp in. Ongeveer twee uur lang liepen ze in het dorp rond, zingend en beledigingen schreeuwend.

Naja, lerares Engels in één van de plaatselijke scholen, en haar gezin hebben dit gedrag van de soldaten van heel dichtbij meegemaakt. Vier maal werd hun huis aangevallen en werden slaapkamers over hoop gehaald. Het veroorzaakte slapeloze nachten, want elk geluid buiten op straat kon een nieuwe aanval betekenen van kolonisten of soldaten. Het was een traumatische periode voor de ouders en de vijf kinderen. Om zich veilig te voelen leende het gezin geld om een betonnen muur aan de voorkant van het huis te laten plaatsen.

 Alle dorpelingen hebben land in eigendom dat door de kolonisten in beslag is genomen en dat nu midden in de nederzetting ligt. Naja en haar familie zijn ook land kwijtgeraakt. Land waarop olijfbomen groeien en dat nu niet toegankelijk is. Om olijven te oogsten van hun eigen bomen en in hun eigen boomgaard moeten ze een vergunning aanvragen bij de Israëlische autoriteiten. Jarenlang kregen ze slechts een vergunning voor twee dagen om te oogsten. Die twee dagen waren zelfs niet genoeg om alle olijven te plukken. Kolonisten oogsten dan wat het gezin niet meer kon binnen halen. In 2011 werd helemaal geen vergunning afgegeven, waarschijnlijk hebben de kolonisten geoogst en alle olijven gestolen.

Twee dagen om te oogsten is natuurlijk niet genoeg om een olijfboomgaard te onderhouden. Boeren hebben tijd nodig om te wieden, te ploegen, te snoeien etc. Als je dit achterwege laat loopt de opbrengst van de bomen terug. In de loop der jaren was deze verminderde opbrengst goed te merken. Vorig jaar hebben de kolonisten zelfs dertig olijfbomen verbrand. Deze stap voor stap in beslagname van de olijfoogst is niet slechts een economisch probleem. Naja ervaart het weigeren van de toegang tot land en boomgaard en het verlies van de oogst vooral als een emotioneel probleem.

Toen we het over de toekomst kregen, vertelde Naja te verlangen naar vrede, Echte Vrede. Echte Vrede betekent voor haar: kinderen naar school, leven zonder geweld en zonder de dreiging van geweld, kinderen worden niet zomaar gearresteerd, geen controle posten waar mensen worden tegen gehouden, vrijheid om overal te kunnen bidden etc.

Echte Vrede is mogelijk, zegt ze, maar niet met deze Israëlische regering. Elke ouder van opgroeiende en volwassen kinderen maakt zich zorgen over het gebrek aan vrijheid voor hun kinderen en over de dagelijkse vernederingen door kolonisten en soldaten. En door de onvoorspelbaarheid van de Israëlische bezetter kunnen kinderen gemakkelijk in de problemen raken.

(5 januari 2012)

 


 

 

12 Yanoun in beelden

Yanoun is onze thuisbasis, we wonen er en proberen zo goed mogelijk deel te zijn van het dorp. Contacten zijn niet altijd gemakkelijk. Slechts één van ons spreekt wat Arabisch, veel volwassenen in het dorp spreken mondjesmaat Engels. Kinderen krijgen op school wel Interbnational HouseEngels, maar wij merken er weinig van.

De camera is geduldig, geen Arabisch is nodig om wat van Yanoun te tonen. Hier volgen wat beelden.

 

 

 

Dit is ons 'International House'. Het is eigendom van één van de neven, ooms of broers van de burgemeester. De eigenaar woont in het buitenland en hij heeft ons zijn huis ter beschikking gesteld.

 

Elke ochtend om half zeven en ´s middags om een uur of vijf maken we met z´n tweeën een wandeling naar Beneden Yanoun en weer terug.

Voor iedereen die Yanoun vanaf de Outposts op de omliggende heuvels in de gaten houdt is het dan duidelijk dat de ´internationals´ nog steeds present zijn.

 

 

 

 

 

 

Outpost aan de oostkant

 

 

 

 

 

 

 

Als we de deur van onze slaapkamer uitkomen, de stalen deur rechts naast het trapje, zien we op de tegenover gelegen helling een outpost.

 

Vanaf het dak en met een goede zoom lens geeft het toch een vrij gedatailleerd beeld. Vaak kunnen we het silhouet zien van een persoon in de uitkijk toren.

 

 

 

 

 

 

Het einde van ons straatje

 

 

 

 

Vanuit ons huis links af, naar het noorden, is dit het uitzicht. Een eindje verderop ligt de onzichtbare grens. We gaan er niet over heen.

 

Onze drie buurvrouwen zijn, net als alle mensen in het dorp, familie van de burgemeester. De buurvrouwen hebben een winkeltje en ze geven ons regelmatig het gevoel dat we veel te weinig in hun winkel kopen.

 

Al een paar keer toen ik in het dorp achterbleef brachten ze me een schaaltje eten. Niet altijd om van te genieten.

 

 

 

 

 

 

  

Ezel van het dorp

 

 

Op een ochtend toen we uit Beneden Yanoun terug kwamen was deze ezel aan't balken, luid en indringend. Hij kreeg een reactie van een ezel in de outpost boven op de heuvelrug achter ons huis.

Ezels hebben dus wel contact met elkaar, Israëlische kolonisten en Palestijnse dorpelingen niet.

 

 

 

 

 

 

Als we aan onze wandeling naar Beneden Yanoun beginnen worden de schapen verzorgd, melken en voederen. Daarna gaan de herders op pad.

De hellingen van de heuvels waar de kolonisten wonen zijn nu 'verboden gebied'.

 

Soms horen we de verhalen 'van vroeger', toen de herders nog gewoon met hun kudden de heuvels over konden trekken naar de Jordaan vallei. Hemelsbreed niet ver hier vandaan.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

herder in Yanoun

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

outpost achter ons huis

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

moskee in Beneden Yanoun

 

 

 

Heen en weer naar Beneden Yanoun is een wandeling van ongeveer drie kwartier, we doen het op ons gemak. Er is een smalle asfalt weg met electriciteitsleidingen er langs.

 

Beneden Yanoun heeft niet meer inwoners dan Boven Yanoun, er zijn wel minder huizen. Er is ook een moskee. We hebben nog niets gemerkt van vrijdagse gebedsdiensten.

 

 

  

Vrijdag of zaterdag middag verzorgt één van ons een klasje Engels met zo´n tien kinderen, in de leeftijd van 4 tot 14 jaar. Vrijdag's is er geen school.

 

We doen woord spelletjes, tekenen, zingen en beelden situaties uit, erg speels natuurlijk.

 

Zowel de jongens als de meisjes voetballen graag. Ze doen dat op het straatje voor ons huis, dat is het enige vlakke stukje in het dorp. Regelmatig gaat de bal over het hek en rolt de helling af.

 

 

'Engelse les'met de kinderen

  

Eén maal per week is er een 'filmavond' in het gemeenschapshuis voor de kinderen van Beneden en Boven Yanoun. We hebben een stapeltje dvd´s en elk team koopt wel eens wat nieuws, dus de voorraad groeit. De kinderen zijn enthousiast, vooral over hun favoriete film die ze al vaak gezien hebben.

 

Natuurlijk is er verschil in voorkeur tussen de kleinste en de grotere kinderen. We schipperen er wat tussen door.

 

 

We volgen lessen Arabisch, één van de vrouwen in het dorp geeft ons les. Ik zal blij zijn als ik een paar simpele begroetingen en beleefdheidsfrasen leer. M´n cursus Fries bij de Afûk vond ik al een enorme opgave, dit is vele malen moeilijker.

 

Plezierig is wel dat we elke week een poosje bij onze lerares in huis zitten. We maken iets mee van hoe het daar toegaat, tussen kinderen, bijna volwassen dochters en de echtgenoot. Interessant, het is gewoon een gezin, zoals bij de buren in Nederland.  

(31 december 2011)


 

 

11 Sloop bevel (2)

Dit is een kort vervolg op de 'demolition order' (sloop bevel) in Fasayil.

Een paar foto's bleken nog ergens op m'n laptop verborgen te zijn. Twee duidelijke foto's die ik nog wil tonen, beelden van de ravage die we in aantroffen in Midden Fasayil. De achtergrond van de eerste foto toont nog vaag de kale droge bergen.

 

 

 

Op de tweede foto is een vrouw duidelijk in beeld, ze weet dat we een foto maken. Ze werd op dat moment geintervieuwd voor een (tv) camera en vond het best dat ook wij in haar geinterresseerd waren. Over het algemeen zijn we terughoudend in het fortograferen van mensen, speciaal vrouwen. Ik heb er zelf een hekel aan gefotografeerd te worden en denk al gauw dat iedereen er zo over denkt.

 

 

 

 

Er is een goed systeem van informatie verschaffing als ergens huizen gesloopt worden. Landelijk is er de DWG, Demolition Working Group, die informatie verzamelt en doorgeeft. Toen wij aankwamen in midden Fasayil waren er al een tv ploeg en drie vrouwen van de Israelische mensen rechten organisatie ACRI (Association for Civil Rights in Israël). Ook was er al iemand van de Jordan Valley Solidarity Movement. Vertegenwoordigers van UNWRA arriveerden kort na ons.

 

 

 

 

  

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

                                                                                                                                                                                                                  

 

 

 

 

 


 

 

 

 

10 Sloop bevel

Een paar dagen geleden moesten we onderweg plots ons programma veranderen. Er werden door het Israëlische leger huizen gesloopt in Upper Fasayil, een dorp in de Jordaanvallei.

Onze taxi chauffeur, tevens vertaler, is over het algemeen een rustige rijder, hij is zuinig op zijn auto. Maar nu wist hij van geen snelheidsbeperkingen. We hadden haast.

 Aan het begin van het dorp waren de toegangswegen geblokkeerd. Militaire voertuigen stonden dwars over de weg met gewapende soldaten er naast. Geen sprake van dat we er langs mochten. Fasayil is uitgestrekt, er is lower, middle en upper Fasayil.

 

Via een omweg kwamen we toch het dorp in en bereikten de plek in upper Fasayil waar gesloopt was. Zeker vijftig militairen en grenspolitie met twee bulldozers hadden hun werk gedaan. Onderkomens voor vee waren gesloopt.

                                                  

We maakten foto’s van de vertrekkende soldaten. Over het algemeen vinden ze het niet leuk bij een dergelijke sloop herkenbaar in beeld gebracht te worden. Ze schreeuwden ons toe op te hoepelen of iets van die strekking, zo begreep ik hun geschreeuw ten minste, mijn Hebreeuws is niet goed!

 

We spraken met de eigenaar van de gesloopte tent/stal, Omar H. Dit was al de derde keer in één jaar dat hem dit overkwam. ‘Wat moet ik doen, ik kan nergens anders heen’. Vorige keren had hij van te voren nog een schriftelijke aankondiging gekregen. Nu kwamen de soldaten onverwacht, gaven geen toelichting of reden en deden hun werk. Gelukkig waren de schapen al naar buiten. Zijn vrouw die nog probeerde zakken veevoer te redden werd door een grenspolitie met een stok weggeslagen.

 

Omar vertelde dat hij een beslissing op papier heeft van een rechtbank dat zijn bezittingen niet gesloopt mogen worden. Het leger heeft daar helemaal geen boodschap aan. Omar keek ons wat meewarig aan toen we opperden dat hij er werk van zou moeten maken. ‘Dat heeft helemaal geen zin, dat verlies je altijd’, was zijn commentaar.

 

Naast de gesloopte schuur staat de basis school, de kinderen hadden in angst gezeten en alles gevolgd. Het viel deze keer mee werd ons verteld, zo’n stal is maar een stal, geen gewonden geen schapen gedood of meegenomen. Na de aanvankelijke angst leek er enige opluchting te bestaan.

 

Maar dat was van korte duur, in midden Fasayil had het leger ook zijn werk gedaan. Hier niet alleen maar onderkomens voor vee, maar ook waren woonverblijven platgewalst.

 

Zes of zeven gezinnen, met tientallen kinderen, waren getroffen. Vijftien woonverblijven en onderkomens voor vee werden gesloopt. Het gaat om mensen die al vanaf 1948 vluchteling zijn. Ouders en grootouders woonden ooit in wat nu Israël is.

 

Op één van de puinhopen een moeder met kleine kinderen, haar man probeert nog wat spullen bij elkaar te zoeken. Ze hebben geen idee waar ze naar toe moeten.

 

Veel van de getroffen mensen die wij spraken zijn als vluchteling geboren en opgegroeid. Al jarenlang worden ze regelmatig naar nieuwe plekken verdreven. UNWRA 'zorgt voor hen', maar zelfs deze VN organisatie kan niets structureels voor de mensen doen. Op z’n best krijgen ze over een paar dagen materiaal voor nieuwe tenten. Maar ook dan is er geen enkele zekerheid, het Israëlische leger kan elk moment weer zijn werk komen doen.

Toen we vertrokken zagen we nog een paar kinderen uit school naar huis lopen. Misschien komen ze wel in de puinhoop van hun gesloopte huis terecht.

Dit geval van destructie van woningen/ tenten van Palestijnse herders/ bedoeïenen in de Jordaanvallei is niet een toevallig, of op zichzelf staand incident. Het past in overheidsbeleid om in de komende jaren ongeveer 27,000 Bedoeïenen te verdrijven.

 

Al enkele maanden geleden publiceerde het Israëlische informatie centrum voor Mensen Rechten in de bezette gebieden, B’Tselem, het volgende bericht: 

 

Het burgerbestuur (d.w.z. het Israëlische leger; mijn verduidelijking) heeft een plan bekend gemaakt om de 27,000 Bedoeïenen die in gebied C van de Westelijke Jordaanoever wonen ‘te verplaatsen’.

Om te beginnen zullen in januari 2012 ongeveer 2300 Bedoeïenen gedwongen worden te verhuizen naar een plek vlak bij de vuilstort Abu Dis, ten Oosten van Jeruzalem. Dit is een grove schending van internationale rechtsregels, die de gedwongen verplaatsing van beschermde burgerbevolking verbiedt.

Deze verdrijving maakt uitbreiding mogelijk van de Ma’ale Adummim nederzetting. En dit brengt de opsplitsing van de Westelijke Jordaanoever in een Noord en een Zuid gedeelte naderbij. Het onrecht neemt toe.

 

 

 

Israël maakt geen geheim van dit beleid, ze proberen het niet stil te houden, ze maken het zelfs wereldkundig. Een etnische bevolkingsgroep moet gedwongen plaats maken voor meer en grotere nederzettingen van Israëlische kolonisten. De wereld kijkt toe en niemand lijkt Israël tegen te houden.

Een dag als deze in Fasayil roept verontwaardiging op, bij mij in ieder geval.

(26 december 2011)

 


 

 

 

 

9 Geschiedenis in vogelvlucht

De problemen hier in Palestina en Israël lijken ingewikkeld en groot. Boekenkasten vol zijn er over geschreven. Laat ik een poging doen uit te leggen wat ik van de problematiek en de geschiedenis begrijp.

Tot kort na de eerste wereldoorlog behoorden grote delen van het huidige Midden Oosten bij het Ottomaanse rijk. Palestina was het gebied ruwweg tussen de rivier de Jordaan en de Middellandse zee. In die tijd leefden joden en christenen samen met een meerderheid van moslims. Toen waren er geen grote spanningen tussen deze bevolkingsgroepen.

Na de ineenstorting van het Ottomaanse rijk wees de Volkenbond Palestina toe aan Engeland, als mandaat gebied. Dat was een tijdelijke verantwoordelijkheid voor het bestuur van Palestina. Al in 1917 stelde de Britse regering de zogenaamde Balfour verklaring op. Deze verklaring hield in dat de Britse regering zal meewerken aan de vestiging van een joods tehuis in Palestina. (Kennelijk voelden de Britten zich zo zeker van hun toekomstige machtspositie dat ze land waar ze geen macht over hebben durfden weg te geven of te beloven aan de joodse zionistische beweging).

In 1947 besloten de Verenigde Naties tot een verdeling van het mandaatgebied in twee zelfstandige staten: Palestina en Israël. Dit VN verdelingsplan kwam mede tot stand vanwege het grote schuldgevoel over de verschrikkingen de joden aangedaan tijdens de tweede wereld oorlog. De oorspronkelijke bevolking in het mandaat gebied was het er niet mee eens dat meer dan de helft van hun land aan een minderheid van joodse immigranten zou worden weggegeven. Maar hun standpunt werd niet gehoord, in ieder geval niet gehonoreerd. De joodse zionistische beweging was zeer tevreden met het verdelingsplan.

In 1948, toen de Britten zich uit Palestina zouden terugtrekken, verklaarde de zionistische beweging de onafhankelijkheid van een Joodse staat. De ‘grote mogendheden’ erkenden Israël vrijwel direct. Oorlog en geweld waren het gevolg van de onafhankelijkheidsverklaring. Met steun van vrijwilligers uit Arabische landen en later met officiële steun van Arabische regeringen vochten de Palestijnen tegen de nieuwe staat. Maar ze konden niet op tegen het Israëlische leger. In deze oorlog werden honderden Palestijnse dorpen verwoest en ruim 700,000 Palestijnen moesten vluchten. Het Palestijnse vluchtelingen probleem dateert uit deze tijd.

In veel landen werd deze onafhankelijkheidsoorlog gezien als een heroïsche strijd van een klein en moedig land tegen een overmacht van vijandige Arabische landen. Ook bestond in veel landen de overtuiging dat de grote stroom vluchtelingen is ontstaan door het beleid van Arabische regeringen, zeker niet door de Israëlische militaire eenheden.

 Uit beter historisch onderzoek, onder andere in militaire archieven en dagboeken van belangrijke zionistische leiders, zijn daarbij de nodige kanttekeningen te plaatsen:

-  Al voor het einde van het Britse mandaat hadden de zionisten een plan klaar voor de vernietiging van de meer dan twee honderd Palestijnse dorpen. Dit plan ‘D’ werd in de onafhankelijkheidsoorlog systematisch uitgevoerd. In veel Palestijnse dorpen werden vooraanstaande burgers volgens plan geliquideerd, huizen werden verwoest en de bevolking werd verdreven. Zij, hun kinderen en kleinkinderen wonen nog steeds in kampen, verspreid over de regio. De VN heeft het recht op terugkeer in een resolutie vastgelegd.

-  De Arabische legers waren over het algemeen slecht getraind, de meeste Arabische landen waren ook nog maar pas onafhankelijk geworden. Bovendien was de coördinatie tussen hun verschillende legers slecht en ontbrak een effectief gezamenlijk commando. De Israëlische troepen waren veel beter bewapend en beter getraind. Veel van hun eenheden hadden onder de Britten de nodige ervaring opgedaan.

Voor de Palestijnen staat de Israëlische onafhankelijkheidsoorlog bekend als de Nakba, in het Arabisch betekent dit de catastrofe. Palestijnen ervaren het als wat we tegenwoordig een etnische zuivering noemen. Etnische zuivering is het verdrijven van zo veel mogelijk leden van een bepaalde bevolkingsgroep met de bedoeling de uiteindelijke bevolkingssamenstelling homogeen te maken. Meestal is er sprake van etnische, culturele, godsdienstige tegenstellingen en combinaties daarvan. Door de oorlogen in het vroegere Joegoslavië kreeg het begrip etnische zuivering meer aandacht en bekendheid. Etnische zuivering is een misdaad tegen de menselijkheid.

Na de oorlog van 1948 werd het mandaatgebied, bij wapenstilstandsverdragen, in drie stukken opgedeeld: 1) Israël, 2) Gaza, onder bestuur van Egypte, 3) Westelijke Jordaanoever met Oost Jeruzalem, onder bestuur van Jordanië. In de wapenstilstandsovereenkomst met Jordanië werd een groene lijn op de kaart getekend om aan te geven voor welk gebied de wapenstilstand geldt. Israël heeft deze groene lijn nooit als definitieve grens erkend. Israël heeft zelfs nooit haar grenzen vastgelegd. Waarschijnlijk met de bedoeling niet gehinderd te zijn om het grondgebied dat feitelijk in bezit is verder uit te breiden.

In 1967, na de zesdaagse oorlog, veroverde Israël het gebied dat tot dan door Jordanië werd bestuurd (groene lijn!). Later annexeerde Israël Oost Jeruzalem. Vanaf 1967 bezet Israël de Westelijke Jordaanoever en Oost Jeruzalem, het leger zorgt voor het bestuur. Beginjaren negentig werden de Oslo akkoorden gesloten. Israël en de Palestijnen kwamen toen een taakverdeling overeen wat betreft het bestuur van de Westelijke Jordaanoever. Gebied A, de bevolkingscentra in en rond de steden kwam onder bestuur van de Palestijnse Autoriteit. Gebied A is ongeveer 10 % van het totale grondgebied. In gebied B, bijna 20 %, werd een gedeelde verantwoordelijkheid ingesteld. Veiligheid is er de verantwoordelijkheid van het Israëlische leger, de Palestijnse Autoriteit is verantwoordelijk voor het administratieve bestuur. Gebied C, ongeveer 70 %, staat geheel onder controle van het Israëlische leger. Het was de bedoeling de verantwoordelijkheid in gebieden B en C stapsgewijs aan de Palestijnse Autoriteit over te dragen. Daar is tot nu toe niets van terecht gekomen

De verplichtingen van een bezettende macht zijn in internationale regels en verdragen vastgelegd. Die regels en verdragen gaan niet over de rechtvaardigheid van oorlog of bezetting. Kennelijk wordt internationaal aanvaard dat er redenen kunnen zijn dat een land oorlog voert en een gebied bezet. Maar als dat al nodig is, de bezetter moet zich wel aan de internationaal overeengekomen regels houden.

Bijvoorbeeld moet de bezetter de burgers van het bezette gebied beschermen en er op toezien dat de instellingen voor onderwijs, gezondheidszorg etc. blijven functioneren. Verder is het uitdrukkelijk verboden dat de bezetter eigen bevolking vestigt in bezet gebied. Collectieve bestraffing, het op grote schaal vernietigen of in beslag nemen van eigendommen horen eveneens bij de verboden. Het is niet toegestaan de plaatselijke bevolking te deporteren. De bezetter dient altijd een grondige afweging maken tussen het eigen militaire belang en de belangen van de burgerbevolking. Burgers in bezette gebieden kunnen slechts op bescherming rekenen zolang ze niet deelnemen aan gewelddadig verzet.

De Veiligheidsraad van de VN is bij uitstek het orgaan dat toeziet op de naleving van de verdragen. Israël houdt zich niet aan veel internationale afspraken. Er zijn veel veroordelingen van Israël voor schending van het Internationale Humanitaire Recht. Twee voorbeelden: Het nederzettingen beleid, land van Palestijnen wordt afgenomen en aan Israëlische kolonisten gegeven die zich vestigen in bezet gebied. Annexatie van Oost Jeruzalem is in strijd met internationale rechtsregels.

 

En dat is het dan, in vogelvlucht, wat ik wilde uitleggen.

 

Van KerkinActie nam ik de tekst over van een studie map. Het artikel is al van een poosje geleden en de kans bestaat dat nu andere nuances aangebracht zouden worden: Achtergronden Israel en Palestijnse gebieden .

 

(23 december)


 

 
asd